Hoe Europa het patroon van de Oostenrijk-Hongaarse monarchie volgt

‘Vaderland Europa’ of ‘Europa der vaderlanden’ was ooit een belangrijk strijdpunt tussen Adenauer en De Gaulle, maar dit dilemma is nog steeds actueel. Europa vertoont nu al de ziektesymptomen van de historische multinationale staten. In het multi-nationale scenario voelen tenslotte alle naties zich door de anderen onderdrukt. Wat kan Europa leren van Oostenrijk-Hongarije en Joegoslavië?
Toen in 2004 tien nieuwe staten tot de Europese Unie toetraden, werd er in Oostenrijk gesproken van de „hereniging van Europa“. Hereniging? Heeft zoiets als een verenigd Europa ooit bestaan? Het antwoord op die vraag hangt ervan af wat je met een verenigd Europa bedoelt. Wie uit een van de klassieke nationale staten in West-Europa komt, zoals Nederland, Frankrijk, Duitsland of Zwitserland, zou zeggen: Nee. Westeuropeanen voeren verhitte debatten over de vraag hoe ver de huidige eenwording moet gaan, maar als zij aan een ‘verenigd Europa’ denken, hebben ze allemaal hetzelfde beeld in het hoofd, namelijk iets dat volgens het patroon van hun eigen nationale staat gevormd is. ‘Vaderland Europa’ of ‘Europa der vaderlanden’ was ooit een belangrijk strijdpunt tussen Adenauer en De Gaulle. Hoewel zij dus van mening verschilden, wisten ze allebei waarover ze praatten. Er zijn staten en er zijn statenbonden. Een staat is gevormd door een (groot) aantal enkelingen, terwijl een statenbond uit staten, collectieven dus, bestaat.
In Oostenrijk en in de meeste nieuwe lidstaten in Oost- en Midden-Europa is het onderscheid tussen deze twee statensystemen veel minder duidelijk. Hier kan ook een staat uit collectieven bestaan. Het beste voorbeeld van een dergelijke staat is de Oostenrijk-Hongaarse Dubbelmonarchie, een multinationale staat die tegenwoordig door zijn postume vrienden als een soort associatie van volkeren wordt opgevat. Deze voorstelling wordt vooral door het conservatieve, katholieke kamp in de Oostenrijkse politiek gekoesterd, maar ze heeft ook veel aanhang onder sociaal-democraten en onder de Groenen. Het centrale idee binnen dit geïdealiseerde beeld is dat in de monarchie alle volkeren vrij hun identiteiten konden uitleven. Niemand hoefde zich een deel van een gemeenschap te voelen waar hij eigenlijk niet bij hoorde.
[Lees het volledige artikel in Donau 2009/2]
Norbert Mappes-Niediek (1953) groeide op in de nabijheid van Kleef en Nijmegen. Hij studeerde Duitse en Nederlandse taal- en letterkunde in Bonn en Keulen. Vanaf 1983 is hij werkzaam als journalist en sinds 1992 als correspondent voor Zuidoost-Europa en Oostenrijk voor een aantal Duitstalige kranten (o.a. Frankfurter Rundschau, Der Standard en Die Zeit) en *NRC Handelsblad. In 1994-1995 was hij politiek analist van de Verenigde Naties in Zagreb. In 2004-2005 werkte Mappes-Niediek als woordvoerder van de Bundestag in Berlijn. Hij schreef diverse boeken, zoals Österreich für Deutsche. Einblicke in ein fremdes Land (2001), Balkan-Mafia. Staaten in der Hand des Verbrechens - Eine Gefahr für Europa (2003), Let’s be Frank (biografie van Frank Stronach, 2004), Die Ethno-Falle. Der Balkan-Konflikt und was Europa daraus lernen kann (2005) en Kroatië - Het Land achter de Adria-coulisse (2009).