In de nieuwe vierdelige serie ‘Onze man bij de vijand’ van Videoland is voormalig Iran-correspondent Thomas Erdbrink dit keer in Rusland (en Oekraïne). Erdbrink begint aan zijn onderzoek als een leek op het gebied van Rusland, zoals de taal-app en zijn hakkelende eerste Russische woordjes meteen duidelijk maken. Wel is hij dankzij zijn ervaringen in onder andere het autoritaire Iran en Afghanistan een ervaringsdeskundige op het gebied van het leven en werken in autoritaire staten.
Toch schuurt het al snel wanneer hij in de introductie van de serie het Westerse perspectief wegzet als een bril met Oekraïense glazen. Hij wil daarom aan de andere kant gaan kijken, waarmee hij die bril gelijk lijkt te stellen aan het Russische perspectief. Daarmee draagt de serie al snel bij aan een valse balans, aangezien in Rusland de leugen de norm is.
Dit blijkt ook uit de vele verhalen die Russen voor de draaiende camera mogen doen. Desinformatie heeft daarbij vrij spel en krijgt weinig weerspraak. Dit kan een keuze zijn om te begrijpen wat de Rus beweegt, maar draagt in de huidige context van een informatiestrijd een groot risico met zich. De vraag waarom een Nederlandse filmploeg zich vrij door Rusland mocht bewegen lijkt hiermee wel te zijn beantwoord.
Niet alleen de Russen zelf schotelen de Nederlandse kijker echter desinformatie voor. Ook Erdbrink zelf ontkomt er niet aan als hij in de voice-over de Kremlinklassieker munt, dat stelt dat er 27 miljoen Russen stierven in de Tweede Wereldoorlog in de strijd tegen het nazisme. Dat dat het totale aantal Sovjetdoden is, wat naast veertien miljoen Russen ook uit 6,8 miljoen Oekraïners, 2,4 miljoen Belarussen en nog vele doden uit andere Sovjetrepublieken bestaat, blijft onbesproken. Iemand met meer Ruslandervaring zou wél alert zijn op dat soort uitspraken. Procentueel droegen Belarus en Oekraïne zelfs de zwaarste lasten van de oorlog.
Dat Russen mensen zijn mag voor zich spreken en het is Erdbrink gelukt om de menselijke kant van de vijand te laten zien. De verhalen van vaders of broers uit arme dorpen in Dagestan of Jakoetië die hun gezinnen in verdriet achterlieten doen in elke taal pijn. Maar het dienen van de oorlog lijkt zo vooral te worden verklaard als een vlucht weg uit de uitzichtloze armoede. Of neem de moeder en dochter, die net als velen verstrikt raakten in de patriottische propaganda. Russen worden zo gepresenteerd als slachtoffers van hun staat, die eigenlijk alleen maar vrede willen. Voeg daar nog de held aan toe die het aandurft om het op te nemen tegen de despoot in het Kremlin en het beeld is compleet.
Dat dit narratief van Russisch slachtofferschap zo een menselijk gezicht geeft aan de vijand, is koren op de molen van datzelfde Kremlin, met de bedoeling de steun voor Oekraïne te ondermijnen en de Russische agressie te depolitiseren. Ook vindt het weerklank bij de Nederlandse kijker, die zich bevestigd ziet in een perspectief op Rusland dat zich uit empathie voor gewone Russen vaak laat samenvatten als: Poetin is slecht, de Russen zijn ook slachtoffer.
De echte slachtoffers komen in de serie aan bod wanneer Erdbrink illegaal naar de Oekraïense stad Marioepol reist. Deze Oekraïense slachtoffers kunnen het niet meer navertellen of zijn hun stad ontvlucht. Sommigen zijn achtergebleven. Dat de Russische propaganda sterk is maken deze achterblijvers duidelijk voelbaar. Wanneer Erdbrink met concrete tegenwerpingen op hun propaganda-verhalen komt, blijven ze bij hun verhaal. Uit angst of overtuiging.
Natuurlijk spreekt Erdbrink ook Russische slachtoffers. Een meisje van vijftien dat volkomen bewust is van de onvrijheid in haar land, een jochie van dertien die zich de oorlogsmachine in laat praten. Of de jongen met een gitaar, zoekend naar de juiste woorden om de oorlog te ontkennen. Het is pijnlijk om te zien. Laat hen symbool staan voor de Russische generatie-Z die beter verdient.
Hoe anders zijn de verhalen van de soldaten uit Jakoetië die deelnamen aan de gewelddadige Russische bezettingsoorlog. Deze misdadigers worden vooral geportretteerd als ruige jongens, één met de natuur. Vriendelijk en wat verlegen. Gewone mannen die iets ergs is overkomen.
Hun leed is een pleidooi om de oorlog zo snel mogelijk te stoppen, zoals Erdbrink zelf stelt. Ook in Jakoetië droomt iedereen stiekem van vrede. Dat verlangen naar vrede onder de Russen is een terugkomend thema in de serie en volgt, hoe nobel het ook mag klinken, ook een Kremlin-narratief. Want als de Russen zo graag vrede willen, hoe kan het dan dat die vrede er maar niet komt? Precies, dan moet dat andere land wel dwarsliggen. Dat het weer vrede is zodra het Russische leger zich uit Oekraïne terugtrekt, had best wat vaker benoemd mogen worden.
En alleen Rusland is bij machte dat leger terug te trekken. En daar zit de onbalans die bij deze serie blijft knagen. Onbalans die pijnlijk zichtbaar wordt wanneer Erdbrink afsluitend stelt dat de patstelling van oorlog doorbroken kan worden wanneer iemand tot de rede komt – zowel in het land van de vijand, als dat van onze vrienden.
