Vesna Maric ontvluchtte op zestienjarige leeftijd het belegerde Sarajevo en kwam na een lange reis aan in Engeland. Ze schreef er vijftien jaar later een boek over. In zo’n dertig korte, losstaande hoofdstukken beschrijft ze haar ervaringen als puberende asielzoekster. Alledaagse praktische zaken, zoals het regelen van huisvesting, de bureaucratie, gewenning aan eten en gewoontes en het maken van vrienden worden hierbij afgewisseld met nieuws en herinneringen die vanuit Sarajevo doorsijpelen. Haar vader, moeder en zus zijn daar achtergebleven, zodat Maric in Engeland is overgeleverd aan de goede bedoelingen van haar vreemde redders.
Maric vertelt alles op een zeer nuchtere manier en in de meeste hoofdstukken is weinig sentimentaliteit te ontdekken. Is het wel aanwezig, dan doet het wat gemaakt aan, wat ook komt door de enigszins houterige schrijfstijl van de auteur. Het boek is daardoor een beetje onwerkelijk, alsof Maric alles niet zelf heeft meegemaakt, maar het leven optekent van iemand die zij slechts zijdelings heeft gekend. Als lezer is het daardoor lastig om je te laten meeslepen in haar belevenissen; belevenissen die bovendien vaak niet bijzonder opzienbarend zijn.
Ik moest mijn land ontvluchten is geen boek dat je lang bij zal blijven, maar het geeft wel een aardig en ontnuchterend beeld van het leven als vluchteling. Wat Maric vooral duidelijk maakt, is dat een (Bosnische) vluchteling anders is dan het westers cliché van een angstig, in lompen gekleed ondervoed wezen. Tekenend is de scène waarin Maric en haar medevluchtelingen dringend verzocht wordt om toch vooral armoedig gekleed te gaan als ze de bus naar Engeland instappen. De vorige groep was veel te netjes gekleed geweest en de Britten hadden geklaagd dat ze er niet uitzagen als echte vluchtelingen.
Hoewel Maric vele jaren in Groot-Brittannië woont en blij is dat ze aan de oorlog in haar vaderland heeft weten te ontkomen, lukt het haar niet zich thuis te voelen in haar nieuwe omgeving. Ze is het gelukkigst als ze samen met haar medevluchters in haar eigen taal kan praten en herinneringen kan ophalen. Als ze na de oorlog eindelijk terug kan keren naar haar vaderland mist ze ook daar echter het gevoel van thuiskomen. Dat is het lot van de vluchteling.
BEREND SANGERS