‘In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister’. Dat Goethe’s adagium door auteurs vaak als leidraad wordt gebruikt, blijkt als we naar het oeuvre van Hein van Dolen kijken. Van Dolen is bij het grote publiek vooral bekend om zijn vertalingen en boeken over de oudheid. Zo is hij de auteur van de bestsellers De Griekse mythologie in een notendop en Romeinse sagen en verhalen in een notendop. Uit de titel van zijn nieuwste boek, De Byzantijnse geschiedenis in een notendop blijkt wederom zijn voorliefde voor een beknopte behandeling van een bepaald onderwerp. Dat hij ditmaal het Byzantijnse rijk als onderwerp heeft gekozen, heeft als reden dat hij het uit haar ondergeschikte positie in de geschiedenis vandaan wil halen. Ondanks haar lange bestaansgeschiedenis van elf eeuwen, van 330 tot 1453, wordt het Byzantijnse rijk in de literatuur veelal als oninteressant afgedaan. De Byzantijnse beschaving zou niets noemenswaardigs hebben voortgebracht. Van Dolen probeert in zijn boek duidelijk te maken dat de Byzantijnse beschaving uit veel meer bestond dan een paar iconen.
Van Dolen doet dit aan de hand van een chronologische bespreking van alle Byzantijnse keizers, vol met anekdotes om het levendig te houden. Van Dolen plaatst de keizerlijke sfeerportretten in een bredere context, zodat we meer te weten komen over kenmerkende tendensen in het Byzantijnse Rijk. Wellicht tegen onze verwachtingen in bleek het merendeel van de Byzantijnse bevolking geletterd en kwamen de kunsten tot grote bloei. Echter op politiek gebied kwam de stabiliteit van het rijk regelmatig in het geding door een continue strijd tussen troonpretendenten -met alle wreedheden van dien. Daarnaast voerden keizers en bevolking vaak strijd over het aan te hangen geloof. Ook van buitenaf werd het rijk bedreigd. Buitenlandse mogendheden probeerden het binnen te vallen en de verhouding met de Paus in het Westen werd er door theologische discussies ook niet beter op. Hetgeen uiteindelijk ook tot een scheiding tussen de Oosterse en Westerse kerk heeft geleid. Van Dolen slaagt er in om dit alles op een korte en heldere manier uiteen te zetten.
In 1453 veroverde de Ottomaanse Sultan Mehmed de Tweede Constantinopel en kwam er een einde aan het Byzantijnse rijk. Van Dolen noemt het een wonder dat de stad het ondanks al die bedreigingen nog zo veel eeuwen heeft uitgehouden. Wellicht ligt in deze typering juist de aantrekkingskracht van de Byzantijnse beschaving. Door de huidige problemen rond de toetreding van Turkije lijken we vaak te vergeten dat er in hetzelfde geografische gebied lang geleden ook al een rijk was dat min of meer dezelfde positie heeft vervuld. Dicht bij Europa maar tegelijkertijd ook veraf. Bepaalde redeneringen zoals Turkije als machtsblok tegen het Oosten werden ten tijde van de kruistochten ook al gebezigd. Mede om die reden is een bestudering van de Byzantijnse geschiedenis de moeite waard. Het boek van Hein van Dolen is er een goed hulpmiddel voor.
MARIANNE VAN BREDERODE