[fragment]
Zomer in Pizren
“Voor de oorlog had je hier nog bijna geen café’s. We zaten altijd in een van de theehuizen.”, vertelt Besim (27) als we in cafe Europa een ijsthee drinken. We zijn in Prizren, en het is hartje zomer. De terrassen zitten overvol. “Kijk, daar lopen de schatzies, die herken je direct!” Schatzies is de bijnaam voor jonge Kosovaarse emigranten, veelal uit Duitsland. Je kunt ze herkennen aan hun hippe kledingstijl en geblondeerde haarpuntjes. Het toeristenseizoen is in volle gang in Kosovo. Vele gezinnen die elders in Europa wonen, brengen de zomer bij hun familie door.
Op het eerste gezicht is Prizren een charmant stadje: negentiende-eeuwse huisjes, minaretten en klinkers sieren de straatjes die langs de bergflank omhoog zigzaggen. Een orthodox klooster torent boven de stad uit, en kijkt uit over een riviertje dat de stad in een oud en een nieuw gedeelte verdeelt. Maar wie beter kijkt, ziet dat vele huizen verwoest zijn. De meeste zijn inmiddels overwoekerd door planten, die de zwartgeblakerde muren enigszins verbergen. Hier woonden veelal Servische geestelijken. Tijdens de rellen in 2004 werden zij verjaagd, en de Servische religieuze instituten vernield. Nu worden de overblijfselen ervan bewaakt door Duitse KFOR-troepen.
[Het volledige artikel kunt u lezen in Donau 2008/2]
[terug naar Inhoud Donau 2008/2]