Magazine over Midden- en
Zuidoost-Europa

‘De laatste eilanders’ is het nieuwste boek van Stefan Popa. Het vertelt het waargebeurde verhaal van Ada Kaleh, een Ottomaans eiland in de Donau dat moest verdwijnen voor de vooruitgang. Over drie vrienden die zich verzetten tegen het water en een communistisch regime.

938 woorden
4–6 minuten

Er was eens een eiland. Bijna niemand kent het. Ada Kaleh. Het lag midden in de Donau, op de grens tussen Roemenië en Servië. Een levendig eiland, met olijfbomen en sinaasappelbomen, bijna mediterraans, omringd door hoge kliffen. Er woonden zo’n duizend mensen. Tot 1970, toen werd het eiland onder water gezet, omdat een waterkrachtcentrale belangrijker gevonden werd dan deze miniwereld. Aldus schrijver en journalist Stefan Popa. Hij schreef een boek over deze voor velen onbekende geschiedenis.

Wat met name bijzonder was aan dit eiland, is dat het bewoond werd door Turken, of eigenlijk Ottomanen. Want terwijl in het Turkije van Atatürk de fez en pofbroek niet meer in het straatbeeld te zien waren, was dat op Ada Kaleh de normaalste zaak. De tijd leek hier te hebben stilgestaan. Popa had ervoor kunnen kiezen de laatste eilanders op te zoeken en hen te interviewen over deze geschiedenis, maar koos voor fictie. Het eiland fascineert hem al jaren en wilde vooral een mooi verhaal vertellen, zegt hij. Maar door de locatie van het eiland, is deze roman veel meer dan alleen een mooi verhaal. Door de levens van Azra, Deniz en Ibrahim vertelt Popa een verhaal waarin de geschiedenis en cultuur van de Ottomanen, Roemenië en een beetje Joegoslavië met elkaar verweven zijn.

Dit interview is een verkorte uitgewerkte versie van het interview met Stefan Popa in de Balkan Express podcast. Wil je het hele interview horen? Luister dan de podcast terug. 

Waarom raakte je zo gefascineerd door dit eiland?

Dat daar een iets ander klimaat is, dat daar hele andere mensen wonen dan in de rest van de omgeving. Dat is natuurlijk fascinerend. En dan lees je ook nog over een soort patroonheilige, Miskin Baba, die allemaal mensen hielp, ook na zijn dood. Die patroonheilige hield ook nog eens van een wijntje, leek me een heel gezellige man. Er gebeurden allerlei mystieke dingen op dat eiland. Er lag ook een oud fort, waarin je lekker kon ronddwalen. Er kwamen ook veel toeristen. En omdat je niet alles kunt achterhalen, kun je als schrijver ook heel erg je fantasie erin kwijt. 

Hoeveel vrijheid geef je jezelf dan om die geschiedenis vorm te geven?

Zoveel als mogelijk. Ik wil gewoon echt een mooi verhaal neerzetten. En dan mag je wel een klein beetje spelen met de tijdlijn, vind ik. Maar het moet niet vals voelen. Het moet niet fout zijn. Ik vind fictie de beste manier om de werkelijkheid te ontsluiten.

Hoe ben je te werk gegaan? Ga je dan toch in de archieven zoeken naar foto’s beeldmateriaal of beschrijvingen?

Je gaat natuurlijk wel beelden bekijken. Veel lezen ook. De reden waarom het eiland verdween was vooruitgang. Dus Roemenië en Joegoslavië hadden bedacht: we hebben meer stroom nodig, een waterkrachtcentrale en een stuwmeer, dat is een goed idee. En dat moest daar komen. De Donau was ook op dat punt lastig bevaarbaar, dus dat was ook nog een reden om dit door te zetten. Er waren meerdere locaties, maar dit vonden ze toch echt de beste locatie. En zo zijn die eilanders, is beloofd: jullie krijgen de rest van je leven gratis energie, dus het is het allemaal waard. Nou mag je drie keer raden of ze gratis energie hebben gekregen voor de rest van hun leven. Nee, ze moesten gewoon opzouten en daarmee basta. Dus die zijn naar Orsova aan de overkant gegaan of naar de zwarte zee, waar al veel Turken en Tataren wonen of naar Turkije, naar familie.

Je bent deze mensen bewust niet gaan opzoeken, waarom niet? 

De mensen zelf zijn een lastig bereikbaar, maar ik heb via Facebook wel wat mensen gevonden en gesproken die daar vandaan kwamen. Maar ik wilde niet te veel in de wonden wrijven. De mensen die ik gesproken heb zijn heel open en blij met elke manier waarop hun eiland weer tot leven komt. 

Kun je even schetsen wie je hoofdpersonen zijn en hoe je bij hen gekomen bent?

Azra is een jonge vrouw, ze wil heel graag weg van het eiland, weg van haar liefhebbende vader, ze wil gewoon op onderzoek uit. Dat gaat natuurlijk niet. In het communistische Roemenië niet en zeker ook niet in dat eiland leven. Je kan niet zomaar weg.

Deniz is de boekhandelaarszoon. Ontzettend vroegwijze jongen. Die ik natuurlijk ook een klein beetje misbruik om dan het hele verhaal op te laten schrijven. Maar een tragisch figuur. Die niets liever wil dan met Azra zijn, maar haar eigenlijk elke keer afstoot.

Dan Ibrahim is de jongen vol bravoure, stamt af van de rijke sigarettenhandelaar Ali Kadri, een fenomeen op het eiland. Is uiteindelijk gevlucht voor de communisten, want vermogend man, is naar Turkije gegaan. Maar Ibrahim blijft achter met zijn familie en voelt zich nog een klein beetje de sultanszoon van Ada Kaleh.

Naast dat het een mooi verhaal is over drie jonge mensen op een bijzonder eiland, wil je met dit boek ook nog een ander verhaal vertellen?

Dat vooruitgang voor de een, soms achteruitgang is voor de ander. Wat we hier in het Westen doen is vaak helemaal niet zo goed voor de ander. En ook dat je zou willen dat de meerderheid voor de minderheid zou zorgen, maar de tragiek is dat dit vaak niet gebeurd. Hoewel ik moet zeggen dat het in het huidige Roemenië best goed gaat. De Roma worden wel gediscrimineerd, maar over het algemeen gaan groepen best goed met elkaar om.

Roemenië is het minst populaire land in de Europese Unie om naartoe op reis te gaan en ik hoop dat ik met mijn boek ook een beetje interesse wek en dat mensen het land misschien eens gaan bezoeken. 

Fediverse reactions