De zweep en suikerbrood

Buitenstaanders associëren het Roemeense communisme in eerste instantie vaak met de operettewaardige personencultus rondom dictator Nicolae Ceaușescu, de levensmiddelenschaarste uit de jaren tachtig en de gewelddadige val van het regime, waarbij meer dan 1100 doden en 3300 gewonden vielen. Maar hoe herinneren de Roemenen zich het tijdperk Ceaușescu? Sinds enkele jaren zijn het reclames voor chocola, koekjes en auto’s die de zon weer laten schijnen over de communistische periode.

Door Dragoş Petrescu

Dr. Dragoş Petrescu (1963) is historicus en docent Vergelijkende Politieke Wetenschappen en Nieuwste Geschiedenis aan het Instituut voor Politicologie aan de Universiteit van Boekarest. Hij is tevens voorzitter van de Roemeense nationale raad voor de Studie van het Securitate-Archief (CNSAS), Boekarest. Dit artikel is overgenomen uit Osteuropa 63. Jahrgang-HEFT 5/6-Mai/Juni 2013. Durchschaut. Der Kommunismus in seiner Epoche. Vertaald en bewerkt uit het Duits door Daphne Damiaans

Ceaușescu zette na zijn aantreden in eerste instantie de politiek van zijn voorgangers voort, die zich tegelijkertijd richtten op industriële ontwikkeling en op emancipatie ten opzichte van Moskou. De levensstandaard steeg, wat ervoor zorgde dat het regime in grote lagen van de bevolking in aanzien won; het voorzichtige losmaken van Moskou vleide de nationale trots. Maar ook de verwachtingen van het volk stegen. In de hoofdstad Boekarest werden vanaf 1966 complete woonwijken uit de grond gestampt en in 1970 opende een nieuwe internationale luchthaven haar deuren.

De partij moedigde een actievere vrijetijdsbesteding aan en haast vergeten vormen van gezelligheid binnen familie en vriendenkring, kort daarvoor in de officiële propaganda nog als te ‘kosmopolitisch’ afgedaan, werden in eer hersteld. De Scînteia Almanach, een uitgave van partijkrant Scînteia, besteedde in 1967 in haar eerste uitgave opvallend veel aandacht aan toerisme. Ook reis- en wandelgidsen werden in groten getalen gepubliceerd. Aangezien benzine in de late jaren zestig en vroege jaren zeventig goedkoop was, konden veel families het zich veroorloven op zomervakantie naar de Zwarte Zee-kust of Karpaten te rijden. Vanaf 1967 werden steeds meer reizen in de socialistische ‘broederlanden’ aangeboden en ten langen leste mochten ook eenvoudige mensen naar het niet-communistische buitenland afreizen.

Deze fase van het communisme duurde slechts tot het midden van de jaren zeventig, toen zich de eerste tekenen van een zware economische crisis aandienden. Begin jaren tachtig voltrok zich een scherpe economische achteruitgang, die gepaard ging met een harde beperking van de politieke vrijheid. Om de achtergebleven Roemeense economie te moderniseren ondernam het Ceaușescu-regime in deze tweede fase vertwijfelde pogingen het Sovjetmodel te kopiëren. Ze investeerde massaal in de zware industrie en begon een aantal gigantische, extreem dure projecten, zoals de verdere aanleg van het Donau-Zwarte Zee-kanaal en de zogenaamde ‘systematisering’, oftewel het socialistische herontwerp van de hoofdstad Boekarest. Ceaușescu wilde de Roemeense afhankelijkheid van het Westen terugdringen en zette alles op alles om de buitenlandse schuld te reduceren, die in 1982 de recordstand van 13 miljard dollar bereikte. De export van landbouwproducten moest stijgen, terwijl tegelijkertijd de import drastisch moest verminderen.

Vanaf begin jaren tachtig begon een fase van chronische tekorten. In 1981 werd het brood gerantsoeneerd, wat met uitzondering van Boekarest tot 1989 zo bleef. Gelijksoortige maatregelen werden getroffen voor andere basislevensmiddelen als bakolie en suiker. Volgens de officiële lezing was dit alles nodig omdat de Roemeense bevolking overmatig gebruikmaakte van levensmiddelen. Ook voor andere voedingsmiddelen en consumentenartikelen ontstond schaarste. In de rij staan voor levensmiddelen werd dagelijkse routine. Ook benzine werd gerantsoeneerd en autorijden alleen toegestaan op zondagen; in de jaren tachtig kwam gas met zo weinig druk de huizen binnen, dat mensen hun gaskachels niet meer konden gebruiken. Na de voorafgaande ‘gouden periode’ van groeiend verbruik en stijgende verwachtingen was de bevolking des te meer teleurgesteld over de dalende levensstandaard en ontevredener met het regime en haar catastrofale economische politiek.

Instrument van rechtvaardigheid

Met de revolutie van 1989 lukte het de Roemenen weliswaar het Ceaușescu-regime ten val te brengen, maar niet om de democratische oppositie aan de macht te krijgen. Het overweldigende merendeel van de bevolking was verenigd in haar haat voor het echtpaar Ceaușescu. Tegelijkertijd was er echter geen gesloten dissidentengroep die het machtsvacuüm kon vullen, dat ontstaan was door de plotselinge ineenstorting van de dictatuur. Het kostte de tweede en derde laag van de oude nomenklatoera geen enkele moeite de macht te grijpen en een overgangsregering te vormen. De oppositie moest zich verenigingen en haar politieke programma aan een bevolking voorleggen die nog altijd bang was haar land aan de ‘kapitalistische uitbuiters’ te verkopen. Tussen 1990 en 1996 blokkeerde de staat onder president Iliescu de aanname van een zuiveringswet en een onderzoek naar de vergrijpen van het communistische regime, met name de activiteiten van de geheime dienst Securitate.

Dit was reden genoeg voor veel intellectuelen om zich aan te sluiten bij de politieke oppositie en de natie van de ‘communistische ziekte’ te ‘genezen’. Zij wilden de ‘ware’ versie van de communistische periode tegenover de verwrongen versie van de postcommunisten stellen. De oppositie gebruikte ooggetuigenberichten, dagboeken en memoires om hun verhaal te ondersteunen. Talrijke herinneringen van mensen die onder het communistische regime geleden hebben verschenen en konden rekenen op brede interesse. Deze bronnen hebben een beslissende invloed gehad op de wijze waarop Roemenen zich tot op heden de communistische periode herinneren. Dit is ten eerste als wezensvreemd aan de Roemeense samenleving en opgedrongen door het Rode Leger; ten tweede zou de stalinistische terreur in geen enkele socialistische staat in Centraal, Oost- en Zuidoost-Europa zo groot zijn geweest als in Roemenië; tot slot was het communisme van Ceaușescu bijzonder repressief. Het historische beeld dat verdedigd werd door de leden van de voormalige nomenklatoera, een beeld van vooruitgang en nationale belangen, werd hiermee verdrongen.

Wat tot op heden echter uitblijft is een geschiedenis van de stilzwijgende toeschouwers en de begunstigden van de ‘stilzwijgende overeenkomst’ van de jaren zestig en zeventig. De geschiedschrijving moet ook die gewone mensen een stem geven, die op dat moment weliswaar niet tegen het regime in opstand kwamen, maar het ook niet openbaar steunden. Met grote waarschijnlijkheid geloofden deze mensen werkelijk in Ceaușescus politiek van Roemeense zelfstandigheid en zagen zij in het communisme iets wat altijd zou blijven bestaan. Ze probeerden zich er doorheen te slaan en het hoofd van hun familie boven water te houden. Tot nu toe ontbrak een uitgebreide studie naar de herinnering van deze mensen aan het communisme. Ook richtte het onderzoek na 1989 zich amper op de jaren zestig en zeventig – behalve waar het mensenrechtenschendingen en verhalen van dissidenten betrof.

Maar vanaf 2005 begon iets te veranderen: enkele Roemeense bedrijven waren op het idee gekomen hun verkoop te laten stijgen door het communisme te ‘commercialiseren’. Ze zonden televisiereclames uit waarin ze hun product in verband brachten met de ‘gouden jaren’ van de communistische modernisering. Deze spotjes, die onderdeel waren van een langer lopende reclamecampagne, namen het dagelijks leven onder het communisme als uitgangspunt van het reclameboodschap.

Communisme en chocolade

Ciocolata cu rum (rumchocolade), bekend uit de communistische periode, startte in 2005 de eerste grote televisiecampagne die dit tijdperk als uitgangspunt had. De verpakking van de chocoladerepen toonde de kleuren van de Roemeense vlag (rood, geel en blauw). Alhoewel de chocola in werkelijkheid pas sinds de tweede helft van de jaren zestig op de markt was, werd het in de reclame met het jaar 1964 in verbinding gebracht. Dit was het jaar van de beroemde ‘April-verklaring’ van de Roemeense communistische partij, waarin verklaard werd dat elke communistische partij het recht heeft zijn eigen weg te volgen in de opbouw van het socialisme. In datzelfde jaar werden als gevolg van een generaal pardon alle politieke gevangenen vrijgelaten, een beslissing die de fase van ideologische versoepeling en voorzichtige liberalisering inluidde.

De rumchocolade-reclames uit 2005 toonde een beeld van het communisme dat overeenstemde met het toenmalige beeld van het Ceaușescu-tijdperk: een tijdperk waarin grondrechten niet gerespecteerd werden en het volk onder constante bewaking van de Securitate stonden.

Twee reclamespotjes spelen in het huidige Roemenië en tonen twee jongeren, die geen eigen herinneringen aan het communisme hebben. Het eerste spotje begint met een langharige jongen die voor een bioscoopkassa in een reep rumchocolade bijt. Op dat moment stopt voor de bioscoop een zwarte Wolga van de Securitate. Twee agenten stappen uit en werpen de jonge man in de auto. Geblinddoekt wordt hij een verhoorruimte ingeleid, waar een Securitate-officier de partijkrant Scinteia leest. De agent zegt tegen de jonge man: ‘De partij wil dat je je haar afknipt!’ Hij krijgt een militair kapsel aangemeten en kort daarop werpen de agenten hem voor de bioscoop weer uit de zwarte Wolga. De slogan van de reclame luidt: ‘Rom tricolor. Senzatti tari din 1964’ (Rum-tricolor. Sterke sensaties sinds 1964).

De tweede reclame toont een jonge vrouw in minirokje en buiktruitje. Ze staat in de toegangshal van de universiteit en bijt in een rumchocolade-reep. Plotseling klinkt patriottische muziek en treedt Ceaușescu door de hal, omgeven door jonge pionieren met rode halsdoekjes en begeleid door apparatsjiks en Securitate-agenten. De secretaris-generaal blijft staan voor de jonge vrouw en schreeuwt haar toe: ‘Kameraad! Dergelijke kleding past niet bij een jonge communiste! Dat is een provocatie! Ontdoe je ervan!’ De vrouw wordt door twee Securitate-mannen naar een naastgelegen kamer gebracht, waar een vrouwelijke apparatsjik haar uniformachtige kledingstukken toewerpt. Gekleed ‘volgens de voorschriften’ wordt ze op de gang geworpen. Ook deze spot eindigt met de tekst: ‘Rum-tricolor. Sterke sensaties sinds 1964’.

Twee in het jaar 2007 gelanceerde TV-reclames zetten juist in op de positieve herinneren aan de communistische tijd. Koekjes en ijs worden verkocht met de belofte dat hun smaak herinnert aan gelukkige momenten uit het verleden. In de reclame voor de crèmekoekjes van Eugenia, in de communistische periode de meest geliefde en betaalbare snack, ziet men een officier in uniform, die in een legerkamp een brief schrijft aan zijn moeder. Een tekst in beeld vertelt: ‘2007, NAVO-basis Nasiria’. Een korporaal betreedt de tent en meld de officier in het Engels: ‘Kolonel Ionescu! Een pakketje uit het thuisland voor u!’ In het pakje vindt de korporaal Eugenia-crèmekoekjes. Als hij in een koekje bijt wordt het beeld zwart-wit, een ondertitel verschijnt in beeld: ‘Ergens, vele jaren geleden’. De kolonel verschijnt als rekruut van de communistische strijdkrachten, die een Eugenia-koekje eet terwijl hij een brief schrijft aan zijn moeder. De slogan luidt: ‘Zoet gisteren, heerlijk vandaag. De nieuwe Eugenia. Nu nog lekkerder!’

De tweede reclame vertelt een zelfde verhaal, maar in omgekeerde volgorde. We zien eerst een jongen, die bij een kraampje ijs koopt. Op de achtergrond horen we een radiostem over Ceaușescu’s laatste ‘arbeidsbezoeken’ berichten. Op een vouwfiets van het merk Pegas – de duurste en meest begeerde fietsen onder Roemeense jongeren in de communistische periode – fiets de jongen naar huis. Hij eet zijn ijsje tijdens het fietsen, ziet een hindernis over het hoofd en weet zijn fiets op het laatste moment een heg in te sturen. De jongen overleeft het ongeluk zonder ook maar een schrammetje en ook het kostbare Napoca-ijsje is onbeschadigd in de heg blijven hangen. Hij neemt een hapje en de slogan komt in beeld: ‘Napoca: de smaak van de jeugd’. Tegelijkertijd klinkt een bekend liedje uit de jaren tachtig van de succesvolle popzangeres Mihaela Runceanu: ‘Het geluk heeft jouw gezicht’. Aan het einde van de reclame leunt de jongen, inmiddels volwassen, tegen de motorkap van zijn zwarte Seat en geniet van een Napoca-ijsje.

Ook automerk Dacia, nu onderdeel van het Franse Renault-concern, beroept zich in een reclamecampagne uit 2007 op mooie herinneringen. De kijker ziet een diashow, te beginnen met een foto van een jongvolwassene die poseert voor zijn nieuwe Dacia 1300, in het voor de jaren zeventig typische felrood. Achter het stuur van deze auto ziet de jongeman voor het eerst zijn toekomstige vrouw, op de achterbank van de auto zoenen ze, de rode Dacia is hun trouwauto en in deze auto rijdt de man ook zijn hoogzwangere vrouw naar het ziekenhuis. Met dezelfde auto gaat het jonge gezinnetje op vakantie en de auto staat op de achtergrond van de foto waarop hun zoon afscheid neemt alvorens zijn dienstplicht begint. Met de Dacia rijdt het echtpaar na de val van Ceaușescu door de straten en bij de bruiloft van hun dochter fungeert hij wederom als trouwauto. In de laatste scene staat de hoofdpersoon, duidelijk oud geworden, voor dezelfde Dacia. De camerahoek wordt groter en we zien niet alleen de inmiddels drie generatie tellende familie, maar daarachter ook de oude rode Dacia 1300 en daarnaast een witte Dacia Logan. De slogan luidt: ‘Onze eerste veertig jaar. Vier ze met ons!’

De basisgedachte van het Roemenië in de jaren 1965-1977 was dat het communisme voor altijd zou blijven. Wie geen mogelijkheid had het land te verlaten, schikte zich en probeerde binnen de lijnen van het systeem iets van zijn leven te maken. Men werd verliefd, trouwde en kreeg kinderen. De meeste mensen spaarden eerst om een woning te kopen en vervolgens voor een Dacia 1300. Op vakantie ging men naar de Zwarte Zee-kust, het Bucegi-gebergte of in een van de socialistische broederlanden. Door de inspanningen van de oppositie vanaf halverwege de jaren negentig ontstond een beeld dat zich volledig richtte op de misdaden en onmenselijke politiek van het regime. De fase waarin het het regime gelukt was de meerderheid van de bevolking met een impliciet sociaal contract aan zich te binden, werd uitgevaagd. Ondanks de grote economische tegenslagen van de jaren negentig ontwikkelde zich daarom geen postcommunistische nostalgie. Dat dit sinds 2005 veranderd is, tonen de reclamecampagnes die producten in verbinding brengen met ‘de gouden jaren’ van communistische modernisering. Recente opiniepeilingen tonen dat bij veel mensen de sociale en economische prestaties van het communistische regime in het centrum van hun geschiedbeeld staan. Het is echter moeilijk te voorspellen of dit nostalgische beeld zal groeien, of dat het verdwijnt als Roemenië de economische crisis overwint.