De zieners. Toekomstvisioenen uit een verloren Europa

Geschatte leestijd: 3 minuten
Guido van Hengel 
De zieners. Toekomstvisioenen uit een verloren 
Europa 
Ambo/Anthos (2018) 
ISBN 978 90 263 3210 4 
Prijs: € 19,90

Op Radio 1 was Guido van Hengel al tweemaal te beluisteren omtrent zijn nieuwe boek, zowel bij Met het Oog op Morgen als OVT mocht hij aanschuiven. Vermoedelijk werd de aandacht getrokken door de ondertitel – Toekomstvisioenen uit een verloren Europa – en de flaptekst waarin sprake is van ‘een onheilspellende tijd die soms pijnlijk overeenkomt met de onze’. Alarmbelletjes gaan vanzelf rinkelen en de gedachten gaan uit naar Trump en Poetin of dichter bij huis Orbán, Wilders en Baudet. De lezer wordt daarmee enigszins op het verkeerde been gezet. Op enkele verwijzingen in de inleiding na zijn genoemde figuren in het boek geheel afwezig

Recensie door Stefan van der Poel

De zieners die in dit boek centraal staan zijn toch uit ander hout gesneden, het gaat om Frederik van Eeden, Erich Gutkind en Dimitrije Mitrinović. Het zijn niet meteen namen van grote intellectuele denkers of utopisten. Van Eeden is natuurlijk bekend, zij het vooral als romanschrijver, maar Mitrinović kende ik slechts uit Van Hengels eerdere boek De dagen van Gavrilo Princip, terwijl de naam van Gutkind mij in het geheel niets zei. Ik vermoed dan ook dat ondertitel en flaptekst door de uitgever zijn bedacht, en met succes gezien de gegenereerde aandacht.

Enorme vaart

Er zijn daarentegen genoeg andere redenen om het boek te lezen. Zo raak je al snel onder de indruk van de brede kennis die de auteur tentoonspreidt. Ook de gehanteerde schrijfstijl is zeer passend. In enkele woorden en met een fraaie kwinkslag worden ingewikkelde onderwerpen helder weergegeven waardoor de tekst een enorme vaart krijgt. Ook de soms bizarre en megalomane ideeën van de heren worden door de gehanteerde stijl tot normalere proporties teruggebracht.

De drie heren leerden elkaar kort voor de Eerste Wereldoorlog kennen, werkten gedurende enige tijd samen, botsten geregeld en gingen dan ieder weer hun eigen weg. Alle drie waren ze in de greep van het occulte: Van Eeden stond in contact met geesten van overleden collega’s, Gutkind was een anti-wetenschappelijke mysticus terwijl Mitrinović een orakeltaal bedacht die een dieperliggende werkelijkheid moest openbaren. Doel van de samenwerking was te komen tot een transnationaal intellectueel netwerk. Wat Van Hengel mooi laat zien is hoe dit netwerk tot stand kwam en opereerde. Ondanks de zeer verschillende culturele achtergronden wisten de heren elkaar te vinden, te inspireren en te bekritiseren.

Toch ontkom je bij het lezen niet aan de vraag hoe serieus we deze figuren nu moeten nemen. Zijn ze werkelijk typerend voor die tijd? Zouden de activiteiten en geschriften van bijvoorbeeld Stefan Zweig, Walter Rathenau, Joseph Roth, Martin Buber, Thomas Mann, Heinrich Mann en Romain Rolland niet een representatiever beeld hebben opgeleverd omtrent de intellectuele wereld van het toenmalige Europa? De gekozen figuren bevonden zich toch wat in de marge en leken vooral erg vol van zichzelf. Anderzijds is het bijzonder knap hoe Van Hengel ze met allerlei bredere ontwikkelingen en stromingen weet te verbinden zodat er toch een veelomvattend beeld ontstaat. Zo keren ook veel van de door mij genoemde figuren deels terug in het boek, hetgeen nogmaals bewijst hoe schijnbaar moeiteloos Van Hengel netwerken met elkaar weet te verbinden.

In de inleiding refereert de auteur aan de onlangs overleden Brits-Poolse socioloog Zygmunt Bauman die zich zijn hele leven uitvoerig met de moderniteit heeft beziggehouden. Kort voor zijn overlijden sprak Bauman zijn zorg uit over het feit dat intellectuelen zich meer en meer terugtrekken uit het maatschappelijke leven. De tijd voor grote utopieën lijkt inderdaad definitief achter ons te liggen en misschien is dat maar goed ook. Tegelijkertijd wordt het wel erg kleurloos wanneer er geen ruimte meer is voor nieuwe ideeën en vergezichten. Jay Winter spreekt in dit verband over ‘minor utopias’ die ons verder zouden kunnen helpen. Ik vrees echter dat Van Eeden, Mitrinović en Gutkind – ‘de koninklijken van geest’ zoals ze zichzelf noemden – niet als ‘kleine utopisten’ wensten te worden weggezet, daarvoor waren de ego’s net even iets te groot. Wel hebben hun activiteiten en hersenspinsels, geheel onvoorzien, dit mooie boek opgeleverd.

Stefan van der Poel
Over Stefan van der Poel 23 Artikelen
Stefan van der Poel is universitair docent bij de vakgroep Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn belangstelling gaat vooral uit naar de Joodse en Midden-Europese geschiedenis. In 2004 promoveerde hij op Joodse stadjers. De joodse gemeenschap in de stad Groningen, 1796-1945.