Wit-Russen willen hun taal kennen, nu een unie met Rusland eraan komt

Een cursus Wit-Russisch van Mova Nanova in Minsk. (Beeld: movananova)

Wit-Rusland en Rusland gaan vergaand samenwerken in een zogeheten uniestaat. En dat juist op het moment dat veel inwoners van de voormalige Sovjetrepubliek hun eigen identiteit ontdekken, waarbij de Wit-Russische taal een belangrijke rol speelt. “Ons land zal worden opgeslokt”, is de angst.

  • Door Michiel Driebergen

De kroeg, in een kelder in het centrum van de Wit-Russische hoofdstad Minsk, is tot de nok toe gevuld. Zo’n honderdvijftig mensen van uiteenlopende leeftijden dreunen verkleinwoordjes op. “Hond, hondje. Kat, katje. Gans, gansje.” Het vervoegen is niet eenvoudig, veel woorden die eindigen op een zachte medeklinker zijn uitzonderingen op de regel.

“We moeten onze eigen identiteit versterken”, antwoordt docente Alesja Litvinoeskaja op de vraag waarom ze Wit-Russische taalles geeft aan Wit-Russen. “Zeker met zo’n grote oosterbuur als Rusland.”

De missie van Litvinoeskaja – ­begin vijftig, elegante jurk – heeft een nieuwe impuls gekregen. Zaterdag bezoekt president Aleksandr Loekasjenko zijn Russische ambtgenoot Vladimir Poetin in Sotsji. Naar verluidt presenteren de twee regeringsleiders in de badplaats aan de Zwarte Zee hun plannen voor de ‘uniestaat’, waarin de twee landen nagenoeg zullen samensmelten, met onder meer gemeenschappelijk douane-, defensie- en energiebeleid. “We werken aan één parlement en regering”, onthulde de Wit-Russische ambassadeur in Rusland Vladimir Semasjko afgelopen week.

“Ons land zal worden opgeslokt door Rusland”, vreest Alesja Litvinoeskaja, de vrouw achter taalcursus ‘Mova Nanova’, of ‘De taal opnieuw’. De taal maakt geen deel uit van het oprichtingsverdrag van de unie en dat lijkt ook niet nodig. Het Russisch overheerst in de voormalige Sovjetrepubliek, niet alleen in de overheidscommunicatie, maar ook op straat.                

Olie maakt Rusland de baas in de relatie

Al twintig jaar geleden, op 8 december 1999, sloot president Aleksandr Loekasjenko een verdrag met Boris Jeltsin, zijn Russische collega, over een uniestaat. De nog jonge Loekasjenko zag zichzelf toen al bijna in het Kremlin zitten. Nu zijn de rollen omgedraaid: Wit-Rusland is economisch totaal afhankelijk van Rusland. Dat levert tegen een lage prijs ruwe olie, dat wordt geraffineerd en naar het West-Europa doorgevoerd, ook naar Nederland. Moskou dreigde vaker de oliekorting te schrappen. Loekasjenko moet daardoor bijna wel instemmen met integratie.

We moeten ontsnappen aan een dreigende bezetting door de Russische wereld

Taaldocente Alesja Litvinoeskaja

Het is duidelijk te horen. Zowel Russisch als Wit-Russisch is een Slavische taal, maar het verschil tussen de twee is groter dan tussen Nederlands en Duits. Privjet, het Russische woord voor hallo, lijkt nog op het Wit-Russische privitanje. Bij tot ziens is al een duidelijk verschil te horen: da svidanje in het Russisch en do pabatsjenja in het Wit-Russisch. En dankjewel klinkt heel anders: in plaats van spasiba zeggen Wit-Russen dzjakoej.

“In de Sovjet-tijd was beheersing van het Russisch een voorwaarde voor welvaart en succes”, zegt Litvinoeskaja. “Ouders leerden hun kinderen dus liever Russisch. We ver­gaten onze eigen taal.” Dat blijkt ook op het podium van Mova Nanova. “Wat moet je doen tegen griep?” vraagt medeoprichter Gleb Labadzenka aan een vrouw die zich voorstelt als viroloog. Dat kan ze in het Wit-Russisch amper uitleggen.

Vervolgens komt een twaalfjarig meisje aan het woord, Anastasia. Labadzenka vraagt naar haar favoriete schoolvak. “Wiskunde en Russisch”, zegt ze met een grijns. Geloei, gelach en applaus stijgt op. Haar negenjarige buurmeisje draagt dan toch een gedicht in het Wit-Russisch voor, uit haar hoofd: “Mijn geliefde taal, eigen en van ons… och, die woorden: kali laska (alstublieft)… zij raken de snaren van het hart, ze ­dragen mij het leven door.”         

Bescherming of annexatie

Als belangrijkste verklaring voor de populariteit van Mova Nanova noemt Litvinoeskaj ‘de gebeurtenissen in Oekraïne.’ Het mantra van president Poetin dat hij daar de Russisch-sprekende bevolking wil beschermen, bleek al snel een eufemisme voor annexatie en gewapende strijd. “We moeten ontsnappen aan die dreigende bezetting door de Russische wereld”, vindt de docente.

Die gedachte slaat aan. Inmiddels geven vrijwilligers in zeventien Wit-Russische steden en dorpen les. Ook maken ze een wekelijks taalprogramma op Belsat TV, een van de weinige oppositiekanalen in Wit-Rusland. Het regime legt hen geen strobreed in de weg, zegt Litvinoeskaja. “Dit is geen politiek initiatief”, benadrukt ze. “Sommigen demonstreren tegen de regering, wij pro­beren de mensen te verlichten met onderwijs.”

Terwijl president Loekasjenko Wit-Russisch tot enkele jaren geleden als de taal van de oppositie beschouwde en propagandisten ervan onderdrukte, lijkt zijn regering nu schoorvoetend aan te sluiten bij de trend. De staatstelevisie meldde ­afgelopen maand – nota bene in het Wit-Russisch – dat in de recente volkstelling 60 procent van de bevolking het Wit-Russisch als moedertaal noemde. Ook de president vulde die taal in, deelde zijn woordvoerster plechtig mee.

“De laatste twee, drie jaar zie ik verandering”, zegt Litvinoeskaja. “Misschien begint de president iets te begrijpen.” De docente denkt dat ook Loekasjenko niet blij is met de nieuwe uniestaat, die zijn macht zou bedreigen. Grote demonstraties tegen de uniestaat verwacht Litvinoeskaja niet. “We zijn nu eenmaal geen revolutionair volk. Het actieve deel van bevolking zal zeker protesteren, maar ik betwijfel of het de meerderheid zal zijn.”

Over Michiel Driebergen 2 Artikelen
Michiel Driebergen is Oost-Europa verslaggever voor onder meer Dagblad Trouw en het Radio 1 programma Bureau Buitenland (VPRO). In zijn werk richt hij zich op Polen, Oekraïne, Wit-Rusland en Moldavië. Ook werkte hij (mee) aan de boeken Lviv, Stad van Paradoxen, een fotoboek met essays over geschiedenis, heden en toekomst van Lviv, en De Joden van Lemberg, over de joodse historie van deze stad in West-Oekraïne.