Daphne Hogeweg bespreekt De schilder van het kwaad van Arturo Pérez-Reverte en Regarding the pain of others van Susan Sontag.
De schilder van het kwaad is een roman over de zin en onzin van de verbeelding van leed. Het stille bestaan van fotograaf Andres Faulques wordt verstoord door een ontmoeting met de ooit door hem gefotografeerde Ivo Marković. De prijswinnende foto blijkt het leven van deze Kroaat geruïneerd te hebben.
In Regarding the pain of others analyseert fotocriticus Susan Sontag het fenomeen oorlogsfotografie. Ze schrijft over de dilemma’s en gewetensbezwaren waar de fotograaf die zijn camera richt op het leed van anderen, mee wordt geconfronteerd. Over het kijken naar deze beelden zegt zij: ‘We can’t imagine how dreadful, how terrifying war is and how normal it becomes. We can’t understand. That’s what every soldier, and every journalist (..) who has put in time under fire and had the luck to elude the death that struck down others nearby, stubbornly feels. And they are right’.
Voor Sontag gaat het kijken naar oorlogsfoto’s altijd gepaard met gevoelens van schaamte en voyeurisme. Ze beseft dat geen enkele oorlogsfoto eer kan doen aan de zinloze wreedheden die de fotograaf moet hebben gezien. De kijker ziet een geconserveerde werkelijkheid en een te verdragen beeld van oorlog. Via de krant kunnen wij dagelijks vanuit onze luie stoel kijken naar de dood en de pijn van anderen, maar toch kunnen we ons geen voorstelling maken van de harde realiteit waarin fotograaf en gefotografeerde elkaar tegenkwamen.
Hoewel zij op eigen beweging naar een oorlog afreizen, kan niet elke fotograaf op een bevredigende manier omgaan met het geweld. Beelden blijven op hun netvlies gebrand. Lastige, ethische dilemma’s zoals beschreven door Sontag, spoken door hun hoofd. Mag je het intieme leed van anderen vastleggen? Is er nut in het fotograferen van deze ellende? En vooral, kun je kijken naar andermans leed zonder in te grijpen?
Ook fotograaf Andres Faulques piekert over deze morele kwesties in De schilder van het kwaad, de nieuwste roman van de Spaanse auteur Arturo Perez Réverte. Faulques keert na een lange en succesvolle carrière als oorlogsfotograaf terug naar Spanje en sluit zich daar met slechts zijn fotoboeken en herinneringen op in een oude vuurtoren aan een verlaten kuststrook. Hij slijt zijn dagen met het zwemmen in zee en het drinken van cognac. Zijn gedachten zijn voortdurend bij de oorlogen die achter hem liggen en hij lijdt aan slapeloosheid
en hevige fysieke pijn.
Op zoek naar een vorm waarin hij zijn gruwelijke herinneringen een plaats kan geven, begint de fotograaf aan een enorme muurschildering. Dit magnum opus van de oorlog moet bereiken waar zijn foto’s nooit toe in staat zijn geweest: recht doen aan alle ellende die hij heeft gezien. In een vast ritme werkt Faulques aan deze verbeelding van het kwaad en probeert zo de essentie van oorlog te achterhalen. Dit stille bestaan wordt op een dag verstoord door een onverwachte bezoeker.
De Kroaat Ivo Marković is tijdens de Balkanoorlog door Faulques gefotografeerd op het moment dat hij ternauwernood aan de Servische troepen wist te ontkomen. Het indringende portret van de man haalde alle kranten en bezorgde Faulques een grote bekendheid en een prestigieuze fotoprijs. Marković daarentegen werd het gezicht van de Kroatische separatisten, waardoor zijn gezin werd vermoord en hijzelf jarenlang gevangen werd gehouden door de Servische vijand.
Geobsedeerd door het lot dat de foto hem bracht, is Marković van plan de fotograaf te vermoorden. Maar Faulques blijkt niet de gehaaide oorlogsverslaggever die Marković verwachtte. Ook hij is niet ongeschonden uit de oorlog gekomen en wordt bovendien gekweld door de herinneringen aan zijn verdwenen geliefde Olvido.
Hoewel hun levens destijds gescheiden bleven door de fotocamera van Faulques, voelen de mannen zich jaren later verwant aan elkaar. Met de foto die hun beide levens bepaalde als uitgangspunt beginnen Faulques en Marković een filosofisch getinte dialoog. Ze krijgen hierin de kans zich op een bepaalde manier met het verleden te verzoenen. De vraag of fotograaf Faulques schuldig is aan het leed van Marković blijft een terugkerend twistpunt.
Arturo Perez Réverte (Cartagena, 1951) brak internationaal door met Het paneel van Vlaanderen en is sindsdien uitgegroeid tot een zwaargewicht binnen de Spaanse literatuur. Hij kreeg veel waardering voor De club Dumas en Het trommelvel. Enkele van zijn boeken zijn verfilmd. Voor De schilder van het kwaad maakte hij gebruik van zijn eigen ervaring als oorlogscorrespondent; een vak dat hij ruim twintig jaar heeft beoefend. Net als de hoofdpersoon van zijn nieuwste boek werkte hij als verslagever in Afrika
en Oost-Europa.
De schilder van het kwaad is een indrukwekkende roman over de rol van de fotograaf in een oorlog en de zin en onzin van de verbeelding van leed. Waar Sontag in Regarding the pain of others antwoord geeft op de vraag waarom wij naar foto’s van oorlog willen kijken, toont Réverte ons zonder oordelen de achtergrond bij de totstandkoming van de beelden. We maken kennis met het leven van een oorlogsfotograaf; een wereld waar de gemiddelde krantenlezer geen weet van heeft. De abstracte dialogen en de constante verwijzingen naar kunst en literatuur afgewisseld met filosofische monologen van Faulques maken van het boek geen lichte kost. Wie doorzet komt echter in de schoenen van de oorlogsfotograaf te staan: een interessante, maar lastige positie. Want de keuze is niet gemakkelijk: afdrukken of wegkijken?
Daphne Hogeweg
[terug]