Het groots verkondigd niets

Het politieke en economische systeem waarin de landen in Oost-Europa na de Tweede Wereldoorlog tot 1989 verkeerden, wordt in het Westen globaal communisme genoemd. Ten onrechte. Noch in de officiële taal van de Oost-Europese media van voor 1989, noch in de volkstaal werd ergens ooit beweerd dat men in het communisme leefde.

Met het bereiken van het ware communisme zou volgens de leer van Marx, Engels en Lenin iedereen in gelijkheid, vrijheid, solidariteit en welvaart leven. Geld zou overbodig worden, door de planeconomie en door het grote productiviteitsvermogen van de communistische maatschappij zou er geen schaarste zijn van consumptiegoederen, voedsel, woningen en energie. Communisme was, bleef en stierf als een toekomstideaal waarnaar politiek, economisch en zelfs militair gestreefd moest worden. Bestaan heeft het communisme echter nooit.

Door Sonnimir Pantschevski

Sonnimir Pantschevski, geboren 1967 in Sofia, Bulgarije. Vader Bulgaar, de moeder komt uit de voormalige DDR. Opgegroeid in Sofia en in Berlijn-Oost. Leeft sinds 1993 in Nederland en is leraar in het middelbaar onderwijs.

Ik kan me nog goed het verhaal van een lerares op school herinneren – het moet ergens eind jaren zeventig van de twintigste eeuw geweest zijn: Het geld zal overbodig worden, de noodzaak ervan zal verdwijnen. In de winkels zullen de verkopers vlees, kaas of aardappelen afwegen en daarna niet meer met de klant afrekenen. Iedereen zal zoveel uit de winkel meenemen als hij nodig heeft. De producten zullen nooit opraken omdat er meer dan genoeg voor iedereen geproduceerd zal worden.

Het kwam zeer geloofwaardig over, ik kon nog uren blijven luisteren

De overtollige productie van goederen zal aan arme landen gegeven kunnen worden om te laten zien dat socialistische producten beter zijn dan die van het Westen. Dit zal de bevolking van de arme landen aansporen om aan hun socialistische revolutie te beginnen, die later tot het oprichten van een communistische maatschappij zal leiden. Mensen zullen naar hun werk gaan, niet omdat er geld verdiend moet worden, maar omdat er een innerlijke behoefte zal bestaan om nuttig te zijn voor de maatschappij.

De naam en het uiterlijk van deze lerares ben ik al lang vergeten, maar haar verhaal draag ik nu al ruim veertig jaar met mij mee. Geloofde deze vrouw zelf in dat wat ze ons vertelde, of stond het vertellen van dit verhaal als verplichte leerstof op het lesplan? Zoals de meeste leraren in deze tijd in Bulgarije gaf ze waarschijnlijk ook bijles in haar vak om haar magere inkomen aan te vullen. En toch hebben haar woorden indruk op mij gemaakt. Niet zozeer door de inhoud – die praatjes over de te verwachten zonnige toekomst van het communisme hoorden we dagelijks – maar door het enthousiasme waarmee ze het vertelde. Het kwam zeer geloofwaardig over, ik kon nog uren blijven luisteren en mij voorstellen hoe ik na schooltijd op weg naar huis langs de melkwinkel liep, naar binnen stapte en enkele karamelbonbons uit de glazen kom op de toonbank haalde zonder die af te hoeven rekenen. Ik zou er natuurlijk precies zoveel uit halen als ik op kon en niet meer, zodat ook voor de medeburgers voldoende karamelbonbons overbleven.

Helaas, het is mij tot op heden niet bekend dat er ergens in de wereld een winkel is waar men vlees, tomaten of aardappelen na het afwegen niet af hoeft te rekenen…

Uiterste voorzichtigheid

Nemen we de taal van de communistische partijpropaganda in de periode 1950 tot 1989 in de DDR als exemplarisch voor hoe de term communisme werd ingezet. De DDR werd door het Westen als een land beschouwd dat door een strenge uitleg van de communistische ideologie werd geregeerd. Vanaf 1945 bestond niet eens een communistische partij in het deel van Duitsland dat door de Sovjet-Unie werd bezet. De regerende en alomvattend dominerende partij is de SED, wat staat voor Sozialistische Einheitspartei Deutschlands. Deze ontstaat in 1946 door de geleidelijke fusie van de antifascistische partijen KPD (Kommunistische Partei Deutschlands), de SPD (Sozialistische Partei Deutschlands), de Christelijk Democratische Unie en de Liberaal Democratische Partij.

Door het archief van het partijorgaan van de SED – de krant Neues Deutschland – bladerend, moeten we constateren dat de term communisme tijdens de gehele regeringsperiode van de SED met uiterste voorzichtigheid wordt behandeld. Zo lezen we in 1950 in het artikel Bauten des Kommunismus (Bouwplaatsen van het communisme) van 14 december 1950 van Johanna Rudolph een verhaal over heldendaden van het Sovjetvolk op weg naar het communisme. Wel opgemerkt – op weg naar, en niet tijdens het communisme. Dit is overigens één van de eerste artikelen in Neues Deutschland dat zich vol lof over de weg naar het communisme uit.

Rond 1950 begint de KPD-fractie binnen de SED de overmacht te krijgen en steeds consequenter de voorgeschreven politieke lijn uit Moskou door te zetten. Mocht in 1950 zelfs voor een optimist als Johanna Rudolph het communisme nog ver weg blijken, lezen we ruim een kwart eeuw later in het artikel Auf Leninschem Kurs zum Kommunismus van 6 maart 1976 dat Leonid Brezjnew opnieuw eenstemmig tot secretarisgeneraal van het Centrale Committee van de CPSU is gekozen. Hieruit vernemen we dat zelfs de “grote broer”, de Sovjet-Unie, die in politieke, economische en sociale richting voorgaat, nog niet het tijdperk van het communisme heeft bereikt, maar zich op koers in deze richting bevindt.

Neues Deutschland van 9 augustus 1949
Neues Deutschland van 9 augustus 1949

In het tijdperk tussen deze twee artikelen bevat Neues Deutschland uiteraard het begrip communisme, maar lang niet zo vaak en intensief als de lezer van een communistisch blad zou verwachten. Het programmatische eindresultaat van de SED moet tot het oprichten van een communistische maatschappij leiden. Met de naoorlogse opbouw van de DDR onder leiding van de SED ontstaan er steeds meer industriële en sociale voorzieningen. Dit geeft steeds meer troeven in handen van de partijpropaganda om op het begrip communisme te wijzen. Pas aan het eind van de jaren vijftig van de vorige eeuw – ruim 10 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog groeit het aantal artikelen in Neues Deutschland, waarin de zonnige toekomst in een communistische samenleving hoog wordt geprezen.

In Kommunismus – keine ferne Zukunft mehr (Communisme – geen verre toekomst meer) van 7 november 1957 en Zu den strahlenden Gipfeln des Kommunismus (Naar de stralende bergtoppen van het communisme) van 30 januari 1959 wordt op strijdbare toon tot grenzeloos optimisme opgeroepen. Artikelen zoals Fanal des Kommunismus (Lichtbaken van het communisme) van 7 augustus 1961, Triumph des Kommunismus ist unausbleiblich (De triomf van het communisme is onvermijdelijk) van 18 oktober 1961 of Der Kommunismus wird siegen (Het communisme zal overwinnen) van 18 januari 1963 duiden op een gegroeid zelfvertrouwen van de handlangers van de ideologie uit Moskou.

De andere kant van de Muur

Zelfs in deze periode constateert het officiële partijorgaan van de SED in het artikel Wir leben noch nicht im Kommunismus van 30 juli 1963 dat de tijd, wanneer alle goederen kosteloos voor iedereen toegankelijk zullen zijn en de arbeidsproductiviteit dusdanig is gestegen, dat voor iedereen alles in voldoende mate beschikbaar is, nog niet is bereikt. In het artikel Was ist Kommunismus van 12 mei 1964 wordt een gesprek tussen een senator uit West-Berlijn en een leerling op een school in Oost-Berlijn weergegeven. Opvallend in dit gesprek is de vaste overtuiging van de leerling dat het door planeconomie gekenmerkte communisme vroeg of laat zijn voordelen tegenover de samenleving van liberale markt en kapitaal zal bewijzen.

De hooggeprezen planeconomie die iedereen welvaart, gelijkheid en een waardig bestaan moet garanderen loopt tegen haar eigen grenzen aan

Of de leerling vanuit zijn eigen denkvermogen deze conclusie trekt, laten we even buiten beschouwing. We komen echter alweer het welvertrouwde zal tegen. Begin jaren zeventig van de vorige eeuw begint de explosieve wederopbouw van Oost-Duitsland te stagneren. De hooggeprezen planeconomie die iedereen welvaart, gelijkheid en een waardig bestaan moet garanderen loopt tegen haar eigen grenzen aan. Voor de gewone burger in de DDR houdt dat in dat hij in een volledig geëlektrificeerde staat leeft waarvan industrieproducten op de wereldmarkt kunnen concurreren, dat hij een gegarandeerd basisinkomen geniet, van onderdak en levensmiddelen is voorzien, maar hiervoor een groot deel van zijn politieke en burgerlijke vrijheden af moet staan.

Door het directe contact met het alledaagse leven in het westen van het land en vooral met het westelijke gedeelte van Berlijn blijft voor niemand in het Oosten verborgen dat het Westen sneller, efficiënter en vooral mensvriendelijker herstelt. Zelfs de bouw van de muur tussen Oost –en West-Berlijn in 1961 en het inperken van de reisvrijheden voor Oost-burgers naar het Westen kan de vergelijkingen van het verschil in de materiële welvaart niet tegenhouden. Vooral vergelijkingen inzake consumptiegoederen in beide delen van het land vallen ten gunste van het Westen uit.

Dit zien natuurlijk ook de machthebbers van de SED. Dienovereenkomstig hoort de officiële propaganda van de SED te worden aangepast. Tegelijkertijd moet de ideologische lijn niet in strijd komen met de door de Sovjet-Unie voorgeschreven ontwikkelingsrichting. Een lastige situatie, omdat de Sovjet-Unie door haar geografische ligging veel efficiënter tegen informatie-invloeden uit het Westen beschermd kon worden. Anders dan de burger van de DDR, had de gewone Sovjet-burger nauwelijks toegang tot vergelijkingsmateriaal.

De wetenschappelijke benadering

We bladeren verder door de uitgaven van Neues Deutschland uit jaren zeventig van de twintigste eeuw en komen tot de conclusie dat in dit tijdperk het begrip Kommunismus alweer in een abstractere, minder grijpbare positie wordt geduwd. Wat in deze artikelen opvalt is het theoretische gehalte, het nadenken over wat communisme nou is, wat communisme zou moeten zijn en langs welke weg deze vorm van samenleving bereikt zou moeten worden.

Artikelen als Der Kommunismus ist eine Wissenschaft (Communisme is een wetenschap) van 23 januari 1971 en Wissenschaftlicher Kommunismus (Wetenschappelijk communisme) van 13 december 1972 proberen de lezer ervan te overtuigen dat het idee van communisme geen verzinsel van professionele mensliefhebbers is, maar op wetenschappelijke, historisch en economisch veroorzaakte ontwikkelingen is gebaseerd.

De leusachtige toon en de vage beloftes duiden op onzekerheid, zelfs op twijfel

Deze benadering van het begrip communisme duidt er op, dat de economische stagnatie tot een ideologische crisis heeft geleid. In de uitgave van 28 juni 1975 lezen we dat er zelfs een raad voor wetenschappelijk communisme bij het Centrale Comité van de SED is opgericht. Indrukwekkend! Een hele raad van hoogbetaalde, wijze mannen en vrouwen die uit moeten vinden hoe het nou ideologisch verder moet om het communisme te bereiken.

Om de gewone burger bij zijn geloof in een zonnige toekomst te houden plaatst Neues Deutschland in deze periode her en der artikelen die de nabije overwinning van het communisme verkondigen: Bedeutsamer Schritt auf Weg zum Kommunismus (Belangrijke stap op weg naar het communisme) van 29 april 1975, Die Welt schreitet zum Kommunismus (De wereld op weg naar communisme) van 11 oktober 1975, Der Kommunismus — unser Ziel (Het communisme – ons doel) van 25 mei 1976 en Zukunft: Kommunismus (Toekomst- Communisme) van 12 juli 1975. In algemene bewoordingen wordt in deze artikelen aan de onvermijdelijke overwinning van het communisme herinnerd, maar de leusachtige toon en de vage beloftes duiden op onzekerheid, zelfs op twijfel.

In geen enkele van de genoemde artikelen, maar ook nergens in de officiële partijmedia wordt tot laat in de jaren zeventig beweerd dat de DDR, of welk ander land dan ook, het communisme heeft bereikt. In het beste geval bevindt men zich op de juiste weg naar het communisme, of zal het niet meer lang duren totdat het communisme zal aanbreken. En over communisme wordt altijd in de toekomende tijd gesproken.

Terugtrekkende beweging

Laten we verder gaan kijken hoe het lot van het begrip communisme in de jaren tachtig van de twintigste eeuw in de partijmedia zich gaat voltrekken. Die Aufgaben der KPdSU bei der Vervollkommnung des Sozialismus und dem allmählichen Übergang zum Kommunismus (De opgaven van de CPSU bij het perfectioneren van het socialisme en de geleidelijke overgang naar het communisme) van 26 oktober 1985 is een voorzichtige vooraankondiging van veranderingen in de socialistische maatschappij in de Sovjet-Unie, die even later onder de naam perestrojka de geschiedenis in zullen gaan. Gorbatsjov is net aan de macht, zijn voorganger Joei Andropov heeft al eerder over glasnost gesproken. Er is nog hoop op een overgang naar een communistische maatschappij, ook al gelooft er niemand meer serieus in.

Door al die jaren heen hanteert de partijpropaganda de term communisme als een joker in een kaartspel

In het artikel Klares Bekenntnis zum Sozialismus (Duidelijke bekentenis tot het socialisme) van 10 mei 1986 wordt het communisme niet eens meer genoemd. Niet als bestaande maatschappelijke orde en ook niet eens meer als toekomstperspectief. Nog op 12 oktober 1989, een kleine maand voor de val van de Berlijnse muur, lezen we in Neues Deutschland wat voor een maatschappij de SED meent te regeren: Die SED — die Partei der Arbeiterklasse und des ganzen Volkes, eine Partei der Neuerer, die führende Kraft bei der weiteren Gestaltung der entwickelten sozialistischen Gesellschaft in der DDR (De SED – de partij van de arbeidersklasse en van het hele volk, een partij van vernieuwers, de leidende kracht in de verdere vormgeving van de ontwikkelde socialistische maatschappij in de DDR). Tot aan het einde van de dagen van de DDR in oktober 1990 wordt de term communisme in de SED- partijkrant nergens meer behandeld.

Door al die jaren heen hanteert de partijpropaganda de term communisme als een joker in een kaartspel. De joker is een kaart zonder eigen waarde, maar kan altijd als troef worden ingezet. Problematisch wordt het, wanneer alle kaarten uitgespeeld zijn en de joker over blijft … Medio jaren tachtig – als zelfs voor de hardliners binnen de SED duidelijk wordt dat het communisme in een groots verkondigd niets uit zal lopen, verdwijnt de term communisme simpelweg onder tafel.