Het levensverhaal van de kersverse Bulgaarse premier leest als een stripboek. Hoe een getalenteerde karateka via een eigen beveiligingsbedrijf de macht greep in Sofia.
Boyko Metodiev Borisov (1959) groeide op in een omgeving van structuur en gezag, maar staat vooral bekend als iemand die helemaal zijn eigen weg gaat. Zijn carrière begon met een studie aan de Hogeschool van het Ministerie van Binnenlandse Zaken – waar ook zijn vader werkte. Borisov was bijna acht jaar in dienst van het ministerie en werkte onder andere actief mee aan de Bulgariseringcampagne tegen de Turken midden jaren tachtig. In 1991, toen de communistische partij in Bulgarije aan macht begon in te boeten, begon hij zijn eigen beveiligingsbedrijf Ipon-1, met vooraanstaande klanten als voormalig partijleider Todor Zjivkov en oud-koning Simeon II. In die hoedanigheid werd hij in 1996 ook bekend bij het grote publiek, toen hij Simeon als bodyguard vergezelde tijdens diens eerste bezoek aan Bulgarije sinds zijn ballingschap. Zijn banden met de vorst bezorgden hem in 2001 de functie van secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Simeon II.
Dit kabinet kon slechts mondjesmaat zijn beloftes waar maken en Borisov slaagde er niet in de georganiseerde misdaad te beteugelen. Borisov’s imago als crimefighter leed hier echter nauwelijks onder. Zijn sportieve voorkomen, militair getrimd kapsel en karateachtergrond (hij was zelfs een tijdje bondscoach), samen met zijn no-nonsense aanpak maakten van hem een populair figuur. Tekenend is dat journaliste Anna Markova van het populaire dagblad Trud in haar boek Grote moorden op een van eerste pagina’s een foto plaatst van Borisov als hoogste ambtenaar van het miniserie in militiar tenue. Zo’n misdaadbestrijder kom je liever niet in een donker steegje tegen.
Huisvuil
Met zijn politieke carrière ging het daarna crescendo. Borisov stelde zich kandidaat voor de parlementsverkiezingen in 2005 en won in zijn kiesdistrict Sofia. Hij koos er evenwel voor om later dat jaar burgemeester van de Bulgaarse hoofdstad te worden. Daar maakte hij pas echt naam. Als burgemeester pakte hij bijvoorbeeld het probleem van het huisvuil in Sofia voortvarend aan. Hij verwierf daarvoor EU-subsidies, terwijl het socialistische kabinet juist miljarden door Brussel bevroren zag worden vanwege corruptie. Kritiek was er ook: als burgemeester van Sofia leek hij zich al een aantal jaren warm te lopen voor zijn huidige baan als premier. Inwoners van Sofia vroegen zich wel eens af of hun stad eigenlijk een burgemeester had. Borisov leek zich drukker te maken om het in zijn ogen falende neocommunistische EU-beleid van toenmalig premier Sergei Stanishev dan om het welzijn van Sofia.
In 2006 richtte Borisov zijn eigen politieke partij - GERB - op. Het was lange tijd meer een beweging dan een partij – Boyko Borisov was GERB en GERB was Boyko Borisov. Toen GERB in 2007 de eerste Bulgaarse verkiezingen voor het Europees Parlement won, riep Borisov op tot vervroegde parlementsverkiezingen. Stanishev hield de gelederen echter gesloten. Bij de parlementsverkiezingen in de zomer van 2009 kon niemand meer om Borisov heen. GERB won 116 van de 240 zetels. Geheel in de stijl van zijn eigenzinnige manier van optreden begon Borisov niet een coalitie, maar – voor het eerst sinds 1992 – een minderheidskabinet.