“De dreiging van Rusland is nooit ver weg”

Foto: Bram Jongejan
Geschatte leestijd: 8 minuten

Onafhankelijkheidsdag in Tallinn

Docent maatschappijleer Bram Jongejan was op 24 februari in Tallinn getuige van de Este Onafhankelijkheidsviering, die dit jaar werd gevierd in de schaduw van de oorlog in Oekraïne, die over alles heen hangt. Een reportage uit Estland.

Militaire voertuigen blokkeren de straten voor auto’s, terwijl de binnenstad van Tallinn langzaam volloopt. Het is druk in het normaal vrij gemoedelijke centrum van de hoofdstad. Ouders met kinderen op hun nek en met kinderwagens aan de hand drukken zich naar voren via de Pärnu Maantee. Deze brede asfaltweg staat ondanks de dreigende lucht aan weerszijde vol met duizenden mensen. Ze staan te wachten op de militaire parade die vanaf half twaalf hier langsloopt. Het is een belangrijk onderdeel van de viering van de Estse Onafhankelijkheidsdag, die jaarlijks op 24 februari plaatsvindt. Iedereen zoekt naar de beste plek en op de muurtjes en bankjes langs de weg staan kinderen om de parade goed te kunnen zien. Het enthousiasme is voelbaar. Met de vlaggetjes op hun wangen en in hun hand laten de kinderen zien dat dit een belangrijke dag is voor de Esten. Voor alle generaties. Maar sinds twee jaar maakt de grote invasie van Rusland tegen Oekraïne deze dag anders. Er wordt weer over oorlog gesproken. 

Tekst en foto’s: Bram Jongejan

De Pärnu Maantee loopt in de richting van het Vrijheidsplein, een belangrijk ijkpunt in het centrum van de stad. Daar herinnert de ruim 23 meter hoge Overwinningskolos – in de vorm van een kruis op een grote zuil – aan de Estse overwinning. Op 24 februari 1918 werd namelijk de Republiek Estland uitgeroepen, in de nasleep van de Russische Revolutie. Dit resulteerde in een oorlog toen de Bolsjewieken vanuit Rusland de aanval opende op de nog jonge republiek. Bij de Estse overwinning in 1920 kwam er na twee jaar strijd een einde aan de eeuwenlange overheersing door het Russische Rijk. Maar al in 1919 vormde het Vrijheidsplein het toneel voor de eerste militaire parade van een onafhankelijk Estland. Het werd groots aangepakt met militairen te voet en te paard, ondanks dat de Bolsjewieken nog niet volledige waren verdreven.  

106 jaar Estland

Bij de dranghekken op het plein staan twee jongen meiden te wachten om ook vandaag de militaire voertuigen te kunnen bekijken. Ze zijn trots op hun land. ‘Het is 106 jaar geleden dat ons land is opgericht, dit staat voor ons symbool voor vrijheid. Onze ouders en grootouders hebben niet altijd die vrijheid gehad. In al die jaren heeft Estland ook een tijd van bezetting gekend, door de Duitsers en door de Sovjet-Unie. Maar wij kunnen nu in een vrij en onafhankelijk Estland wonen.’

“Ja, we zijn bezet geweest, maar Estland bleef voor ons altijd bestaan” 

Met de onafhankelijkheid ontstond een democratisch Estland, maar niet voor lang. De bezetting waaronder de voorouders van de meiden op het plein moesten leven, was het gevolg van het Molotov-Ribbentrop pact. In West-Europa wordt dit pact uit 1939 vaak uitgelegd als een niet-aanvalsverdragtussen de Sovjet-Unie en Nazi-Duitsland. Maar in Estland staat het symbool voor het uitleveren van hun land. Het pact verdeelde Europa namelijk ook in invloedsferen van beide ondertekenaars. Hiermee werden Finland, het oostelijk deel van Polen en de Baltische staten toegekend aan de Sovjet-Unie. Kort hierop viel de Sovjet-Unie Finland, Polen en de Baltische staten, waaronder Estland, binnen. Niet veel later werd de Estse Socialistische Sovjetrepubliek opgericht. In 1941 trokken de Duitsers het Balticum binnen. Drie jaar later, in 1944 keerden de Sovjets terug. Een tijd van lange repressie en onderdrukking zette zich voort.

Foto: Bram Jongejan

Het getal 106 is belangrijk en wordt vaak genoemd. ‘Ja, we zijn bezet geweest, maar Estland bleef voor ons altijd bestaan’, legt een Amerikaans-Estse vrouw uit. ‘Het is voor ons heel belangrijk om de dag dat Estland een republiek werd te herdenken, maar ook om te herdenken dat Estland altijd een republiek is gebleven. Ook tijdens de illegale bezetting, wat helaas een onderdeel is van onze geschiedenis.’ Ze raakt duidelijk geëmotioneerd wanneer zij dit hoofdstuk van de Estse geschiedenis aansnijdt. ‘Voor ons Esten bestaat het land sinds 1918 en dat is ondanks de bezetting door de Sovjets altijd zo geweest. Maar een belangrijk deel van de wereld is ons wel als een Sovjetrepubliek gaan zien. Dat is een beeld dat nog steeds doorleeft. Maar dat is niet wat Estland is voor ons Esten.’ Op 20 augustus 1991 werd de onafhankelijkheid hersteld en in 1993, driekwart eeuw na de oprichting van het land, trok de eerste militaire parade weer door het centrum van Tallinn. 

24 februari 

Grote colonnes militairen vullen nu de Pärnu Maantee. Binnenlandse en buitenlandse militairen – onder andere uit Polen, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk – paraderen door de straat. De mensen langs de kanten van de weg reageren met uitbundig gezwaai wanneer de militairen luidkeels bulderen. Het is geen statische parade, er is interactie tussen de bezoekers en de militairen. Wanneer de colonnes leuzen scanderen, beweegt het blauw-zwart-wit van de Estse driekleur boven de hoofden van de mensen als reactie. De vlaggetjes steken bij sommigen uit de zijkanten van hun muts, zoals de horens van een strijdbare stier. ‘We moeten wel strijdbaar zijn’, zegt een jonge vrouw met uit haar muts een Estse en een Oekraïense vlag stekend. ‘Daarom heb ik ook de vlag van Oekraïne bij me. Wat hen overkomt is verschrikkelijk. Ook Estland is sinds haar oprichting niet altijd vrij geweest, ook wij hebben bezetting gekend. Het idee dat dat weer kan gebeuren – net zoals het de Oekraïners nu overkomt – is beangstigend. Het klinkt misschien gek, maar soms als ik een vliegtuig laag over hoor vliegen denk ik: “het zal toch niet echt gebeuren?” De dreiging van Rusland is altijd dichtbij.’

“Soms als ik een vliegtuig laag over hoor vliegen denk ik: het zal toch niet echt gebeuren?

24 februari is een dag met een dubbele betekenis. De militairen die de aandacht van het publiek vasthouden, dragen niet voor niks op hun linkerarm een Oekraïens symbool. De Russisch invasie die vandaag precies twee jaar geleden begon, geeft extra lading aan deze dag. ‘Ook Estland deelt een lange grens met Rusland en kent een vergelijkbare geschiedenis met Rusland als de Oekraïners’, vertelt een vader die zijn zoon op zijn nek heeft zitten. ‘Het blijft in de eerste plaats wel onze dag, maar het is zeker ook een goed moment om stil te staan bij wat er gebeurt in Oekraïne.’ Een man naast hem probeert dat nog te verduidelijken: ‘Natuurlijk voelen wij ons verbonden, wij zijn beiden bezet geweest door de Sovjet-Unie.’ De vader knikt instemmend: ‘hun situatie is nu alleen veel erger dan die van ons’.

Foto: Bram Jongejan

De steun vanuit Estland aan Oekraïne is groot en is duidelijk zichtbaar op de straten. Deze steun wordt ook onder aanwezige Oekraïners gevoeld, vertellen twee meisjes uit Marioepol verlegen. Ze hebben de Oekraïense vlag trots als cape om hun schouders geslagen en in hun handen houden zij ballonnen vast in de kleuren van het land dat hen opving. ‘Vanwege de oorlog in ons eigen land wonen wij nu hier. Dat geeft deze dag een dubbele betekenis. Voor ons is dit de dag waarop de oorlog is begonnen. Wij zij eigenlijk best een beetje van de Esten gaan houden. En zij misschien ook wel van ons, gezien hun steun voor Oekraïne. Daarom staan wij hier vandaag.’

“Wij zij eigenlijk best een beetje van de Esten gaan houden

Verderop piekt een jongetje, die een jaar of drie moet zijn, in zijn skipak boven het publiek uit. In zijn ene hand wappert hij met de vlag van Estland en met in de andere hand de vlag van Oekraïne. ‘Mijn zoontje vindt de Oekraïense vlag mooi. Vanmorgen kwam hij ermee aanlopen en zei: “blauw als de lucht en geel als de zon”. Hij wilde hem meenemen en ik dacht, waarom ook niet. Je ziet veel mensen de Oekraïense vlag meenemen. Wij weten welke strijd zij voeren. Dit maakt het een extra belangrijke dag voor mij, het is voor iedereen een grote dag zoals je kunt zien. En historisch gezien is het de belangrijkste dag van het jaar voor ons. Ik ken mensen die er niet bij kunnen zij omdat zij bijvoorbeeld in het buitenland zijn. Zij kijken online toch naar de parade.’

Rusland is nooit ver weg 

Kinderen kijken nieuwsgierig in de cabine van een voertuig met de Turkse vlag erop. Verderop zijn mensen in gesprek met militairen van het Amerikaanse leger. Estland staat er niet alleen voor moet de boodschap zijn. In 2004 trad Estland, tegelijk met veel andere landen uit Centraal- en Oost-Europa, toe tot de NAVO en dat is goed merkbaar. Op het Vrijheidsplein zijn niet alleen onderdelen van de Estse krijgsmacht aanwezig. Ook van andere NAVO-bondgenoten. En dat wordt gevoeld. ‘Persoonlijk voel ik mij veilig’, legt een toeschouwer uit. ‘Het verschil zit hem erin dat wij wel onderdeel zijn van de NAVO en Oekraïne niet. Dat gaat betekenen dat wij niet worden aangevallen.’

“We kunnen nu wel zeggen: ‘zie je wel, dat zeiden we toch’. Maar dat hadden we natuurlijk liever niet gedaan.”

Verderop staat een stel uit Finland – zij is half Ests – met hun twee kinderen op een afstand naar het militaire vertoon te kijken. Ze spreken met bewondering over Estland. ‘Je ziet dat het land goed functioneert en mensen vieren dat, ook in deze chaotische tijden’, vertelt de vader met zichtbare trots. ‘Estland heeft voor haar kleine omvang een hoop voor elkaar gekregen, ook op het gebied van sociale zekerheid.’ Zij voegt daaraan toe: ‘En ik ben blij dat wij in deze tijden nog wel in veiligheid kunnen leven. Dit komt niet alleen door onze eigen defensie, maar ook door grotere organisaties waar we lid van zijn.’ Het lijkt alsof zij het woord NAVO probeert te vermijden. Maar dan noemt zij het toch. ‘Dat in Oekraïne de oorlog al tien jaar bezig is, speelt mee op deze dag. Oekraïne is een belangrijk onderwerp voor de Esten. Wij wisten dat Rusland tot zoiets in staat zou zijn. In het Westen wilde men dat alleen niet geloven.’ Licht verwijtend: ‘We kunnen nu wel zeggen: “zie je wel, dat zeiden we toch”. Maar dat hadden we natuurlijk liever niet gedaan’.

Foto: Bram Jongejan

‘De dreiging vanuit Rusland is onderdeel van onze mentaliteit geworden en verklaart ook de steun aan Oekraïne. Voor ons is het einddoel dat Oekraïne wint op basis van haar eigen voorwaarden.’ Het Estse leger heeft net een nieuwe opperbevelhebber aangewezen die binnenkort aantreedt. In zijn eerste interview zei hij dat het slechts een kwestie van tijd is dat Estland wordt aangevallen. Het land gaat zich dus ook daadwerkelijk voorbereiden op een aanval vanuit Rusland. ‘We zijn nu veilig, maar voor hoe lang?’

Klaarstaan voor vrijheid 

Wanneer de optocht afgelopen is parkeren de militaire voertuigen verspreid over het Vrijheidsplein. Een militair tilt een jongetje van een jaar of vier bij zijn oksels omhoog en zet hem op een stoel achter een zwaar machinegeweer dat op een legertruck is gemonteerd. Sprakeloos kijkt de jongen langs het metalen gevaarte naar de mensenmassa op het plein. Hij is niet het enige jongetje dat kennismaakt met het binnen- en buitenlands wapentuig. Tieners maken foto’s van bewapende militairen, kinderen klimmen in- en uit de achterklep van legertrucks en ouderen staan te praten met militairen van een Amerikaanse Airborne divisie. Militair vertoon en de waarde van de Onafhankelijkheidsdag lijken zo samen te vallen.  

Een jong stel staat het spektakel op een afstand te bekijken. ‘Deze dag gaat over vrijheid. Wat dat is, is moeilijk om te zeggen. Maar op deze dag voel ik dat op een speciale manier. Het is onze verjaardag.’ Hij wijst naar de grote Estse vlag die samen met de Oekraïense het decor van het Vrijheidsplein vormt. ‘Wat er in Oekraïne gebeurt maakt het anders. Deze dag is dus ook verbonden met hun lot en met onze gedeelde geschiedenis. En wat hen nu overkomt kan hier zeker ook gebeuren. Rusland ligt naast ons en die dreiging is er. Je weet het nooit, we zullen klaar moeten staan.’



	
Avatar
Over Bram Jongejan 4 Artikelen
Bram Jongejan is docent maatschappijleer en studeerde Russian and Eurasian Studies aan de Universiteit Leiden. Zijn focus ligt op het onderwijs en het maatschappelijk middenveld in Centraal- en Oost-Europa en Rusland.