Daar staan we weer

foto: Joost van Egmond

In een lange slang trekt de demonstratie door de binnenstad. Wie de stoep neemt en hier en daar wat versnelt kan de variatie aanschouwen. Achteraan lopen de socialisten, daarvoor de gepensioneerden. Een groep dames protesteert met fleurige plakkaten tegen ‘het abnormale’ en weer daarvoor scandeert een groep jongeren de boodschap ‘Vučić flikker!’. En zo gaat het door, de hele bonte stoet meet op een rechte straat ongeveer een kilometer, en dat tien demonstranten breed.

  • door Joost van Egmond

Belgrado is in opstand, alweer. Elke zaterdag wordt er gedemonstreerd tegen de regering, ook in andere steden en op andere dagen is er animo om de straat op te gaan. Voor vanalles en nog wat, maar bovenal tegen president Vučić. Het begon onder de slogan #stopkrvavihkošuljama, stop bebloede overhemden, nadat oppositiepoliticus Borko Stefanović in elkaar was geslagen en met bebloed overhemd een persconferentie gaf. De meest populaire leuze werd #1od5milliona, na de opmerking van Vučić dat hij nog niet zou wijken al gingen 5 miljoen Serviërs de straat op. Inmiddels wordt er ook flink gebruik gemaakt van het optimistische #počeloje, het is begonnen, maar aanslaan wil die slogan nog niet, leert een steekproef onder de buttonverkopers.

Herhaling van zetten

Demonstranten zijn dan ook vergeven als ze zich afvragen wat er nu eigenlijk is begonnen. De sfeer is goed, gemoedelijk, de fluitjes klinken hard en de menigte is indrukwekkend, maar de beweging straalt tegelijk een soort vermoeidheid uit. Ze stonden hier al zo vaak, vanaf studentenprotesten begin jaren negentig tegen de oorlog, tot de demonstraties ‘tegen de dictatuur’ na de verkiezing van Vučić tot president.

Keer op keer ging Belgrado de straat op. Zelfs de muziek is dezelfde, ook nu weer sjokt de menigte achter een vrachtwagen vanwaar de klassieker Šejn van Haustor uit de luidsprekers schalt. ‘Kom naar buiten en vecht, in deze stad is voor één van ons twee geen plek’, klinkt het voor de zoveelste keer, maar het valt moeilijk om de gedachte te onderdrukken dat Vučić het helemaal niet nodig heeft om naar buiten te komen om te bewijzen wie hier de sterkste is.

De tekst is al helemaal wrang als oppositiepoliticus Dragan Đilas langsloopt. Toen hij als alternatief voor Vučić op het stembiljet stond bleven de kiezers massaal thuis, zijn Democratische Partij werd afgestraft. Nadat Đilas opvallend vooraan liep bij een eerdere editie van de zaterdagse demonstratie kreeg hij zoveel kritiek dat hij wijselijk een stapje terug deed. Zijn beurt is geweest. Tien jaar geleden was hij burgemeester van Belgrado, de een-na-machtigste bestuurder van het land. De machtigste was zijn partijgenoot president Boris Tadić. Maar de Democraten en hun verwanten op de progressieve flank van de politiek hebben bitter weinig veranderd aan het systeem van corruptie en nepotisme dat de demonstranten hier aanklagen. Een enorm spandoek proclameert ‘Wij zijn van het volk! niet van de huidige of de vorige dievenbende’.

foto: Joost van Egmond

En zo zijn er meer tekenen dat we het hier niet van de oppositiepartijen moeten hebben. Middenin de menigte zwaait een man enthousiast met een Ferrarivlag. Het embleem van het automerk werd midden jaren negentig een symbool van het protest tegen Slobodan Milošević. Toen stond hij er ook al. Is er sindsdien iets veranderd? ‘Niets’, zegt hij stellig. Vandaar dat die Ferrari-vlag 25 jaar later nog steeds het beste symbool is dat hij bedenken om zijn frustratie te uiten.

Politiek zonder politici

De echte tragedie van Servië, vertelde Srđa Popović, een voormalig voorman van protestbeweging Otpor me eens, is dat burgers onderhand niets zo verdorven vinden als het politieke bedrijf. Wie zijn integriteit wil bewaren, zal benadrukken niets met politiek te maken te willen hebben. En in de publieke perceptie vloeit daar ook het omgekeerde uit voort; wie wel de politiek in gaat, kan dus niet integer zijn.

Dat plaatst ook de nieuwe talenten die bij deze demonstraties boven komen drijven voor een ravijn dat ze nauwelijk kunnen overbruggen. Als deze protesten al leidersfiguren kennen, dan zijn het mensen als de acteur Branislav Trifunović of studente Jelena Anasonović, die keer op keer hun partijloosheid onderstrepen.Wie van het volksprotest de overstap naar de politieke arena wil maken, loopt grote kans dat zijn imago bij die sprong onherstelbaar beschadigd raakt. En zo rest hen voorlopig weinig andere plekken dan de straat om de zittende macht uit te dagen.

Dat zie je in Servië, maar ook in Bosnië of Roemenië en alle landen eromheen. Voor elke dubieuze of ronduit kleptocratische regering is het alternatief dat zich nu oppositie noemt al eens uitgeprobeerd. En het beviel niet. In zijn spectaculair goede boek ‘Hunger and Fury’ uit 2018 analyseerde politicoloog Jasmin Mujanović het onderliggende probleem: kleptocratie is het politieke model in deze regio. De hele structuur van de staat is ernaar ingericht. En al zullen politici lippendienst bewijzen aan de ideologie van de dag, of dat nu transatlantisch liberalisme is of nationalisme, er zal niets wezenlijks veranderen aan het principe dat de zittende macht het geld naar zich toetrekt, en dat verdeelt langs lijnen die zijn macht consolideren.

De protestmars houdt stil bij het hoofdkwartier van staatsomroep RTS, die de demonstraties grotendeels negeert. Betogers hingen een spandoek op met slogans als #het is begonnen en #tot het einde. Ook werden de journalisten met snoeihard uit de luidsprekers galmende woorden herinnerd aan hun taak om onafhankelijk te berichten. (foto: Joost van Egmond)

De vraag is natuurlijk of dit soort protesten die vicieuze cirkel kan doorbreken. Er zijn een heleboel argumenten aan te dragen waarom niet. Het uithoudingsvermogen van de demonstranten wordt danig op de proef gesteld. Iedere keer dat ze opdagen en de regering geen krimp geeft is weer een aanslag op hun motivatie. Eenheid over de doelen van de demonstraties is er ook nauwelijks. Vučić willen ze kwijt, dat is duidelijk, maar daarna? De kans is groot dat ze welbeschouwd hun zin krijgen en er binnenkort verkiezingen komen. Maar de weg van de straat naar het stembiljet is voor ontluikende leiders in het klimaat van wantrouwen extreem lastig.

En dan heb je nog de resultaten uit het recente verleden: Roemenië had zijn oranje revolutie en daarna nog een paar, Bosnië beleefde een bebolutie in 2013, gevolgd door nieuwe massaprotesten amper een jaar later. Zelfs de bewierookte vijfde oktober in Servië, toen in 2001 Milošević werd weggejaagd, heeft als je het de demonstranten in Belgrado vraagt uiteindelijk niets opgeleverd. De protesten hebben alle elementen van een rituele dans, die nu eenmaal eens in de zoveel tijd moet worden opgevoerd.

Maar deze sceptische interpretatie onderschat een cruciale factor: de frustratie die mensen keer op keer op keer de straat op brengt. Die blijft opbouwen, en eens in de zoveel tijd is die te groot voor de regering om nog te kanaliseren. Als dat dan ook nog eens samenvalt met een maar enigszins geloofwaardig alternatief kunnen er bijzondere dingen gebeuren die echt iets veranderen. Dat gebeurde in Roemenië, waar in 2014 tegen alle verwachtingen in Klaus Iohannis tot president werd gekozen, of in 2017 in Macedonië, toen Zoran Zaev premier werd. Het betekende niet dat, in de woorden van Srđa Popović, ‘ineens chocolaatjes uit de lucht kwamen vallen’. Veel misstanden, bovenal corruptie, tieren nog welig, maar beide landen kregen wel een bemoedigende glimp van een ander soort politiek te zien.

Zo’n deukje in de vicieuze cirkel is wel degelijk mogelijk, al gebeurt het lang niet elke keer dat er straatprotesten zijn. Sceptici hebben bij iedere protestgolf de grootste kans om gelijk te krijgen, maar eens in de zoveel tijd zitten ze er flink naast.

Over Joost van Egmond 36 Artikelen
Joost van Egmond is journalist. Hij publiceerde ondermeer bij de NOS, Trouw, Time magazine, Nieuwsuur, Vrij Nederland, de Groene Amsterdammer en Bloomberg. Joost woonde en werkte in Belgrado van 2010 tot 2015. Hij begrijpt nogal veel van wat zich afspeelt in Zuid-Oost-Europa en treedt geregeld op als balkandeskundige. Schreef het hoofdstuk over Joegoslavië en Albanië voor Het Oostblokbloek (Nieuw Amsterdam 2014) Sinds 2016 is Joost hoofdredacteur van Donau.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie