Bommen op Belgrado

Muurwerk van het Romeinse legerkamp Sigidunum is zichtbaar gemaakt in de oostelijke muur van de vesting van Belgrado (Foto: Ruurd Kok)
Muurwerk van het Romeinse legerkamp Sigidunum is zichtbaar gemaakt in de oostelijke muur van de vesting van Belgrado.
Geschatte leestijd: 10 minuten

De ontelbare oorlogen om de ‘Witte Stad’

De Serven noemen hun hoofdstad Beograd, wat ‘Witte Stad’ of ‘Wit Fort’ betekent. Een naam die contrasteert met de bloedige geschiedenis van deze oude stad, gelegen aan de samenvloeiing van de Sava en de Donau. Want er zijn vele oorlogen gevoerd om Belgrado, in de vorige eeuw meerdere keren. Archeoloog Ruurd Kok ging op zoek naar sporen van het recente oorlogsverleden.

Van Belgrado had ik vooraf geen enkel beeld; kon me geen enkel gezichtsbepalend gebouw voor de geest halen. Waarschijnlijk had ik de stad niet eens op een landkaart van Europa kunnen aanwijzen. ‘Witte stad’ is de letterlijke betekenis van Beograd, zoals de Serven hun hoofdstad noemen. In onze reisgids lees ik over de ligging aan de samenvloeiing van de Sava en de Donau die bepalend is geweest voor de geschiedenis van de Servische hoofdstad. In vele oorlogen is de stad meer dan dertig keer volledig verwoest, zo meldt de eerste inleidende pagina. Belgrado heeft de twijfelachtige eer om alleen al in de twintigste eeuw vier keer te zijn gebombardeerd. Ik ben benieuwd wat daarvan nog valt te zien.

Tekst en foto’s: Ruurd Kok

Hoe omschrijf je de eerste indruk van een stad? Aan de hand van de architectuur? De drukte van het verkeer? De mensen op straat? Na een treinreis van meer dan tien uur komen we in het donker aan. Onze eerste blik op Belgrado is het oude stationnetje, dat nog het meest lijkt op dat van een provinciestadje en waar we met hobbelende koffers over de rails naar de uitgang moeten lopen. Het oude Topčider station blijkt sinds 2018 dienst te doen als eindpunt van de internationale trein uit Podgorica (Montenegro) vanwege de verbouwing van het hoofdstation van Belgrado.

Ossuarium van de verdedigers van Belgrado, aan de voet van de Jaksic-toren (Foto: Ruurd Kok)
Ossuarium van de verdedigers van Belgrado, aan de voet van de Jaksic-toren.

‘Closed, tempo problem’ zegt de taxichauffeur als we er later langsrijden. Vooral híj bepaalt onze eerste indruk van de stad. Als we amper zijn weggereden, maakt hij duidelijk dat we misschien niet op onze bestemming in het centrum kunnen komen: ‘demonstration, police, road closed.’ Z’n gebrekkige Engels is te wijten aan zijn leraar op school; lachend duwt hij met een vinger zijn neus omhoog om de man te imiteren. Z’n Italiaans is veel beter, met dank aan een Italiaanse lerares. Druk pratend met gebaren en een mix van Engelse en Italiaanse woorden rijdt hij ons de stad in, onderweg van alles aanwijzend. Dan begint hij over de bommen: ‘Primera guerra mondiale, seconda guerra mondiale’ en die van de NAVO in 1999, een jaartal dat hij met een wijsvinger in z’n handpalm schrijft als we even stilstaan. 

Hij heeft ze zien vallen, een paar honderd meter van waar we rijden en wuift naar rechts. Dan in één adem door: ‘Clinton: debile! imbecile!’ en ‘Trump good!’. Direct schiet me de waarschuwing uit de reisgids te binnen: ‘Be aware that discussions about political issues from the recent (and sometimes from the quite distant) past are easily stumbled upon.’ Hij merkt niet dat ik even zwijg over de Amerikaanse president en vervolgt: ‘Trump chef Twitter’, waar ik het dan wel weer mee eens kan zijn. De demonstratie blijkt voorbij en met een ferme handdruk en brede lach nemen we afscheid voor ons appartement aan Terazije, in het centrum van de stad.

Krijgsgeschiedenis

Als we de volgende ochtend de deur uitstappen, blakert de stad al in de zon. We wandelen door een voetgangersstraat richting een van de bekendste bezienswaardigheden, het Kalemegdan Park met de vesting van Belgrado. Het fort is gebouwd op het uiteinde van de heuvelrug waarop Belgrado ligt en domineert de samenkomst van Sava en Donau. Hier bouwden de Kelten al een versterking en na hen kozen de Romeinen deze strategische plek voor de bouw van een legioenskamp aan de Donau, die hier de grens van het Romeinse Rijk vormde. Eeuwen later, in de achttiende eeuw kwam de stad opnieuw in een grenspositie te liggen, dit keer tussen het Ottomaanse en het Habsburgse Rijk en daarmee feitelijk op de grens tussen Oost en West. De stad wisselde diverse malen van zijde en werd evenzovele keren verwoest.

In vele oorlogen is de stad meer dan dertig keer volledig verwoest

Wat krijg je als toerist mee van de krijgsgeschiedenis van een land als je een paar dagen de hoofdstad bezoekt, waarbij het programma vooral bestaat uit de gangbare bezienswaardigheden, winkelen en terrasjes? Dat geldt zeker voor een land als Servië, met een lange geschiedenis van oorlogen, vanaf de eeuwenlange strijd tegen de Turken tot het uiteenvallen van Joegoslavië in de jaren negentig van de twintigste eeuw. Als Nederlander is mijn eerste associatie bij die complexe Balkan-geschiedenis toch de val van de moslimenclave Srebrenica in 1995, met de journaalbeelden van legeraanvoerder Mladic tussen de Nederlandse blauwhelmen. 

Een indruk van de Servische krijgsgeschiedenis biedt ook het aanbod in de boekwinkels. Mladic kom ik al tegen in de eerste boekwinkel die ik binnenstap als mijn dames kleding aan het kijken zijn. In het geschiedenisschap liggen naast elkaar twee biografieën waarop de commandant me streng aankijkt vanaf de kaft. In een volgende boekhandel staan naast ‘Het dagelijks leven in middeleeuws Servië’ prominent twee boeken over het Servische leger: tijdens de onafhankelijkheidsoorlogen tegen de Turken (1876-1878) en tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918).

Het eerste bombardement

Eenmaal in het fort zoeken we zoveel mogelijk de schaduw op. We lopen langs de tombe van Damad Ali Pasha, de Turkse grootvizier die in 1716 dodelijk gewond raakte bij Petrovaradin, in de beslissende slag tussen het Oostenrijkse en het Turkse leger. Het is een van de weinige bewaard gebleven Ottomaanse bouwwerken in Belgrado. Verderop biedt een uitsparing in de oostelijke vestingmuur zicht op muurwerk van het Romeinse legerkamp Sigidunum, als in een opengewerkte tekening. We lunchen op een terras in de schaduw van een toren die deel uitmaakt van de oostelijke verdedigingswerken van de vesting. Onder onze voeten blijken in een knekelhuis de beenderen te liggen van de verdedigers van Belgrado die in 1915 sneuvelden tijdens hevige gevechten in deze omgeving. Op dat moment lag de stad al meer dan een jaar zwaar onder vuur, vanaf de oorlogsverklaring van Oostenrijk-Hongarije aan Servië, op 28 juli 1914; de eerste van de vier bombardementen uit de twintigste eeuw.

Belgrado werd in de twintigste eeuw vier keer gebombardeerd

Van het ossuarium is niet veel meer te zien dan een zwaar hekwerk met daaraan een bronzen lauwerkrans. Eenzelfde krans siert ook een groot kruis van kanonslopen dat tegen de naastgelegen muur staat. Op een bordje staan in Servisch en Engels de woorden waarmee majoor Dragutin Gavrilović zijn mannen aanspoorde voor hun laatste aanval: ‘Soldaten! Helden! Het oppercommando heeft ons regiment al opgeheven. Ons regiment is opgeofferd voor de eer van Belgrado en het vaderland. Maak je daarom geen zorgen over jullie levens, die zijn al opgegeven.’

Kroonluchter van kogels en officierssabels in de Ruziča-kerk (Foto: Ruurd Kok).
Kroonluchter van kogels en officierssabels in de Ruziča-kerk.

Voordat de verdedigers hun posities innamen aan de Donau-kade, ontvingen ze de communie in de Ružica-kerk (Rozenkerk), de garnizoenskerk binnen de vesting. Na drie dagen van zware strijd, staken Duitse en Oostenrijk-Hongaarse troepen op 7 oktober 1915 de Donau over. Vrijwel het volledige regiment van Gavrilović sneuvelde, aldus een artikel op de website Serbia.com. De eerste reactie daaronder luidt kort en krachtig ‘Strong, proud … Serbians.’ Dat de heldhaftige verdediging destijds ook buiten Servie erkenning vond, blijkt uit de toekenning van het Legion d’Honneur in 1920. Belgrado is een van de vijf steden buiten Frankrijk die deze hoogste Franse onderscheiding hebben ontvangen. De in de strijd verwoeste Rozenkerk werd in 1925 herbouwd en kreeg voor de deur beelden van een ridder en een soldaat, gegoten uit omgesmolten granaathulzen. In de kerk hangen twee kroonluchters, samengesteld uit kogels en officierssabels. 

Tweede Wereldoorlog

Vanaf het fort wandelen we terug door een rustige buurt, met oude huizen aan een straat met kinderkopjes. We lopen langs een overwoekerd terrein met hekken eromheen. Mijn aandacht wordt getrokken door de funderingen die hier en daar zichtbaar zijn onder het groen. Dan zie ik een tekst aan het hek: ‘Stop, for a moment, you who are passing by!’ In het Servisch en Engels wordt vervolgens verteld dat hier tot 6 april 1941 de Nationale Bibliotheek van Servië stond. Die ochtend troffen Duitse bommen het gebouw en veranderden het in een vuurzee die dagen brandde. De vlammen verwoestten eeuwen geschiedenis, vervat in woorden. Sinds die dag ligt hier de as van een groot deel van het historisch geheugen van het Servische volk. Het zijn de woorden van Svetlana Velmar-Janković, een in 2014 overleden Servische schrijfster. Een toevoeging daaronder meldt dat de verwoesting van de bibliotheek voor Hitler prioriteit zou hebben gehad, niet alleen vanwege de onderwerping van Servië maar ook voor de volledige vernietiging van haar identiteit. De in plastic hoesjes vastgeniete tekst hangt op meer plaatsen aan het hek. 

Ruïnes van de op 6 april 1941 verwoeste Nationale Bibliotheek aan Kosančićev venac (Foto: Ruurd Kok).
Ruïnes van de op 6 april 1941 verwoeste Nationale Bibliotheek aan Kosančićev venac.

Het bombardement, met de Duitse codenaam Strafgericht, was een directe reactie op een staatsgreep tegen de Joegoslavische regering nadat die de kant van Nazi-Duitsland had gekozen. De aantallen slachtoffers variëren enorm, van 1.500 tot 17.000 volgens Wikipedia; de website Serbia.com noemt het aantal van 2.274. In april 2013 werd tussen de ruïnes een herdenking gehouden in aanwezigheid van onder andere de minister van Cultuur, een bisschop en de directeur van de Nationale Bibliotheek. Foto’s op de website van de Servisch Orthodoxe Kerk laten zien dat aanwezigen boeken neerlegden op de muurresten, die toen amper begroeid waren. Latere herdenkingen lijken niet meer op deze locatie te hebben plaatsgevonden; foto’s daarvan zijn althans niet te vinden. Bij de herdenking in 2017 zei de minister dat het DNA van de Servische cultuur bijna was verwoest door het bombardement, het tweede dat de stad trof in de twintigste eeuw.

Het derde bombardement volgde in 1944 en moet nog zwaarder zijn geweest, vertelt gids Djordje als we de volgende dag vanaf de brug over de Sava naar de oude stad kijken. Om precies te zien was Belgrado tussen april en september 1944 elf keer doelwit van Britse en Amerikaanse bommenwerpers, aldus Wikipedia, waarbij op 16 april alleen al 1.160 burgerdoden vielen. Bommen troffen toen onder andere Terazije, de straat waar we logeren. Hetzelfde artikel meldt ook dat er discussie is over het militaire nut en dat doelen werden aangewezen door partizanenleider Tito.

Terazije met midden in de achtergrond Paleis Albanija, een in april 1944 door bommen getroffen flat (Foto: Ruurd Kok).
Terazije met midden in de achtergrond Paleis Albanija, een in april 1944 door bommen getroffen flat.

Met Djordje als gids fietsen we door Novi Beograd, aan de overzijde van de Sava. Dit stadsdeel behoorde tot 1920 aan Oostenrijk-Hongarije. Pas door het verschuiven van de grenzen, na de Eerste Wereldoorlog, kon Belgrado uitbreidingsplannen maken voor dit gebied. Novi Beograd is een planmatig aangelegde stad, met veel hoogbouw in genummerde blokken. Die nummering volgt de volgorde van onteigening van de percelen en is niet altijd logisch, zo ligt blok 1 naast blok 33.

NAVO-bombardementen

Djordje toont ons de markante gebouwen uit het Tito-tijdperk, zoals het enorme bouwwerk dat in gebruik was bij de Federale Uitvoerende Raad van Joegoslavië. Dat was ook zonder gids niet te missen geweest, maar zonder Djordje hadden we zeker de verhalen gemist over andere gebouwen. Zoals de ranke flat waarin het Centraal Comité van de Communistische Partij zetelde en die in 1999 is gebombardeerd. Djordje wijst op de lijn in de gevel die laat zien waar er extra verdiepingen op zijn gezet. Ook weet hij te vertellen dat hitte-bommen werden ingezet om het stalen geraamte van de flat aan te tasten. ‘Geluk bij ongeluk’, zegt Djordje, als hij vertelt dat er bij de bouw uit geldgebrek helemaal geen stalen skelet was toegepast, waardoor de schade beperkt bleef. Zelf zag hij het een keer plotsklaps donker worden; het gevolg van de inzet van grafietbommen waarmee kortsluiting werd veroorzaakt in elektriciteitscentrales.

Berichtgeving over die NAVO-bombardementen kan ik me nog herinneren. Verslaggever Gerri Eickhof die live in het journaal protesteerde tegen het bombarderen van een TV-zender; in mijn herinnering droeg hij een T-shirt met schietschijf, maar de foto die ik vind laat alleen een sticker op zijn jasje zien. Ik herinner me de kwade brief van een Griekse vriendin van wie ik tijden niks had gehoord en die me ineens een pagina’s lange tirade tegen het NAVO-optreden stuurde. Orthodoxe broedervolken onder elkaar en als Nederlander bevond ik me ineens in het verkeerde kamp. 

Chinese ambassade

Monument voor de vliegers van april 1941 aan de Donau in Novi Beograd (Foto: Ruurd Kok).
Monument voor de vliegers van april 1941 aan de Donau in Novi Beograd.

We fietsen langs een groot nieuwbouwproject op de plaats waar de Chinese ambassade werd getroffen, de enige misser die officieel is toegegeven door de NAVO, aldus Djordje. Ook de schade aan het grote, grauwe Hotel Joegoslavië is niet meer te zien. Wereldleiders waren ooit te gast in wat eens het meest luxe hotel van de regio was, maar in 1999 maakte het hoofdkwartier van ‘warlord’ Arkan het tot een doelwit. Achter het hotel herinnert een groot zwart monument aan een eerdere oorlog. Het herdenkt de inzet van de Joegoslavische vliegers tijdens de Duitse luchtaanval in april 1941.

Een dag later lopen we door Kneza Miloša, een drukke straat met overheidsgebouwen. Hier, aan de kruising met de Nemanjina-straat liggen de in 1999 gebombardeerde gebouwen van het Ministerie van Defensie en het Hoofdkwartier van de Generale Staf. Na de verwoesting ‘even more impressive and one of the most popular tourist attractions of the city’, aldus onze reisgids. Raamloze en grotendeels gestripte gevels geven zicht op ingezakte betonvloeren. Voor het ene gebouw hangt een spandoek met de tekst: ‘Het ministerie van Defensie en het leger van Servië’. Op het andere is een enorm billboard bevestigd met de foto van een knappe, saluerende vrouwelijke militair naast een citaat: ‘Wie durft, die kan, wie geen angst kent, gaat voorwaarts!’ Het zijn de beroemde woorden van veldmaarschalk Živojin Mišić, die deelnam aan alle Servische oorlogen tussen 1876 en 1918 en gezien wordt als de meest succesvolle Servische legeraanvoerder. Foto’s op Instagram tonen zijn beeltenis op T-shirts of als tatoeage. Het doek blijkt gesponsord door elf Servische bedrijven in de defensie-industrie.

De in 1999 gebombardeerde gebouwen van het Ministerie van Defensie en het Hoofdkwartier van de Generale Staf (Foto: Ruurd Kok).
De in 1999 gebombardeerde gebouwen van het Ministerie van Defensie en het Hoofdkwartier van de Generale Staf.

Het voelt ongemakkelijk, want dit vierde bombardement hebben ‘wij’ gedaan. Het laat ook zien hoe ‘political issues from the recent past’ onlosmakelijk zijn verbonden met die uit ‘the quite distant past’. Een verleden dat kennelijk niet zo ver weg is en waar Serven duidelijk trots op zijn. Het zijn slechts indrukken en vanuit een eigen, westers perspectief. Het maakt duidelijk hoe anders elk land omgaat met zijn geschiedenis. Vooral maakt het nieuwsgierig naar stapels boeken over de geschiedenis van de Balkan.

Met dank aan Djordje Bikic en Robbert Appeldoorn (†).

Archeoloog en journalist Ruurd Kok (Amsterdam, 1969) onderzoekt, schrijft en presenteert over de verborgen verhalen in het (stedelijk) landschap en de actuele betekenis van die sporen. Resten uit de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog hebben zijn bijzondere belangstelling. Ook tijdens vakanties in Midden- en Oost-Europa loopt hij regelmatig tegen oorlogserfgoed aan.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Archeologie Magazine, 2020 nr 3.
Ruurd Kok
Over Ruurd Kok 3 Artikelen
Archeoloog en journalist Ruurd Kok (Amsterdam, 1969) onderzoekt, schrijft en presenteert over de verborgen verhalen in het (stedelijk) landschap en de actuele betekenis van die sporen. Resten uit de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog hebben zijn bijzondere belangstelling. Ook tijdens vakanties in Midden- en Oost-Europa loopt hij regelmatig tegen oorlogserfgoed aan.