Een foto die de wereld overging

Vincent Mentzel over de geruchtmakende ontmoeting van Max van der Stoel met Jan Patočka

© Vincent Mentzel

‘De geur van bruinkool, voorlichters die je met een kille glimlach probeerden te paaien, geheim agenten die ons in nagemaakte renaultjes overal volgden’. Bijzonder warme herinneringen heeft Vincent Mentzel niet aan de reizen die hij in de jaren zeventig en tachtig voor NRC Handelsblad naar de communistische landen van Midden- en Oost-Europa maakte. ‘Naargeestig was het er’. Toen Max van der Stoel, minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet Den Uyl, eind februari 1977 een bezoek aan Praag bracht, reisde Mentzel samen met een gezelschap Nederlandse journalisten met de minister mee. Onder hen ook Dick Verkijk, met wie Mentzel vaker op pad was. ‘Dick Verkijk  was heel goed op de hoogte van wat er in het Oostblok speelde en had uitstekende contacten met de oppositiebewegingen daar’.

Het was kort na de zogeheten Slotakte van Helsinki uit 1975. In de Finse hoofdstad hadden Oost en West na eindeloze onderhandelingen een akkoord bereikt waarbij de naoorlogse grenzen van Europa erkend werden –een belangrijke eis van de Warschaupactlanden– maar zich ook verplichtten basale mensenrechten te respecteren. Loze beloftes, dachten vele commentatoren in die tijd. Maar in het spoor van ‘Helsinki’ ontstonden in diverse communistische landen oppositiebewegingen die zich beriepen op de daar gemaakte afspraken en politieke vrijheden opeisten. Zo ook in Tsjechoslowakije, waar begin 1977 enkele honderden vooraanstaande intellectuelen, kunstenaars en politici het manifest Charta 77 ondertekenden. Contacten met westerse partijen boden vaak enige bescherming voor zulke bewegingen, die in eigen land meedogenloos vervolgd werden.

 

Leren jackies

Mentzel: ‘Dick Verkijk begreep als geen ander hoe belangrijk westerse publiciteit was voor bewegingen als Charta 77. Toen hij doorkreeg dat Van der Stoel best iemand van Charta wilde ontvangen, heeft hij de ontmoeting met Patočka op touw gezet. Hij verdient daarvoor alle credits’. Het had nog heel wat voeten in de aarde om de minister en de filosoof in één ruimte te krijgen. Van der Stoel zat in het Hotel Intercontinental, waar hoge buitenlandse gasten vaker werden ondergebracht, en het wemelde daar van de geheim agenten. Toch wist Verkijk Patočka het hotel in te krijgen, duwde hem de lift in en bracht hem naar de hotelkamer van Van der Stoel. ‘Daar stonden binnen no-time allemaal geheim agenten voor de deur, van die types met leren jackies die zo leken weggelopen uit een slechte Duitse film. Woedend waren ze, want ze waren te laat. Patočka was al binnen en ze begrepen heel goed dat ze het niet konden maken om de kamer van een westers politicus binnen te stormen’.

De daadwerkelijke ontmoeting tussen Van der Stoel en Patočka duurde maar kort. Van het gesprek bestaat een geluidsopname waarop te horen is hoe een gespannen Patočka in het Duits uitlegt wat de gedachte achter Charta 77 is en benadrukt dat ze op legale basis opereren. Van der Stoel zegt hem toe dat Nederland zal aandringen op naleving van alle in Helsinki gemaakte afspraken –dus ook de bepalingen over mensenrechten.

Het waren geen bijzonder opzienbarende uitspraken, maar de ontmoeting zelf was belangrijker dan wat er gezegd werd. Dat was alle aanwezigen duidelijk, ook Mentzel. ‘Het was een heel emotioneel moment. Patočka kwam letterlijk smeken om hulp. Je ziet op die foto ook iedereen ongemakkelijk wat opzij kijken’. Bewegend beeld van het gesprek is er niet. ‘Er was ook een Nederlandse televisieploeg mee naar Praag, maar die was net op dat moment buiten op straat sfeerbeelden aan het draaien’. Des te waardevoller waren de foto’s van Mentzel. ‘Geef dat rolletje maar aan mij’, zei Van der Stoel na afloop. ‘Anders zou er wel eens net een tram uit de rails kunnen rijden als jij de straat op gaat’. Pas twee dagen later, na terugkeer in Nederland, verschenen de foto’s in de krant. ‘Nu zou het binnen enkele seconden online hebben gestaan, maar ik heb toen twee dagen lang met brandend nieuws in mijn jaszak rondgelopen’.

 

‘Dat hebben jullie mooi verpest’

Oorspronkelijk zou Van der Stoel nog ontvangen worden op de Praagse Burcht waar Gustáv Husák, de president van Tsjechoslowakije, zetelde. Maar uit woede over de ontmoeting met Patočka bliezen de Tsjechoslowaakse autoriteiten die afspraak af. 3 maart vloog het gezelschap weer terug naar Nederland. Op het vliegveld in Praag was niet alleen het weer ijzig. ‘Jullie hebben het hier mooi voor ons verpest’, beet de vrouw van een van de diplomaten van de Nederlandse ambassade ons toe. Een linkse minister, dat waren ze op Buitenlandse Zaken toch al niet gewend. En die komt dan ook nog met een stel journalisten -daar waren ze ook al niet dol op- in Praag herrie schoppen. ‘Nee, ik heb me daar geen moment geen slecht over gevoeld’, zegt Mentzel lachend. “Missie geslaagd”, dacht ik’.

‘Op de terugweg in het vliegtuig zaten we allemaal om Van der Stoel heen, nog beduusd van wat we mee hadden gemaakt. “Wat bent u een ijskonijn dat u zo koel bleef”, zei ik tegen hem. Waarop hij reageerde met de memorabele woorden: “De minister van buitenlandse zaken van het Koninkrijk der Nederlanden kan moeilijk een potje gaan huilen”. Maar het greep hem wel degelijk sterk aan en toen wisten we nog niet eens wat er later met Patočka zou gebeuren’. Die werd dezelfde dag dat de Nederlanders terugreisden opgepakt door de geheime politie en langdurig verhoord. In uitgeputte toestand kreeg Patočka, al bijna zeventig jaar oud, een herseninfarct en zou op 13 maart overlijden.

Door Patočka’s dood kreeg de korte ontmoeting met hem voor Van der Stoel persoonlijk een zeer wrange nasmaak. Maar het precedent dat hij geschapen had vond navolging. Veel westerse politici bleken nadien bereid om vertegenwoordigers van de oppositie te ontvangen als ze één van de Warschaupactlanden aandeden. Geen wonder dat Max van der Stoel onder Tsjechische dissidenten een gevleugelde naam bleef die op veel sympathie kon rekenen, ook na de Fluwelen Revolutie van 1989. In 2014 vernoemde de gemeente Praag een nieuw aangelegd park naar hem, toepasselijk gelegen aan de Patočka-straat. In datzelfde park werd op 1 maart, precies veertig jaar na dato, een monument ter nagedachtenis aan de ontmoeting onthuld. Het in beton gegoten kunstwerk van Dominik Lang bestaat uit een lange, wijdvertakte schaduw van een verder niet bijzonder opvallende boom. Een sprekend symbool van hoe een korte, schijnbaar vluchtige gebeurtenis lange schaduwen geworpen had. Bij de plechtigheid na afloop op de Nederlandse ambassade dook ook de foto die Vincent Mentzel veertig jaar eerder nam weer op. ‘Die hangt daar nu ingelijst op een prominente plek’.

Op 13 oktober vindt er op de residentie van de Tsjechische ambassadeur een debat plaats waar bij de geschiedenis van Charta 77 wordt stilgestaan. Zie voor meer informatie: http://hague.czechcentres.cz/programma/meer/debata-charta-77/

Over Filip Bloem 6 Artikelen
Filip Bloem is historicus/freelance schrijver en werkt bij het Verzetsmuseum Amsterdam. Hij studeerde Geschiedenis en Duitslandkunde aan de Universiteit van Amsterdam en bracht een jaar aan de Karelsuniversiteit in Praag door. Van 2008 tot 2017 organiseerde Filip Bloem voor het Tsjechisch Centrum debatten en culturele evenementen. Hij schrijft regelmatig over de politiek en geschiedenis van Midden-Europa. In 2008 publiceerde hij een interviewboek over de Praagse Lente en in 2010 promoveerde hij aan de Universiteit Leiden op Bedachtzame revolutionairen, een proefschrift over oppositiebewegingen in Oost-Duitsland en Tsjechoslowakije ten tijde van het communisme.
Contact: Website

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie