Ethicus Pieter Dronkers wilde zijn afstudeerscriptie schrijven over hoe de hoofddoekdiscussie de gemoederen in Europa verhit. Dat eindigde in zijn debuut, een ‘reisverhaal’. Tijdens zijn reis gaat Dronkers op zoek naar welke religieuze uitingen wel en niet zijn toegestaan in de openbare publieke ruimte en welke rol de overheid daarbij kan spelen.
Dronkers begint op het eiland Aghtamar (Oost-Turkije), waar eens de wonderschone Armeense hofdame Tamar door vele mannen werd begeerd. Zij schonk haar liefde echter aan een arbeider van het vasteland en dat paste niet in de mores van haar eiland. De straf van de koning was wreed. Dronkers zoektocht naar hoe vrijheid en traditie zich tot elkaar verhouden voert hem vooral naar Turkije en Frankrijk, maar hij doet ook Bratislava en Boedapest even aan. Ondertussen biedt hij een inkijk in het hoofddoekjesdebat in beide landen en beschrijft hij de plek die religie krijgt in het openbare leven.
In Tamar worden actuele vragen opgeworpen, waar niet altijd een duidelijk antwoord op te geven is. Dronkers legt originele verbanden en kiest zijn illustraties zorgvuldig. Hier en daar is te merken dat hij nog een beginnend schrijver is: niet in alle hoofdstukken komt het punt dat hij wil maken even sterk uit de verf. Zijn creativiteit en de actualiteit van zijn onderwerp maken Tamar echter tot een onderhoudend boek, zeker voor degene die meer wil weten over hoe in andere landen wordt omgegaan met het dragen van een hoofddoek.
Saskia van de Mortel
[terug]