Woorden vormen het centrale thema in deze debuutroman van de Franse uitgever Jean Mattern. Dat begint al met het droge feit dat de hoofdpersoon vertaler is, en daardoor beroepsmatig met woorden werkt. Maar al snel wordt duidelijk dat het vooral het gesproken woord, en dan met name het gebrek daaraan, een belangrijke rol speelt in deze 138 pagina’s tellende zelfanalyse van de getroebleerde hoofdpersoon genaamd Gabriel.
Het zwijgen van zijn ouders over alle pijnlijke zaken uit het verleden, zoals hun leven in hun land van herkomst Hongarije, hun emigratie naar Frankrijk en de dood van hun dochter, Gabriels oudere zus, is een belangrijke reden voor zijn recente vlucht voor het aanstaande vaderschap, zo ontdekt hij zelf aan het begin van de roman. De onmogelijkheid met zijn geliefden, zijn vrouw en zijn beste vriend te communiceren over zijn diepere zielenroerselen, vindt zijn oorsprong in dit onbesproken verleden, zo lijkt het. Alleen via een oude oom beschikt hij nog over enige aanknopingspunten, en die gebruikt hij dan ook op het moment dat het voor hem onmogelijk is geworden nog langer mooi weer te spelen tegen over zijn omgeving. Wanneer niet alleen het gesproken, maar ook het geschreven woord hem ontglipt, gaat hij in Hongarije op zoek naar zijn achtergrond en daarmee de sleutel tot zijn geestesgesteldheid.
Dit zeer intrigerende element van de roman, de rol van afkomst binnen een persoonlijke crisis, komt helaas nauwelijks uit de verf. De obsessie van Gabriel voor zijn familieverleden uit het eerste deel van de het boek verdwijnt namelijk op nogal onnatuurlijke wijze in het tweede deel, hoewel uit enkele passages blijkt dat het nog steeds nog wel erg belangrijk voor zijn geestelijke gesteldheid is. Het mislukken van zijn trip naar Boedapest vormt het omslagpunt tussen beide situaties, maar het waarom van deze verandering blijft geheel onduidelijk door de nogal clichématige beschrijving van Gabriels ervaringen in Hongarije.
De baden van Kiraly is een goed geschreven boek over de zoektocht naar de balans in het leven die we meestal ‘het geluk’ noemen. Jammer genoeg weet Mattern zijn personage en diens problemen, ondanks alle ontboezemingen van de ik-persoon, niet tot leven te brengen. Zijn gedachten zijn te braaf, en zijn opgeschreven emoties zullen de lezer eerder zijn schouders doen ophalen, dan dat ze hem zullen aangrijpen.
PIETER VAN LEEUWEN