De effectiviteit van een woord: openlijke solidariteit of stille diplomatie?

Een gigantische origami kraamvogel gemaakt door jongerenafdelingen van Amnesty International wordt afgeleverd bij het Wit-Russische Ministerie van Binnenlandse zaken in 2007 om te vrijlating van Zmitser Dashkevitsj te eisen. Bron: Amnesty International.

‘Ik heb één tip voor Amnesty,’ stelde de voormalige Wit-Russische presidentskandidaat Andrei Sannikov in 2014 voor een volle zaal in Amsterdam: ‘maak jullie groetenkaarten lichter’. Sannikov moest in 2010 zijn kandidaatstelling voor de presidentsverkiezingen in Wit-Rusland met gevangenisstraf bekopen. In die tijd kreeg hij kaarten uit de hele wereld die hem en zijn medegevangenen hoop gaven. Zijn grote angst was dat hij ze bij één van zijn overplaatsingen achter moest laten. Vandaar zijn oproep de waardevolle kaarten lichter te maken.

Door Christie Miedema

Openlijke solidariteit of stille diplomatie?

Sannikov was dankbaar voor de solidariteit die hij had genoten. Maar in de internationale politiek staat solidariteit met verdrukten vaak op gespannen voet met economische of veiligheidsbelangen. Veel politici zweren bij stille diplomatie en hanteren daarvoor graag het argument van de effectiviteit. Regeringen zouden bij druk achter de schermen eerder bereid zijn tot concessies, terwijl zij door openlijke aanvallen juist in hun posities zouden verharden.

Omwille van de eigen veiligheid waren in de jaren van de Koude Oorlog veel Westerse politici bijvoorbeeld uiterst voorzichtig ten opzichte van landen in Oost-Europa. Ook daarbij werd het argument van de effectiviteit van stal gehaald: terwijl achter de schermen veel te bereiken zou zijn, zou openlijke solidariteit de Oost-Europese dissidenten alleen maar blootstellen aan verdere repressie. De West-Duitse SPD ging bijzonder ver in deze redenering. Toen in december 1981 in Polen duizenden opposanten in interneringskampen werden opgesloten, veroordeelden de SPD-leiders de luide solidariteitsbetuigingen met de oppositie van andere Westerse politici. Volgens hen waren de ‘grote woorden’ slechts retoriek voor de bühne, die de oppositie weinig hielp.

In de mensenrechtenbeweging, waar openlijke solidariteit een grotere rol speelt, is het argument van effectiviteit minder aanwezig. Al in haar eerste jaarverslag in de jaren zestig stelde Amnesty International: ‘Er zijn geen concrete of tastbare manieren waarop Amnesty succes kan claimen. Als een gevangene wordt vrijgelaten of een algemene amnestie wordt afgekondigd na enige publiciteit over de omstandigheden in een land, kunnen we alleen de samenloop van omstandigheden opmerken.’ Dat betekent niet dat een mensenrechtenbeweging als Amnesty niet effectief is.

actie bij Wit-Russische ambassade in Berlijn – bron: Viasna

Hoewel effectiviteit natuurlijk een belangrijke overweging moet blijven bij het vaststellen van mensenrechtenbeleid, moet daarbij de effectiviteit van een woord van steun niet worden vergeten. Een demonstratie, het sturen van een kaartje of een tweet kunnen een uiting van machteloosheid lijken, maar ze sturen wel een belangrijke boodschap de wereld in: dat de mensenrechtenschending niet vergeten is.

Het belang van een woord

Veel Poolse activisten in de jaren tachtig gingen dan ook niet mee in de redenering van de SPD dat woorden van solidariteit leeg en nutteloos waren. In een discussie met SPD’ers stelde de Poolse onafhankelijke journalist Maciej Kozlowski eind jaren tachtig: ‘Ik zou niet zeggen dat woorden niets zijn. Woorden waren belangrijk voor de mensen die in de gevangenis zaten, die ondergedoken zaten, die streden; voor hen waren woorden van morele steun erg belangrijk. Als je elke dag hoort dat je het fout hebt, is het soms fijn om te horen dat je het bij het rechte eind hebt en dat helpt je op het juiste pad te blijven.’ Ook de dissident Adam Michnik stelde achteraf over de voorzichtige reactie van toenmalig SPD-kanselier Helmut Schmidt: ‘Niemand verwachtte dat hij de Bundeswehr zou sturen, maar een woord had hij toch kunnen sturen.’

Openlijke solidariteit heeft ook nu nog zijn uitwerking. Toen Ales Bialiatski, de voorzitter van een Wit-Russische mensenrechtenorganisatie, vast zat, bood Amnesty Nederland de Wit-Russische ambassade ter ere van zijn verjaardag een verjaardagstaart aan. De taart kwam de ambassade niet in, maar de actie kwam wel aan in Bialiatski’s cel.

—————————

Dit artikel verscheen op 26 november 2015 in de Foundation Max van der Stoel nieuwsbrief

Avatar
Over Christie Miedema 17 Artikelen
Christie Miedema heeft een bijzondere interesse in Midden- en Oost-Europa, mensenrechten, sociale bewegingen en migratie. In 2015 promoveerde ze op de dissertatie Vrede of Vrijheid?, over Westerse linkse organisaties en hun contacten met de oppositie in Polen in de jaren tachtig. In 2019 publiceerde ze het boek Not a Movement of Dissidents over Amnesty International achter het IJzeren Gordijn. In het dagelijks leven werkt ze voor Clean Clothes Campaign en op vrijwillige basis voor Amnesty Nederland en Libereco – Partnership for Human Rights. Haar artikelen over Oost-Europa schrijft ze op persoonlijke titel en verzamelt ze op haar weblog middenineuropa.