Niet naar de stembus te krijgen

Servië

Vrij vertaald 'Dit alles komt door de thuisbijvers'. Protest in Novi Sad. (foto: Luka Šotra)

Servië heeft in de praktijk een éénpartij-democratie. Aan die conclusie valt na de overwinning van Aleksandar Vučić in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen niet te ontkomen. Gecombineerd met de absolute meerderheid in het parlement die zijn SNS vorig jaar behaalde hoeft de president zich de komende jaren van niemand iets aan te trekken.

Door Joost van Egmond

Vučić’ overwinning was gigantisch, Het is niet eerder vertoond dat een kandidaat tegenover meerdere concurrenten een meerderheid haalde. Vučić versloeg er tien.

Er was genoeg te kiezen. De andere opties liepen van de rabiate nationalist Šešelj tot de liberale ombudsman Jankovič. Wie helemaal genoeg heeft van politiek kon stemmen op de satirische kandidaat Ljubiša Preletačević Beli. De tegenkandidaten haalden ook redelijkerwijs alles uit de kast om kiezers te mobiliseren. Vooral Beli leek met zijn parodie op een presidentskandidaat toch een potentiële opkomstverhoger eerste klasse.

Nog steeds bleek hooguit een kwart van de stemgerechtigden geïnteresseerd in ‘iets anders dan Vučić’.  30% stemde Vučić, 45% bleef thuis. Neem twintig Servische stemgerechtigden, dan ziet het er zo uit.
srbelex
Na de overwinning gingen duizenden mensen de straat op om te demonstreren, en de organisatoren hopen van die protesten een vast ritueel te maken. Tegen de dominantie van Vučić, tegen de manier waarop hij die dominantie had uitgebuit. Tegen de verdachte gevallen van verkiezingsfraude.

Niet overal even populair. Een demonstrant geeft zijn mening bij een bord waarop Vučić de stad Novi Sad bedankt na zijn overwinning. (foto Luka Šotra)
Niet overal even populair. Een demonstrant reageert op een afffiche waarop Vučić de stad Novi Sad bedankt na zijn overwinning. (foto Luka Šotra)

Was het vals spel? Onregelmatigheden bij het stemmen waren er zeker, stemmen zouden zijn gekocht, kiezers stonden plots niet op de kieslijst. Onregelmatigheden tijdens de campagne waren er ook, de meest creatieve was een stel vandalen dat nagemaakte campagnestickers van Janković her en der op auto’s plakte.

Maar tel al die incidenten op, schrijf ze allemaal toe aan Vučić en nog ben je er niet. In de woorden van een teleurgestelde burger die de suggestie om te demonstreren afwees. ‘Dan moeten we demonstreren tegen onszelf. Als we met 72 procent waren gaan stemmen zoals in 2000 (toen Slobodan Milošević de verkiezingen verloor, red.) dan hadden we ons nu niet druk hoeven maken om een paar gekochte stemmen.’

Is Vučić niet gewoon ongekend populair? Populair is hij zeker. Er zijn veel mensen die uit volle overtuiging op hem stemmen, maar het fascinerende is dat zijn aantal stemmen geen gelijke tred houdt met de gestage vergroting van zijn verkiezingsoverwinningen. Vučić haalde ruim 1,8 miljoen stemmen. Dat is uitzonderlijk in een eerste ronde presidentsverkiezingen, maar in een tweede ronde zou het weinig opzien baren. Hoeveel hij zou hebben gehaald in een tweede ronde blijft natuurlijk gissen, maar er hebben dus niet meer mensen op Vučić gestemd dan op Tadić of Nikolić in hun succesvolle presidentscampagnes. Het zijn niet de absolute getallen van zijn aanhang die hem de overwinning bezorgden, maar het lage aantal stemmen voor de tegenkandidaten.

Hoe weinig is te weinig?

De opkomst is dan ook de echte bepalende factor, en dan niet zozeer het lage cijfertje van 54 procent, maar de sleutelrol die de thuisblijvers vervullen in de politieke verhoudingen. Die is in Servië groter dan elders vanwege het asymmetrische stemgedrag: aanhangers van de conservatief-nationalistische hoek komen veel betrouwbaarder opdagen. Hervormers daarentegen stemmen alleen als ze vertrouwen hebben in het alternatief, en dat maakt ze onvoorspelbaar. (zie ook de voorbeschouwing van deze verkiezingen op Donau) Ook nu was die factor weer cruciaal. De conservatieven haalden ‘gewoon’ hun gebruikelijke twee miljoen, degenen die last haddden van thuisblijvende kiezers waren de hervormers.

Deze staat vergelijkt het absolute aantal stemmen (x1000) voor een groep hervormingsgezinde partijen met een groep conservatieven partijen bij zowel parlements- als presidentsverkiezingen. Bij parlementsverkiezingen zijn stemmen voor (coalities rond) SNS, SRS en SPS opgeteld in blauw en afgezet tegen (coalities rond) DS, LDP, G17+ en Dosta je bilo in rood Bij presidentsverkiezingen is in de tweede ronde de conservatieve kandidaat in blauw tegen de hervormer in rood afgezet. Geel is het aantal uitgebrachte stemmen * In 2017 kwam er geeen tweede ronde en zijn de voorlopige resultaten van de eerste ronde gebruikt. blauw zijn stemmen voor Vučić. Tegenstanders zijn niet weergegeven omdat een indeling te arbitrair zou worden. (grafiek: Donau, uitslagendata: CESID)
Deze staat vergelijkt het absolute aantal stemmen (x1000) voor een groep hervormingsgezinde partijen met een groep conservatieven partijen bij zowel parlements- als presidentsverkiezingen.
Bij parlementsverkiezingen zijn stemmen voor (coalities rond) SNS, SRS en SPS opgeteld in blauw en afgezet tegen (coalities rond) DS, LDP, G17+ en Dosta je bilo in rood
Bij presidentsverkiezingen is in de tweede ronde de conservatieve kandidaat in blauw tegen de hervormer in rood afgezet. Geel is het aantal uitgebrachte stemmen
* In 2017 kwam er geeen tweede ronde en zijn de voorlopige resultaten van de eerste ronde gebruikt. blauw zijn stemmen voor Vučić. Tegenstanders zijn niet weergegeven omdat een indeling te arbitrair zou worden. (grafiek: Donau, uitslagendata: CESID)

Of deze opkomst nu laag was is iets waarover lang valt te discussiëren. Hij was veel lager dan in de eerste ronde in 2012 (3,9 miljoen, niet in de tabel weergegeven), maar hoger dan die in de tweede ronde destijds. Normaal wordt de hogere opkomst in een eerste ronde verklaard door de extra motivatie die veel kiezers hebben om op hun eerste keus te stemmen. Bij een tweede ronde blijven van de aanhang van de afvallers die mensen over die zich kunnen schikken naar hun tweede keus, plus die mensen die een dermate grote afkeer hebben van een kandidaat in de tweede ronde dat ze die willen blokkeren.

Er valt veel voor te zeggen dat al deze motiverende factoren op 2 april aanwezig waren. Omdat vooraf duidelijk was dat het erom zou spannen of een tweede ronde wel nodig was, kon je verwachten dat iedereen die ‘iets anders dan Vučić’ wil wel zou stemmen: ze konden zowel kiezen uit tien verschillende alternatieven als tegelijk duidelijk maken dat ze Vučić niet wilden. Zo bezien is een opkomst van 3,3 miljoen uitermate laag.

srbelexTerug naar de poppetjes. Aangezien in landen zonder stemplicht zeldden meer dan 80 procent komt opdagen, kun je vier van de negen zwarte kiezers tussen haakjes zetten. Maar dan nog blijft een groep over die, als ze als blok hadden gestemd, nummer 2 Saša Janković (of zelfs de nummer 3 Beli) voorbij Vučić had kunnen duwen. Ze doen het niet, en dat geeft de SNS van Vučić zijn machtsmonopolie.

Deze situatie zie je in meer landen in het Donaugebied. Hongarije, Bulgarije, Macedonië en Roemenië kennen ook een grote klasse van ‘politiek afgehaakten’ wiens wegblijven  cruciaal is voor de greep op de macht van de dominante partij. Het draait niet zozeer om een lage opkomst per sé. Een land als de Verenigde Staten is gewend aan dergelijke lage opkomstcijfers, maar daar gaat het niet ten koste van de diversiteit in de politiek. Democraten en Republikeinen blijven competitief.

De groep wegblijvers in Servië en omringende landen is wel cruciaal. Ze maakt verkiezingen niet meer competitief. Dat betekent dat wisselingen van dominante partij minder waarschijnlijk worden, wat het risico vergroot op machtsmisbruik. Zeker in een land als Servië, waar de staat verreweg de grootste economische factor van betekenis is. Wie de staat heeft, controleert de economie. Vučić noemt het stabiliteit, maar die stabiliteit gaat ten koste van het zelfcorrigerend vermogen dat een functionerende democratie heeft.

Werk te doen

In het rijk van Vučić zijn nu alle oppositiepartijen ingestort. Na de parlementsverkiezingen waren ze al gemarginaliseerd en dat lot is bij de presidentsverkiezingen bezegeld. We vinden de hoogstgenoteerde kandidaat van een officiële partij terug op plek 5, Vojislav Šešelj van de Radicale partij, met 150.000 stemmen (4,5%). En dat is nu net een eenmanspartij bij uitstek.

Als Servië op korte termijn iets van een oppositiepartij kan krijgen, dan zal dat moeten komen van Saša Janković, die als onafhankelijke kandidaat ruim 16% van de stemmen kreeg. Die zal hij van de grond af moeten opbouwen. Niet voor niets was zijn boodschap na de verkiezingen ‘ons werk begint nu pas’.

Voorlopig steunt hij de demonstranten, maar hij weet ook dat het meest doorslaande succes dat de protesten eventueel zouden kunnen bereiken, nieuwe verkiezingen zijn. En er is nog geen reden om aan te nemen dat die anders uit zouden pakken dan de vorige vier.

Wil Janković een kans maken om in verkiezingen aan de macht te komen, dan moet hij een organisatie neerzetten die op zijn minst die aanhang van twee miljoen kan halen die Vučić nu al heeft. En daarvoor zal hij een paar van die zwarte poppetjes moeten zien te overtuigen. Andere kiesgerechtigden gaat de oppositie niet krijgen. Ze zullen het met deze mensen moeten doen. En hij moet ze bereiken voor Vučić ze vindt, die daar het hele staatsapparaat voor tot zijn beschikking heeft.

Over Joost van Egmond 18 Artikelen
Joost van Egmond is journalist. Hij publiceerde ondermeer bij de NOS, Trouw, Time magazine, Nieuwsuur, Vrij Nederland, de Groene Amsterdammer en Bloomberg. Joost woonde en werkte in Belgrado van 2010 tot 2015. Hij begrijpt nogal veel van wat zich afspeelt in Zuid-Oost-Europa en treedt geregeld op als balkandeskundige. Schreef het hoofdstuk over Joegoslavië en Albanië voor Het Oostblokbloek (Nieuw Amsterdam 2014) Sinds 2016 is Joost hoofdredacteur van Donau.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie