Drie minuten en driehonderd bladzijden in Polen

boekrecensie

drie minuten PolenGlenn Kurtz 
Drie minuten in Polen. De ontdekking van een verloren wereld aan de hand van een familiefilm uit 1938 
Ambo Anthos 2015 392 pagina’s

Dit boek ontstond toen de schrijver Glenn Kurtz bezig was met een roman. Hij beschreef een hoofdpersoon die toevallig stuit op filmmateriaal over het vooroorlogse joodse leven in Europa en volledig geobsedeerd raakt door het verhaal erachter. Bij het onderzoek voor deze roman kwam hij echter zelf een oude film tegen, die zijn grootouders in 1938 maakten van de joodse gemeenschap in Nasielsk in Polen, en veranderde hij onherroepelijk in zijn eigen hoofdpersoon. Zoekwerk en veel toevalligheden brengen Kurtz in contact met overlevenden die op de film van zijn grootouders te zien zijn. Op zijn beurt raakt hij volledig geobsedeerd door de verhalen achter de film.

Recensie door Christie Miedema

Als romanschrijver is Kurtz een goed verteller en het begin van het boek is dan ook veelbelovend. In meeslepend proza laat hij de lezer zijn zoektocht meebeleven. Eén van de eerste stations op die zoektocht is Morry Chandler/Mojzesz Tuchendler, wiens ongelooflijke overlevingsverhaal zelf al een boek waard is.

Maar snel daarna slaat de irritatie toe. Kurtz is niet alleen schrijver, maar ook zijn eigen hoofdpersoon, die vergeten is dat de lezer niet noodzakelijkerwijs zijn groeiende fascinatie voor alle details van het vooroorlogse joodse Nasielsk deelt. In plaats van zijn lezer de krenten uit de pap van zijn onderzoek te presenteren – die er zeker zijn -, beschrijft hij zijn moeizame zoektocht in alle detail. De lezer krijgt alle doodlopende wegen, weinig opleverende conversaties en open vragen te verstouwen. Zo blijft Kurtz verbeten zoeken naar het restaurant waar zijn ouders tijdens hun verblijf gegeten hebben. Door het uithoren van oud-Nasielskers komt hij uiteindelijk uit op een lijst van vijf joodse eetetablissementen in de stad, waarbij zijn gesprekspartners uitgebreid vraagt naar de details over het interieur, om toch maar een naam te kunnen plakken op de eetgelegenheid uit de film. Ondertussen vraagt de lezer zich af hoe relevant deze uit de hand gelopen zoektocht nog is voor het reconstrueren van het vooroorlogse joodse leven in de stad.

Kurtz staat regelmatig stil bij het hoe en waarom van zijn zoektocht. Vaak verliest hij zich in detailvragen of komt hij met clichés die elke onderzoeker bekend zijn. Op sommige momenten weet hij zijn onderzoek wel in perspectief te plaatsen. Zo realiseert hij zich dat hij vragen stelt aan de film die nooit in zijn grootouders op waren gekomen: ‘Ik zou willen dat mijn grootouders hadden begrepen in welk historisch tijdperk zij leefden. Maar historische context is iets wat pas achteraf duidelijk wordt. Het tijdperk waarin David en Liza Kurtz leefden, was nog niet historisch. Voor hen was het niet het 1938 dat wij tegenwoordig kennen. Het was maandag, 1 augustus. Dinsdag, 2 augustus.’ (p. 342)

Natuurlijk laten de historische gebeurtenissen van 1939-1945 het materiaal uitstijgen boven een vakantiefilmpje van een dag in augustus. De jongere Kurtz verheugt zich terecht over een uniek beeld van een gemeenschap die twee jaar later volledig verdwenen zou zijn. Desondanks heb je als lezer vooral het gevoel dat het fijn is dat Kurtz een mooie hobby heeft gevonden, maar voor ons een samenvatting daarvan zou hebben volstaan.

Over Christie Miedema 6 Artikelen
Christie Miedema heeft een bijzondere interesse in Midden- en Oost-Europa, mensenrechten, sociale bewegingen en migratie. In 2015 promoveerde ze op de dissertatie Vrede of Vrijheid?, over Westerse linkse organisaties en hun contacten met de oppositie in Polen in de jaren tachtig. Ze werkt als historica aan een project over Amnesty International achter het IJzeren Gordijn. Daarnaast werkt ze voor Clean Clothes Campaign en op vrijwillige basis voor Amnesty Nederland en Libereco – Partnership for Human Rights. Haar artikelen over Oost-Europa schrijft ze op persoonlijke titel en verzamelt ze op haar weblog middenineuropa.