Een schets van een Europees dilemma

Op 17 februari 2008, na jaren van vruchteloos onderhandelen over een toekomstige politieke status, verklaarden de Kosovo Albanezen zich onafhankelijk van Servië. De Verenigde Staten en enkele West-Europese landen waren de eersten die het nieuwe ministaatje op de Balkan erkenden. Maar binnen de Europese Unie (EU) werd er geen consensus bereikt over legitimiteit van de onafhankelijkheidsverklaring: vijf EU lidstaten erkennen Kosovo niet als onafhankelijke staat. Het feit dat de EU geen eenduidige lijn in de kwestie trekt zorgt voor onenigheid binnen het Europees Parlement en de Europese commissie. De belangrijkste vraag blijft: is de onafhankelijkheidsverklaring niet in strijd met het internationaal recht? En is Kosovo een precedent voor andere autonome regio’s of niet? Vaak wordt in dit verband gesproken over de Georgische regio’s Zuid-Ossetië en Abchazië en het door Armeniërs bewoonde Nagorno-Karabach. Maar ook binnen de EU bleek de kwestie actueel en ontstond er een debat over het mogelijke unieke karakter van Kosovo. Daarnaast zou de regio een precedent kunnen zijn voor andere Europese regio’s zoals Baskenland en Catalonië in Spanje, Transsylvanië in Roemenië en Turks Cyprus.
[Lees het volledige artikel in Donau 2009/2]
Janneke Francissen (1985) studeerde cultuurgeschiedenis en Oost-Europese geschiedenis in Nijmegen, Lund en Amsterdam. In 2008 behaalde ze haar master cultuurgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen met een scriptie over het Völkerschlachtdenkmal in Leipzig in de historiografie en historische cultuur van de DDR. Onlangs behaalde ze haar master Oost-Europese studies aan de Universiteit van Amsterdam met een onderzoek naar erfgoedbeleid in Kosovo, na de oorlog van 1998-1999.