Magazine over Midden- en
Zuidoost-Europa

925 woorden
4–6 minuten
Božena Němcová, Wilde Bára. Vertaald uit het Tsjechisch door Kees Mercks (Uitgeverij Pegasus, 2025). Paperback, 72 blz. ISBN: 9789061435167, € 15,- 


Lysanne Aarsman schreef een recensie over de nieuwe Nederlandse vertaling van de Tsjechische klassieker Wilde Bára (vertaling Kees Mercks). ‘Voor liefhebbers van Tsjechische literatuur is dit een verhaal dat je gelezen móét hebben, en wie nog niet bekend is met deze literatuur vindt in dit boek een ideaal beginpunt.’

‘Wilde Bára’ (Tsjechisch: Divá Bára) is een romantische novelle uit 1855, geschreven door Božena Němcová (1820-1862). Němcová wordt gezien als de belangrijkste vrouwelijke Tsjechische auteur van de negentiende eeuw en haar werken worden tegenwoordig nog steeds gelezen in Tsjechië. Ze wordt ook wel liefkozend ‘de moeder van de Tsjechische literatuur’ genoemd, aldus Kundera. Haar bekendste boek is Grootmoeder (Tsjechisch: Babička) dat ook naar het Nederlands vertaald is door Kees Mercks.

Recensie door Lysanne Aarsman

Naast het schrijven van proza, sprookjes en poëzie had Němcová ook een activistische kant. Ze zette zich namelijk in voor een actieve rol van de vrouw in de maatschappij en was een van de bekendste aanhangers van de Tsjechische nationale wedergeboorte (Tsjechisch: Ceské národní obrození). Het doel van deze beweging was om de Tsjechische cultuur, taal en nationaliteit weer op te laten leven als tegenreactie op de heersende germanisering die plaatsvond toen Tsjechië onderdeel uitmaakte van het Habsburgse rijk. Němcová’s invloedrijke rol binnen de Tsjechische cultuur is tegenwoordig nog steeds merkbaar; ze staat afgebeeld op het Tsjechische 500-kronenbiljet, er is een museum aan haar gewijd en er zijn verschillende monumenten voor haar opgericht.

Terug naar het boek: Wilde Bára speelt zich af in Vestec, een fictief dorp in het Oosten van Tsjechië dat waarschijnlijk gebaseerd is op een plek waar Němcová met haar gezin heeft gewoond. Hier maken we kennis met Bára, de hoofdpersoon en heldin van het verhaal. Bára woont samen met haar vader, de plaatselijke herder Jakub, en hun hond Lišaj in het kleinste huisje van het dorp. Na Bára’s geboorte kwakkelt haar moeder een paar jaar met haar gezondheid totdat ze uiteindelijk vroegtijdig overlijdt, waardoor Bára alleen wordt opgevoed door haar vader. Na het overlijden van zijn vrouw hertrouwt Jakub niet, waardoor Bára in feite opgroeit zonder moederfiguur. Dit zou wellicht deels kunnen verklaren waarom Bára allesbehalve een typisch meisje is – ze is groot, sterk (op een gegeven moment sterker dan de jongens) en ongelooflijk dapper. Ze laat zich niet in een hokje stoppen, net zo min als ze zich in een korset laat wurmen. Zo iemand die we tegenwoordig een echte powervrouw zouden noemen.

De sterke persoonlijkheid van Bára is typerend voor Němcová’s oeuvre en vertoont ook enige overeenkomsten met de auteur zelf, die als een buitengewoon geëmancipeerde vrouw wordt beschreven, vergelijkbaar met andere vooruitstrevende vrouwelijke auteurs, zoals George Sand en George Eliot. Bára’s karakter is het tegenovergestelde van dat van de bijgelovige dorpelingen die nog net niet bang zijn van hun eigen schaduw, en zij zien haar ook liever gaan dan komen. De meesten van hen zijn ervan overtuigd dat Bára als baby door de middagheks verwisseld is met een wild kind en ze noemen haar daarom ook wel ‘heks’ of ‘wilde Bára’.

Naast haar hechte band met haar vader en trouwe viervoeter Lišaj heeft Bára nog twee andere goede vrienden: Elška, het nichtje van de pastoor, en Josífek, de zoon van de koster. Josífek wordt vaak lastiggevallen door de andere jongens, maar Bára springt regelmatig voor hem in de bres en hij krijgt een oogje op haar. Bára en Elška lijken erg van elkaar te verschillen, maar zijn toch hartsvriendinnen. De uitgebreide wijze waarop hun gevoelens door Němcová worden beschreven, is typerend voor de romantiek en er kan zelfs worden vermoed dat ze meer zijn dan enkel vriendinnen.

Tegelijkertijd zijn er ook traditionelere aspecten in het werk terug te vinden, zoals de uitvoerige beschrijvingen van het leven op het platteland en alles wat daarbij komt kijken. Op een gegeven moment wordt Elška echter het dorp uitgestuurd naar haar tante in Praag om haar fijne manieren bij te brengen. Als ze drie jaar later terugkeert naar Vestec, voelt het alsof ze nooit is weggeweest en neemt ze Bára in vertrouwen over haar nieuwe liefde Hynek, de dokter van haar tante. Juffrouw Pepinka heeft echter andere plannen en wil haar koppelen aan Sláma, de lokale rentmeester – een arglistige angsthaas in de verpakking van een braadworstje (een amusante vertaalvondst van Kees Mercks), wiens enige interessante eigenschap zijn dikke portemonnee is. Bára brengt Elška hiervan op de hoogte en samen proberen ze een plan te bekokstoven om onder dit gedwongen huwelijk uit te komen, maar het lijkt tevergeefse moeite. Bára vertikt het echter dit ongelukkige lot voor haar vriendin te accepteren en besluit om er hoogstpersoonlijk een stokje voor te steken; ze verkleedt zich als spook en jaagt de rentmeester – en tegelijkertijd ook de rest van de dorpsbewoners – de stuipen op het lijf. Ze zet hierdoor haar eigen slechte reputatie nog meer op het spel, maar dat is het haar waard om Elška te helpen ontsnappen aan een ongelukkig huwelijk. Ze wordt weliswaar betrapt en gestraft, maar ze bereikt toch wat ze voor ogen had en als een soort karmische beloning krijgt Bára ook haar eigen happy ending.

Hoewel het werk al 170 jaar oud is, merk je daar in de leeservaring niets van. Dat is een compliment aan de vertaler, Kees Mercks, voor het overbrengen van deze Tsjechische klassieker naar het hedendaagse Nederlands. Voor liefhebbers van Tsjechische literatuur is dit een verhaal dat je gelezen móét hebben, en wie nog niet bekend is met deze literatuur vindt in dit boek een ideaal beginpunt. Daarnaast zal het boek iedere lezer aanspreken die zich laat raken door verhalen over vriendschap, eigenheid en krachtige vrouwen.