Fudo is heus geen lievertje. De veertigjarige taxichauffeur verdient bij met wat duistere nevenactiviteiten en raakt daardoor keer op keer in de problemen. Als hij – niet voor het eerst – gedrenkt in bloed zijn huis binnen komt kruipen, is voor zijn vrouw de maat vol. Azra dreigt Fudo te verlaten en hun kleine zoontje mee te nemen. De taxichaffeur besluit het roer radicaal om te gooien. Hij stopt met het helpen van criminelen en gaat zich helemaal op zijn dagelijkse
ritjes richten. Daartoe laat hij visitekaartjes drukken en schaft hij een nieuwe auto en een peperduur Armanipak aan. Jammer alleen dat hij om zijn leven als eerlijk man te beginnen, wel afhankelijk is van een lening van zijn criminele ‘vriend’ Sejo. It’s hard to be nice...
Regisseur Srđan Vuletić koos net als in zijn debuut Summer in the Golden Valley(winnaar Tiger Award 2004) zijn geliefde stad Sarajevo als decor. It’s hard to be nice is wat lichter van aard dan het grimmige en zwartgallige relaas van een lijmsnuivende tienerjongen, die moeten overleven in een stad waar bijna niet te overleven valt. Het is in de eerste plaats een toegankelijke misdaadkomedie. De overdramatische ontwikkelingen tegen het einde van de film, vallen dan ook nogal rauw op de maag en komen de film niet ten goede.
It’s hard to be nice bevat niet mis te verstane kritiek op de situatie in het naoorlogse Sarajevo. Tegelijkertijd probeert Vuletić af te rekenen met het westerse cliché van een door oorlog verscheurde stad. Helaas komt hij niet zoveel verder dan er een ander cliché tegenover te zetten. Dat blijkt wel als Fudo voor Japanse toeristen poseert bij een afbeelding van Olympische mascotte Vučko en uitroept: “Voor mij is dit Sarajevo!”.
Menno Weijs
[terug]