Magazine over Midden- en
Zuidoost-Europa

1.682 woorden
7–11 minuten

Alle broederstaten binnen de Sovjet-invloedssfeer hebben veren moeten laten op de weg naar de zonnige toekomst van solidariteit, welvaart en gelijkheid. Op Bulgarije na, zo luidt de officiële historiografie van de tweede helft van de twintigste eeuw. Noch in de media, noch in de officiële geschiedschrijving van voor 1989 werd iets over de strijd van de staatsmacht tegen de Gorjani-beweging vermeld. De officiële partijpropaganda probeerde met alle macht de indruk te wekken dat de Bulgaarse bevolking de sovjetisering van het land stilzwijgend, ja zelfs met vreugde over zich heen heeft laten gaan. Daar spreken de archieven inmiddels anders over: de Gorjani-beweging beleeft haar hoogtepunt ruim twee jaar voor de gebeurtenissen in Oost-Berlijn in 1953, vijf jaar voor de opstand in Hongarije en tot de Praagse lente zijn er nog maar liefst zeventien jaar te gaan.

En inderdaad – in geen ander Oost-Europees land bleken de opdrachten uit Moskou zo snel en nauwkeurig door te worden gezet: na de bezetting van Bulgarije door het Rode leger in 1944 werd het Bulgaarse leger onder curatele van Sovjet-officieren gesteld. In 1946 werd de monarchie met een zwaar gemanipuleerd referendum “weggestemd” en nam de Communistische partij definitief de macht in eigen handen. Rond 1953 werd de onteigening van grote en kleine ondernemers en bezitters van landbouwgrond voltooid. In de landbouw vond naar voorbeeld van de Sovjetkolchozen de collectivisatie plaats. In het land begon een gigantische industrialisering, natuurlijk gebaseerd op de levering van delfstoffen uit de Sovjet-Unie. Alle openbare instituties werden naar Sovjet-model gestructureerd, inclusief de politie en de staatsveiligheidsdienst.

Anno 2025 zijn de archieven van de Staatsveiligheid grotendeels toegankelijk voor het brede publiek. En daaruit wordt het pijnlijk duidelijk dat de processen van het herstructureren van Bulgarije naar Sovjet-model na 1944 alles behalve zuiver en pijnloos zijn verlopen. Er worden steeds meer concrete cijfers bekend over het aantal politieke tegenstanders die wegens hun overtuigingen om zijn gebracht. Er komt ook steeds meer bekendheid over acties die vanuit de bevolking zijn ondernomen om de sovjetisering van het land tegen te houden.

Geëxecuteerd

De eerste verzetsgroepen tegen het nieuwe, door Moskou geïnstalleerde regime formeerden zich nog in het voorjaar van 1945. Ze bestonden uit oud-militairen, overheidsambtenaren en politieagenten die wraak van de nieuwe machthebbers verwachtten wegens hun anticommunistische positie voor 1944. In 1947 werd Nikola Petkov ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Petkov was leider van de fractie binnen de Bulgaarse Agrarische Nationale Unie die als oppositie tegen de steeds machtiger wordende communistische partij optrad. Zijn anticommunistische fractie werd verboden.

Aan een groot deel van de Bulgaarse boeren – zeventig procent van de bevolking – werd de laatste mogelijkheid ontnomen om op politieke weg voor hun belangen op te komen. Hierdoor werd de onteigening van hun landbouwgrond wettelijk verankerd; deze werd genationaliseerd en in staatscoöperatieven opgenomen. Dit betekende het einde van het inkomen voor een groot aantal gezinnen. Veel boeren trokken naar de grote steden om als loonarbeider in de industrie in hun levensonderhoud te voorzien.

Gewapende strijd

Een ander deel besloot echter om zich tegen de onrechtmatige onteigening van de landbouwgrond te verzetten. De enige weg om verzet te bieden zagen ze in gewapende strijd, politiek stonden ze namelijk buiten de wet. Ze bewapenden zich en trokken naar de bergen of schuilden in de bossen – het werden gorjani, de mensen van het bos. Deze naam komt van het woord gora: bos. Zo ontstond de eerste en de langst bestaande verzetsbeweging tegen een communistisch regime na de Tweede wereldoorlog. Na de moord op Nikola Petkov sloten onteigende boeren zich massaal bij de Gorjani-beweging aan.

De gorjani waren meestal in groepen actief, maar er zijn ook gevallen bekend van een enkeling die naar zijn geweer greep en in de bossen verdween. Enkele groepen verbleven in Joegoslavië of Griekenland en passeerden regelmatig de grens met Bulgarije om hun verzetsactiviteiten uit te oefenen: het innemen van dorpen, het vernielen van staatseigendom dat eerder van particuliere bezitters was geweest, of het intimideren van staatsambtenaren die met dwang landbouwgrond collectiviseerden. In de beginfase was het verzet van de gorjani actief in de gebieden zuidelijk van het Balkan gebergte – in de regio’s rondom Sliven, Stara Zagora, Velingrad en vooral in de regio van het Piringebergte. In een latere fase werden ook in het noorden van het land gorjani-groeperingen actief, hoewel het reliëf daar relatief vlak en weinig bebost is. Kortom, de gorjanibeweging was geen strak georganiseerd guerillaverzet. Het ging om spontane acties die op verschillende plekken op verschillende momenten plaatsvonden en die onderling geen of weinig samenhang hadden.

Radio Gorjanin

Bulgaarse politieke emigranten stichtten in de zomer van 1950 een radiozender – radio Gorjanin, de Bosmens. Het zendstation bevond zich in de omgeving van Athene. Een van de doelstellingen van de radiozender was om waar mogelijk de handelingen van de verschillende gorjani-groeperingen te coördineren. Een ander doel van de zender was om de bevolking aan te moedigen een mogelijke ondersteuning vanuit het Westen in geval van een volksopstand tegen de communistische dictatuur te steunen. In die tijd was nog niets over het feit bekend dat Stalin en Churchill in het geheim reeds op 9 oktober 1944 in Moskou de invloedssferen binnen Europa hebben verdeeld. Door deze verdeling was Bulgarije vast in de handen van de Georgiër beland.

Het gevolg van de afspraken van 9 oktober 1944 was dat net zoals in 1956 in Hongarije en in 1968 in Tsjecho-slowakije het Westen geen militaire ondersteuning aan opstandige landen zou bieden die tegen de grote broer uit Moskou rebelleerden. De ontvangst van de uitzendingen van radiozender Gorjanin was voor de gewone bevolking nauwelijks mogelijk. De stoorzenders langs de grens tussen Griekenland en Bulgarije waren sterk en werkten efficiënt. Er werd wel een speciale eenheid binnen de Staatsveiligheidsdienst opgezet die de informatie van radio Gorjanin analyseerde. De uitzendingen van radio Gorjanin gingen nog tot 31 juli 1962 door.

Vulko Tsjervenkov
Vulko Tsjervenkov

In april 1951 was het toenmalige staatshoofd, tevens voorzitter van de Communistische partij Vulko Tsjervenkov ernstig bezorgd over de omvang van het groeiende aantal gorjani-groeperingen in het land. Hij vreesde dat door hun verzet in een burgeroorlog zou kunnen resulteren. Daarom besloot hij om een groot opgezette actie tegen de gorjani-beweging te starten. In de nacht van 29 op 30 april 1951, de nacht van het Orthodoxe paasfeest, vonden er in het hele land arrestaties van verdachte gorjanistrijders en hun helpers plaats. De Staatsveiligheid had vernomen dat er voor mei 1951 een grote volksopstand gepland was. De planning en de coördinatie van deze opstand waren in handen van de 22-jarige lerares Tsvetana (Tsena) Stefanova Popkoëva. Overdag gaf ze les aan de kinderen op de basisschool in haar geboortedorp in de buurt van de stad Ruse aan de Donau. ’s Nachts was ze onderweg om leden voor de Gorjani-beweging te rekruteren. Stefanova Popkoëva coördineerde het verzet op een hoger niveau dan dat wat zich tot op dit moment afspeelde – ze wilde een massale volksopstand uitlokken, waarbij de gevechtshandelingen op elkaar afgestemd waren en grotere regio’s van het land omvatten.

Paasnacht

Tsvetana (Tsena) Stefanova Popkoëva
Tsvetana (Tsena) Stefanova Popkoëva

In maart 1951 verzamelde Stefanova Popkoëva vertegenwoordigers van maar liefst veertig gorjani-organisaties uit noordoost Bulgarije en kondigde aan dat de opstand in mei van hetzelfde jaar zou beginnen. De Staatsveiligheid werd door een verrader op de hoogte gesteld, wat tot de arrestaties in de Paasnacht leidde. Stefanova Popkoëva dook onder in de illegaliteit. Ze verbleef bij medestrijders, maar werd uiteindelijk in 1952 verraden en gearresteerd. Wekenlang werd Stefanova Popkoëva – gekleed in de mannenkleding die ze als gezochte persoon droeg om niet herkend te worden – door de dorpen van noordoost Bulgarije gesleurd ter afschrikking van potentiële gorjanisympathisanten. Daarna verdween ze spoorloos…

Op 1 juni 1951 werden de bergpassen rondom de stad Sliven door maar liefst 13.000 mannen tellende legereenheden en politiemanschappen afgezet. Dit allemaal om een verzetseenheid van 106 gorjani te vernietigen. Dat deze verzetseenheid, aangevoerd door Georgi Stojanov, bekend onder de bijnaam Turpana, zich juist daar bevond en het leven van de staatsmacht aldaar zuur maakte, werd uit de uitzendingen van radio Gorjanin in Griekenland bekend gemaakt. Het is tot heden niet vast te stellen of de radiozender door communistische sympathisanten was geïnfiltreerd die bewust de positie van Turpana bekend hadden gemaakt. Mogelijk heeft ook simpele nalatigheid inzake conspiratie de plannen van Turpana verraden.

Gepantserde wagen

Georgi Stojanov
Georgi Stojanov

Op 1 en 2 juni vonden er gevechten plaats, waarbij veertig gorjani om het leven kwamen. Turpana zelf raakte gewond, maar het lukte hem wel om de overlevenden in veiligheid te brengen. De aanval op de gorjani werd ter plekke door de minister van Binnenlandse Zaken persoonlijk gecoördineerd. Op een veilige afstand, niet ver van de plek waar de meest heftige gevechten plaatsvonden, volgde staatshoofd Tsjervenkov de gang van zaken vanuit een gepantserde wagen. Turpana kon dit keer ontsnappen, maar hij werd eind van het jaar alsnog verraden, vastgenomen en geëxecuteerd.

Zijn medestrijders lieten het er niet bij zitten: in 1952 waren de overgebleven medestrijders van de groep van Turpana alweer in de bergen actief; de groep was door toestroom van nieuwe leden alweer tot 156 strijders gegroeid. In dat jaar vierden ze ook één van hun grootste successen: ze verdreven voor drie hele dagen de staatsmacht uit het dorp Rakovo in de regio Sliven. Voor iedereen was duidelijk dat dit een tijdelijke toestand was, maar in deze drie dagen heersten in het dorp de principes van vrije meningsuiting, recht op particulier eigendom, en burgerrechten.

‘Wegens vijandige houding tegenover de staatsmacht’

Na 1952 namen de activiteiten van de Gorjani-beweging af – de staatsmacht met reguliere legereenheden en politie was te sterk om door relatief kleine, slecht bewapende groepen te worden bestreden. Bovendien was niemand in staat om de activiteiten van de verschillende groepen efficiënt te coördineren. Langzamerhand schikten de mensen zich naar het lot en probeerden ze hun weg onder de nieuwe omstandigheden te vinden.

Het is niet precies vast te stellen hoeveel gorjanistrijders om het leven zijn gekomen. Bewust of onbewust zwijgen de archieven hierover. Gorjanistrijders en hun helpers die door de staatsmacht levend vast werden genomen kregen lange kampstraffen. Ze werden onder een gezamenlijke noemer veroordeeld: ‘Wegens vijandige houding tegenover de staatsmacht’. Onder deze formulering werden echter ook gewone criminelen, prostituees, saboteurs en oplichters veroordeeld. Het bleek voor de communistische machthebbers te moeilijk om toe te geven dat een groot deel van de bevolking niet hun idealen van gelijkheid, geluk en vrijheid deelde.