Twee keer 1914

  • Guido van Hengel

In de aanloop naar de herdenking van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zijn er al veel dikke boeken over 1914 verschenen, en wie weet wat nog komen zal. Christopher Clark slaagde erin om met zijn Sleepwalkers. How Europe went to War een boek te schrijven dat vrij snel een standaardwerk werd. Het boek is onvolprezen, daar mag geen twijfel over bestaan, maar de focus op zijn werk maakt het ook lastig andere boeken die nu uitkomen nog geheel onbevangen te lezen.

Margaret MacMillan, auteur van The War that Ended Peace. The Road to 1914, zal dan ook gebaald hebben over het verschijnen van de Sleepwalkers. Het boek is ongeveer even dik, de bedoelingen zijn vergelijkbaar en de twee auteurs maken gebruik van overwegend dezelfde bronnen en literatuur. De Nederlandse vertaling van MacMillans omvangrijke studie verscheen in 2013 bij Atlas|Contact en kreeg de wat omslachtige, lelijke titel: 1914. Hoe Europa de vrede liet varen voor de Eerste Wereldoorlog.

MacMillan, een historicus van Oxford, hoeft zich echter geen zorgen te maken; in veel opzichten evenaart haar boek dat van Clark. Ze geeft een boeiende reconstructie van de overwegingen, angsten en frustraties van de Europese diplomaten, keizers, troonopvolgers en premiers gedurende de laatste jaren in vredestijd. Opvallend is dat MacMillan – in tegenstelling tot Clark – de vraag durft te stellen waarom de machthebbers Europa in het verderf stortten. Het antwoord op de vraag is uiteraard veelgelaagd en het zal de lezer ook na het lezen van 1914 uiteindelijk niet helder zijn. Is dit erg? Nee, een verklaring voor de oorlogsaanloop kan niet simpel gemaakt worden. MacMillan doet helaas toch iets te vaak een poging. Zo wordt het betoog van meer dan 700 pagina’s soms toch nog behoorlijk ongenuanceerd. Ze schuift hier en daar de schuld in de schoenen van overheden en complete beschavingen. De jonge Bosniërs die de aanslag op Franz Ferdinand organiseerden vergelijkt ze tussen neus en lippen met Al Kaida-strijders van nu. Deze vergelijking werkt ze vervolgens niet uit. Zulke losse flodders, al dan niet tussen haakjes, komen met te grote regelmaat voor. Ze ontsieren het verhaal, dat niettemin voor de rest leesbaar en interessant blijft.

                                                                                                  
MacMillan houdt in 1914 op bij het begin van de oorlog. Inmiddels verschijnen er ook boeken die ook de laatste maanden van 1914 behandelen, zoals dat van de Britse historicus Max Hastings. Tot voor kort was de geschiedschrijving van de Eerste Wereldoorlog altijd (te) veel gericht geweest op het westelijke front en de loopgraven van Verdun en Ieper. Mede omdat de archieven van Oost-Europa tegenwoordig toegankelijker zijn dan ooit, valt er voor de Westerse lezer nog veel nieuws te ontdekken over de oorlog aan het Oostfront en op de Balkan. Wat dat betreft is het boek van Hastings een aanrader. Het boek gaat langs de belangrijkste slagvelden van dat eerste fatale oorlogsjaar en geeft een ontluisterend beeld van de slachtingen, executies, verkrachtingen en andere uitbarstingen van geweld die plaatsvonden. Voor Donau-lezers en andere mensen die in Oost-Europa geïnteresseerd zijn, bevat dit boek een paar onvergetelijke hoofdstukken. Hastings is een virtuoos verteller, die filmische beelden kan oproepen, wat waarschijnlijk te maken heeft met het feit dat hij als documentairemaker voor de BBC heeft gewerkt. In zijn hoofdstuk over de eerste oorlogsmaanden in Bosnië en Servië laat hij de lezer huiveren, mede dankzij het gebruik van citaten en bloedstollende anekdotes. Wat ook meehelpt zijn natuurlijk de naakte historische feiten, die zeer tot de verbeelding spreken. Het grote Oostenrijk-Hongarije zou de Servische oproerkraaiers en samenzweerders een lesje leren. Wat de oorlogspartij in Wenen niet leek te begrijpen was dat de Serviërs al jaren hadden geoefend tijdens de Eerste en Tweede Balkanoorlog (1912-1913) en bovendien een veel hoger moreel hadden dan dat van het multiculturele ratjetoe van het leger van de Dubbelmonarchie. Het verhaal over hoe arme maar doorgewinterde Servische legers het grote Oostenrijk wisten te stoppen bij de berg Cer in Bosnië weet Hastings op majestueuze wijze invoelbaar te maken, alsof hij er zelf bij was. Soldaten schreeuwen de lezer toe: “Dorst, dorst, dorst, onze plunjezak zo zwaar als lood, ondraaglijke hitte en toch moeten we doorgaan, doorgaan. Het is zo zwaar dat je je instinctief afvraagt waarom je op aarde bent gekomen. Alleen maar om te lijden?”.

Wie het boek dichtslaat zal nog lang met de beelden van bloederig geweld, uitputting en zinloos heldendom op het netvlies rond blijven lopen.

Margaret MacMillan
1914. Hoe Europa de vrede liet varen voor de Eerste Wereldoorlog
Atlas|Contact

Max Hastings
1914. Het Trauma van Europa.
De Bezige Bij

Over Guido van Hengel 8 Artikelen
Dr. Guido van Hengel is historicus en schrijver van non-fictie. Tevens docent Europese Studies aan de Haagse Hogeschool. Hij was één van de oprichters van Platform Spartak en Tijdschrift Donau (de papieren versie). In 2018 verscheen zijn boek De zieners: toekomstvisioenen uit een verloren Europa (Ambo|Anthos).