
Waaraan dient een goede reisgids te voldoen? Allereerst een auteur die weet waarover hij of zij spreekt, iemand die ook de minder voor de hand liggende plekjes en geschiedenissen kent en daarover enthousiast weet te vertellen. Verder enkele overzichtelijke plattegronden die de lezer houvast bieden en, ten slotte, mooie illustraties die het avontuur thuis al laten beginnen.
‘In deze reisgids vindt u alles wat u elders niet kunt vinden. (..) De schrijvers van Athenaeum Reisgidsen leggen de ziel van een stad of streek bloot op een manier waarop alleen zij dat kunnen.’ Het zijn enkele zinnen op de achterzijde van Boedapest van Runa Hellinga die suggereren dat we hier niet zomaar een reisgids in handen hebben. Dat maakt nieuwsgierig.
Maakt het boek deze verwachtingen ook waar? Slechts ten dele. Hellinga woont sinds 1990 in Boedapest en verstaat de kunst een stad tot leven te brengen. Haar boek deed mij zelfs besluiten ook deze zomer weer naar Boedapest af te reizen. Daarbij weet ze waarover ze schrijft en doet dit met een groot gevoel voor nuance. Je weet je bij deze ‘reisleider’, kortom, in goede handen. Wel ontbeert het boek een inleiding – ze begint gewoon – en heeft het een vreemde indeling. Ze splitst de stad namelijk op in verschillende identiteiten, hetgeen titels oplevert als: De Romeinse stad, De Turkse stad, De Habsburgse stad, De revolutionaire stad, De welvarende stad, De Joodse stad, De communistische stad etc. Dit is niet alleen opsommerig, maar chronologisch en thematisch gaan zaken onherroepelijk door elkaar lopen. (Wat te doen met een Joodse revolutionair ten tijde van Frans Jozef?)
Mijn punten van kritiek betreffen echter vooral de bijgevoegde kaartjes en het beeldmateriaal; aspecten die veelal buiten de verantwoordelijkheid van de schrijfster vallen. Zo geven de kaartjes vaak onvolledig de beschreven wijken weer waardoor je de reisleider onmiddellijk kwijt raakt. Het beeldmateriaal is ronduit onder de maat. Sommige foto’s lijken regelrecht van internet geplukt – enige verantwoording is in ieder geval nergens te vinden – en zijn buitengewoon clichématig. De schreeuwende kleuren van de omslagfoto horen thuis in een gratis reisfolder, niet in een reisgids met pretenties. Bij andere foto’s is een te lage resolutie gebruikt hetgeen wazige beelden oplevert. Bij één zo’n korrelige foto staat als bijschrift: ‘Uitzicht op het parlement vanaf de Burchtheuvel’, terwijl hier toch echt de Stefansbasiliek is te zien waarover de schrijfster juist zulke mooie dingen heeft genoteerd.
Hellinga verdient niet alleen lof, ze verdient ook een betere uitgever.
Stefan van der Poel
[terug]