Europeanisering onder het ‘Turkse juk’

Vijf eeuwen Osmaanse overheersing op de Balkan worden vaak gezien als een onderbreking van de Europese geschiedenis. Raymond Detrez betoogt dat de negentiende-eeuwse hervormingen in het Osmaanse Rijk juist de Europeanisering van de Balkan versterkten.

Door Prof. Dr. Raymond Detrez

Inleiding
Toen de Europese Unie de toetredingsonderhandelingen met Bulgarije en Roemenië opstartte, werd de Osmaanse erfenis op de Balkan in de media opeens een populair onderwerp. En met de mogelijke toetreding van Turkije in het vooruitzicht zal ze ook nog wel een tijdje een populair onderwerp blijven. In de meeste gevallen trekken de auteurs die met die Osmaanse erfenis komen aandragen het Europese karakter van de Balkan en Turkije in twijfel. ‘Osmaans’ is voor hen islamitisch, Aziatisch, on-Europees.

In de Balkanlanden zelf gaan veel historici ervan uit dat als gevolg van de Osmaanse verovering de ‘natuurlijke’ historische ontwikkeling van de Balkanvolken werd afgebroken en dat ze drie tot vijf eeuwen lang (naargelang de plek) in een voor hen vreemd politiek en economisch systeem hebben moeten leven, geïsoleerd van Europa. Los van de kwestie of je in de geschiedschrijving wel van ‘natuurlijke’ ontwikkelingen kunt spreken, kun je je afvragen of die ‘natuurlijke’ ontwikkeling van de Balkan zonder de Osmaanse overheersing wel zo zeker een ‘Europese’ ontwikkeling geweest zou zijn. Er was in de veertiende eeuw, aan de vooravond van de Osmaanse verovering, weinig wat daarop wees. Zo bestond er tussen Oost en West al sinds de elfde eeuw een diepe religieuze kloof, die vergaande culturele gevolgen had en diplomatieke contacten, militaire bondgenootschappen en het ontstaan en voortbestaan van gemeenschappelijke tradities zeer bemoeilijkte. De inname van Constantinopel door de Kruisvaarders in 1204 maakte de kloof nog dieper. Het blijft natuurlijk speculeren, maar de geschiedenis van Rusland geeft toch een idee. Rusland, waar de Osmanen nooit de scepter zwaaiden, koos pas tegen 1700 — meer dan tweehonderd jaar na het einde van de Mongoolse overheersing in 1480, dus daar kan ook het niet aan gelegen hebben — voor aansluiting bij Europa. Althans, Peter de Grote koos daarvoor. Of Rusland echt bij Europa hoort, wordt vandaag nog steeds door veel mensen in twijfel getrokken — buiten Rusland, maar ook in Rusland. In tegenstelling tot wat velen vandaag lijken te geloven is daar er niets mis mee. Miljarden mensen op de aardbol zijn niet Europees en zijn toch fatsoenlijke, volwaardige mensen.

In dit opstel wil ik de ‘Osmaanse erfenis’ eens anders bekijken, namelijk als een bijdrage tot de Europeanisering van de Balkan (en Turkije). Mijn eerste punt is dat het Osmaanse Rijk sinds het begin van de negentiende eeuw steeds meer een Europese natie is geworden, in de zin dat de Europese politieke instellingen en way of life er ingang vonden en het rijk steeds meer in het Europese economische systeem werd geïntegreerd. Die Europeanisering heeft zich in de Turkse republiek voortgezet. Mijn tweede punt is dat de Europeanisering of verwestersing van de christelijke bevolking op de Balkan een eigen dynamiek had, maar tegelijk niet los gezien kan worden van de impulsen die ze kreeg van de Osmaanse overheid.

Miljarden mensen op de aardbol zijn niet Europees en zijn toch fatsoenlijke, volwaardige mensen.

Ik neem Bulgarije als case, omdat de informatie over de verwestersing in dat land, althans wanneer je verder kijkt dan de ‘officiële’ of ‘populaire’ geschiedschrijving, het overvloedigst aanwezig is. Griekenland werd al in 1832 onafhankelijk en Servië gedroeg zich de jaren 1830 — hoewel nog steeds een Osmaanse vazalstaat — als een onafhankelijke staat. Griekse en Servische historici hebben vooral aandacht voor de binnenlandse politiek in hun land; de Osmaans gebleven Griekse en Servische gebieden komen meestal slechts terloops en dan nog enkel als ‘irredenta’ in de kijker. De ontwikkelingen in Albanië lijken erg goed op die in Bulgarije.

De Bulgaarse publicisten van het nationale reveil in de negentiende eeuw (de văzraždane — Rakovski, Karavelov, Botev en vele anderen — schilderen het Osmaanse Rijk af als een achterlijke, oriëntaalse en tirannieke staat die niet wil, maar door zijn aard zelf ook niet kan veranderen, dat wil zeggen verwestersen. Dit beeld is later door Bulgaarse en zelfs Westerse historici zonder veel reserves overgenomen. Toch gaat het hier om de opinie van de radicale, om niet te zeggen extremistische vleugel binnen de Bulgaarse nationale beweging, om de mening van lieden die geen bezwaar hadden tegen het gebruik van geweld ― de inzet van guerrilla-eenheden, gijzelingen, politieke moorden en samenzweringen — om hun doel te bereiken. Deze ‘revolutionairen’ waren vooral beïnvloed door de Russische radicale socialisten. Een aantal van hen had in Rusland gestudeerd of had er verbleven. De mainstream in de Bulgaarse nationale beweging echter ijverde op een vreedzame en democratische wijze voor culturele en politieke autonomie binnen het Osmaanse Rijk, in de vorm van kerkelijke autonomie.[noot 1] Wie de Bulgaarse pers uit die tijd leest — maar dan niet de kranten van de radicale vleugel —, stelt vast dat daarin vooral gepleit wordt voor geleidelijke hervormingen en niet voor revolutie of onafhankelijkheid. Natuurlijk maakte de censuur openlijke revolutionaire propaganda onmogelijk, maar dat neemt niet weg dat de voorkeur voor vreedzame hervormingen oprecht gemeend was. Dat blijkt onder meer uit het feit dat aan de meest massale poging om de Osmaanse heerschappij af te schudden, de Aprilopstand van 1878, nauwelijks een half procent van de Bulgaarse bevolking deelnam. In veel memoires van Bulgaren uit die tijd wordt de opstand niet eens vermeld. De vreedzame ‘kerkstrijd’ daarentegen mobiliseerde vrijwel de integrale Bulgaarse bevolking en ontbreekt in geen enkele autobiografie. Vertegenwoordigers van de democratische stroming speelden op een gegeven moment zelfs met de idee van een dualistische staatshervorming, waarbij Bulgarije een personele unie zou vormen met de rest van het Osmaanse Rijk en de Osmaanse sultan de koning van Bulgarije zou worden — een oplossing geïnspireerd door de Habsburgse Ausgleich van 1867. Premier Stefan Stambolov, nota bene één van de organisatoren van de Aprilopstand, bepleitte zulke personele unie zelfs nog na de internationale crisis van 1885, zeven jaar ná de onafhankelijkheid, toen Rusland de Bulgaarse vorst tot abdicatie gedwongen had en er een nieuw staatshoofd moest gekozen worden. Het was de sultan die weigerde.

detrez4
Europeanisering in het Osmaanse Rijk

Opmerkelijk is dat de Bulgaarse radicale nationalisten het Osmaanse Rijk immobiliteit verweten op het moment dat dat rijk een hele reeks ingrijpende hervormingen doorvoerde. Over de Tanzimat (de ‘hervormingen’) is veel geschreven en wie zich erover in het Nederlands wil informeren kan de eerste hoofdstukken van Erik-Jan Zürchers voortreffelijke Geschiedenis van het moderne Turkije raadplegen. In grote lijnen komt het erop neer dat het Osmaanse Rijk zijn militaire slagkracht wilde vergroten en met het oog daarop in de eerste plaats zijn leger hervormde. Daarna volgde het belastingssysteem (want militaire hervormingen kosten geld), de ambtenarij (want die moet die belastingen innen), het onderwijs (dat militairen moet opleiden), de economie (want welvarende mensen kan de staat hoger belasten), en op den duur de hele samenleving. De West-Europese staten leverden het model. Voor een deel werden de hervormingen ook wel onder Westerse druk doorgevoerd — in ruil voor diplomatieke, militaire en financiële bijstand ―, maar het waren toch vooral de sultans zelf en een groeiend aantal progressieve ambtenaren dat een opleiding in Europa genoten had die er de motor van waren. De hervormingen beoogden de creatie van een ‘burgerlijke samenleving’. De ingezetenen van het Osmaanse Rijk moesten Osmaanse burgers worden. Ze kregen burgerrechten als de bescherming van leven en eigendom, medezeggenschap op de lokale niveaus van het bestuur en vrijheid van meningsuiting (binnen bepaalde perken). De religieuze discriminatie werd afgeschaft; moslims, christenen en joden werden voortaan op gelijke manier behandeld en kregen toegang tot alle rangen in het leger en de ambtenarij.

Dat waren ambitieuze plannen. Het is gebruikelijk te wijzen op de vele plannen die de Tanzimat niet vermocht te realiseren, maar de Tanzimat heeft ook heel veel plannen wél gerealiseerd. De tegenstand kwam van lokale, vooral Albanese en Bosnische grootgrondbezitters, die hun privileges bedreigd zagen, van de islamitische geestelijkheid, die de gelijkberechtiging van christenen en joden moeilijk kon verkroppen, maar ook van de christelijke hogere geestelijkheid, voor wie de secularisatie een aantasting van hun macht vormde. Het meest tegen was de radicale nationalistische intelligentsia, die vreesde dat tevreden Osmaanse burgers nog maar weinig heil zouden zien in separatisme. De revolutionaire Botev was zo gekant tegen alle maatregelen van de Osmaanse overheid dat hij haar zelfs de aanleg van spoorwegen verweet. Maar alle tegenstand ten spijt werd de Osmaanse samenleving vooral in de grote steden als gevolg van de Tanzimat in grote mate ge-Europeaniseerd. Zelfs onder sultan Abdülhamit, die de eind 1876 uitgevaardigde constitutie vrijwel meteen liet opschorten, ging de verwestersing door. Dat de oppositie niet meer ijverde voor een constitutie, maar voor het herstel van de constitutie, gaf hun activiteiten een heel ander, eigenlijk Westers karakter. Maar uiteindelijk bleek de Tanzimat niet opgewassen tegen het nationalisme van de diverse volken binnen de grenzen van het rijk. Na de grote territoriale verliezen van 1878 werden de hervormingen in toenemende mate getekend door Turks nationalisme, wat de relaties van de Turken met de christelijke volken steeds meer ging bezwaren. Dit doet echter geen afbreuk aan het Europese karakter van de ontwikkelingen. Etnisch nationalisme is uiteindelijk ook een West-Europese uitvinding. Het kemalistische regime, dat de door de Tanzimat ingezette beweging hardhandiger en op grotere schaal voortzette, vertoonde heel wat fascistische trekjes, maar om welke reden ― tenzij de schone schijn ― zou fascisme niet Europees zijn?

De gevolgen in Bulgarije van de Tanzimat

Mijn tweede punt is dat het proces van verwestersing in Bulgarije in de negentiende eeuw in grote mate mee bepaald en zelfs bevorderd werd door de algemene, van overheidswege georganiseerde verwestersing van het Osmaanse Rijk. Uiteraard speelden hier veel factoren een rol: de economische integratie van de Balkan in Europa, het binnendringen van Westerse ideeën via de Griekse handelaren en de Serven in de Habsburgse Vojvodina en andere. Niet toevallig circuleerden de Verlichtingsideeën het eerst onder de christenen en hadden ze onder hen ook het meeste succes. Maar het ging hoe dan ook om een handvol intellectuelen, wier impact op de vrijwel ongeletterde bevolking in geen enkel opzicht kan vergeleken worden met de impact van de maatregelen genomen door een gigantische staatsmachine, zelfs al draaide die dikwijls vierkant. Het Bulgaarse negentiende-eeuwse Wirtschaftswunder, waarzonder het nationale reveil ondenkbaar is, was het rechtstreekse gevolg van Osmaanse maatregelen ter bevordering van de lokale economie waarvan vooral de textielnijverheid profiteerde. De opening van scholen en ‘leeszalen’ (čitališta) in de loop van de negentiende eeuw wordt terecht beschreven als de uiting van een nieuwe dynamiek onder de Bulgaarse bevolking, maar ook Turken en andere moslims in het Osmaanse Rijk openden zulke scholen en leeszalen, waartoe ze net als de christenen werden aangemoedigd door de Osmaanse overheid. Er zijn geen gevallen bekend waarin de Osmaanse overheid Bulgaarse scholen verbood of zich bemoeide met de leerprogramma’s. (Ze stond alleen wantrouwig tegenover gymnastieklessen wegens het vermeende militaire karakter.) De verwestersing van de Bulgaarse kledij — de alafranga, de mode ‘op zijn Frans’, waaraan zo veel conservatieve Bulgaarse publicisten zich ergerden — was mee ingezet door de vestimentaire verordeningen van de Osmaanse regering, waarvan de verplichting voor mannen in publieke dienst om een fez te dragen de bekendste is. Een toenemend aantal Bulgaren veroverde een plaats in de Osmaanse ambtenarij en in de lokale besturen. Na de stichting van de Şura-yi Devlet (Staatsraad) in 1867 zetelden ook Bulgaren in deze hoogste wetgevende instelling.

… het Osmaanse Rijk heeft de Europese cultuur — van het positivisme via de vleugelpiano tot het decolleté  — overgenomen

Nog opvallender is de synchronie tussen bepaalde decreten van de Osmaanse regering en de opeenvolgende etappes van de Bulgaarse ‘kerkstrijd’. Die kwam van de grond in de jaren 1820, precies toen sultan Mahmut II zijn macht geconsolideerd had en een eerste reeks van hervormingen doorvoerde. Ze kreeg een meer georganiseerd karakter na de uitvaardiging van de Gülhane Hatt-i Şerif   (Nobele Decreet van de Rozenpaviljoen) in 1839. In de jaren 1840 wierp de Bulgaarse gemeenschap in Istanboel zich op als de spreekbuis van alle Bulgaren en verschenen de eerste Bulgaarse tijdschriften, Ljoeboslovië (Filologie) van Konstantin Fotinov en de Tsarigradski vestnik (De heraut van Constantinopel) van Ivan Bogorov. In 1849 werd de eerste Bulgaarse kerk, de H. Stefan, op de oever van de Bosporus in Istanbul ingewijd — de stenen voorganger van de merkwaardige gietijzeren Bulgaarse kerk die er vandaag nog staat. De Islahat fermanı (Hervormingsbesluit) van 1856 schreef de creatie voor van speciale commissies in alle bisdommen, die de statuten van de kerkfabriek moesten opstellen. Binnen die commissies brak al gauw onenigheid uit tussen degenen die het bestuur radicaal wilden seculariseren en degenen die de machtspositie van de hogere geestelijkheid wilden handhaven. De tegenstellingen tussen de overwegend Bulgaarse parochianen en de Griekse geestelijkheid werden hierdoor in veel steden nog aangescherpt. De zogenaamde Paasactie van 1860, waarbij de Bulgaarse geestelijkheid in Istanboel zich eenzijdig onafhankelijk verklaarde van het Patriarchaat van Constantinopel, was een direct gevolg van de Islahat fermanı. Ook de uitvaardiging van de ferman van februari 1870, die de Bulgaren een eigen kerkelijke organisatie gaf in de vorm van een Bulgaars Exarchaat, was een initiatief van de Osmaanse regering.

Ten slotte

Ik heb geprobeerd in dit opstel aan te tonen dat het Osmaanse Rijk in de negentiende eeuw, door toedoen van de Tanzimat, in aanzienlijke mate verwesterd werd. In die tijd heeft dat Osmaanse Rijk de Europese politieke instellingen ingevoerd, is het gaan behoren tot diverse Europese allianties en heeft het de Europese cultuur — van het positivisme via de vleugelpiano tot het decolleté  — overgenomen. De verwestersing van de christelijke bevolking van de Balkan, waaronder de Bulgaarse, kan niet los gezien worden van de verwestersende maatregelen die in het Osmaanse Rijk getroffen werden. De Europeanisering van de Bulgaren in de negentiende eeuw gebeurde in grote mate dankzij en in ieder geval niet ondanks het Osmaanse bestuur. De Osmaanse erfenis heeft de Balkan dus niet per se van Europa vervreemd. Met evenveel recht kun je zeggen dat ze heeft bijgedragen tot de integratie van de Balkan in Europa.