Thessaloníki werd gesticht door de Macedonische staat in 315 voor Christus, vlak na de dood van Alexander de Grote in 323 voor Christus. Zij draagt de naam van de zus van Alexander, Thessaloníki, hetgeen ‘overwinning op Thessalië’ betekent. De stad kwam vervolgens onder bestuur van de Romeinen, de Byzantijnen, de Osmanen en tenslotte de Griekse natiestaat.
Aan de hand van vele citaten uit primaire bronnen - persoonlijke brieven, reisverslagen en kranten - brengt Mark Mazower 2000 jaar stedelijk leven in Thessaloníki in beeld. Daarbij zoomed hij steeds in op de breukmomenten. Meer dan de helft van het boek gaat over de periode van bijna vijf eeuwen Osmaans bestuur (1430 tot 1912). Thessaloníki was toen een smeltkroes van culturen en religies. De stad werd bevolkt door moslims, joden en christenen. De meeste inwoners spraken naast Turks, ook de lokale joodse taal, Grieks en Bulgaars.
In de tweede helft van zijn boek beschrijft Mazower de transformatie die de stad onderging in de twintigste eeuw, vanaf 1912 tot omstreeks 1950. In deze periode veranderde de stad in een “zuiver” Griekse stad. Mazower beschrijft dit proces aan de hand van verslagen van ooggetuigen. Met name het lot van de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog komt daarbij pijnlijk scherp aan het licht. Joden waren veilig in het multi-etnische Osmaanse Thessaloníki, maar ze bleken niet meer veilig te zijn nadat Thessaloniki onderdeel was geworden van de Griekse natiestaat. Terwijl in Athene vijftig procent van de joodse bevolking de Duitse deportaties overleefde, overleefde in Thessaloniki slechts vijf procent van de joodse inwoners.
Hoe dat heeft kunnen gebeuren, legt Mazower zorgvuldig en genuanceerd uit in zijn indrukwekkende boek.
Gera Bel
[terug}