Een positieve bijdrage leveren

Een jaar geleden, in de herfst 2015, werd de Balkan overspoeld met vluchtelingen. Meer dan 200.000 mensen trokken over Servisch grondgebied. Nu zijn die aantallen minder, maar nog steeds zijn het er meer dan de overheid aankan. Vluchtelingenorganisaties proberen de helpende hand te bieden. Niet alleen Serviërs werken als vrijwilliger, maar ook buitenlanders dragen hun steentje bij.

Door Michiel van Herpen

Twee kleine en warme kamertjes, verscholen in een onopvallend kantoorgebouw in Belgrado, fungeren als hoofdkwartier van vluchtelingenorganisatie Refugee Aid Serbia. In een kamertje staan vooral rekken met kleding te wachten op distributie, in het tweede kamertje staat een grote vergadertafel en vindt aan het einde van de middag een briefing met de vrijwilligers plaats.

De Engelsman Felix Thomson is sinds zes maanden distributie-coördinator bij de vluchtelingenorganisatie. Hij studeerde politieke wetenschappen en Frans in Engeland en werkte voorheen bij een grote liefdadigheidsorganisatie voor jongeren in zijn geboorteland.
De organisatie is een jaar geleden, bij de start van de vluchtelingencrisis, opgericht en bestaat uit vier stafleden en een van samenstelling wisselende groep van vrijwilligers van ongeveer tien personen. Refugee Aid Serbia verzorgt 270 warme maaltijden per dag alsook verzorgingsproducten (zoals tandpasta/toiletspullen/shampoo). De dag dat Thomson begon bij de vluchtelingenorganisatie kwamen er rond de 300 vluchtelingen elke dag naar het distributiepunt, inmiddels is dit gegroeid naar 1000 vluchtelingen.

Naast de distributie probeert de organisatie de aandacht voor de vluchtelingenproblematiek in Servië te vergroten door bijvoorbeeld een foto expositie te organiseren en geld op te halen via fondsenwerving. “Er zijn ongeveer 6000 vluchtelingen in Servië momenteel. Vergeleken met vorig jaar is het een stuk rustiger. Toen passeerden tienduizenden vluchtelingen het land gedurende een lange periode”, aldus Thomson.

De Engelsman vertelt dat de herkomstlanden van de vluchtelingen nu vooral Afghanistan en Pakistan zijn en dat een kleinere groep uit Noord-Afrika komt. Vorig jaar waren Syriërs en Irakezen juist de grootste groep. Sinds maart 2016 zijn de grenzen van Servië gesloten. “Dit weerhoudt mensen er niet van om te komen. Bijvoorbeeld de route via Bulgarije en ook Macedonië is populair. Deze routes zijn bepaald niet ongevaarlijk, omdat deze grensgebieden in bosrijk en bergachtig gebied liggen en dus moeilijk begaanbaar zijn”, zegt Thomson.

Procedure

Thomson vertelt dat vluchtelingen zich binnen 72 uur na aankomst in Servië moeten registreren, een asielaanvraag indienen en dat zij zich dienen te vestigen in een van de vijf vluchtelingenkampen die Servië rijk is. Doet men dat niet dan volgt arrestatie en deportatie. Maar het overgrote deel dat in Servië aankomt wil – via Hongarije – doorreizen naar Europa. “Hongarije laat echter slechts 30 vluchtelingen per dag toe. 28 personen zijn moeders die met kinderen reizen. De alleenstaande mannen – die de grootste groep in Servië vormen – moeten dus langer wachten om via de legale route tot Hongarije toegelaten te worden.”

Thomson maakt zich zorgen over het feit dat Servië in feite Hongaarse troepen ‘gebruikt’ om hun grens te verstevigen. Volgens hem raakt de grens tussen Servië en Hongarije erg gemilitariseerd momenteel.

Volgens hem slapen noog steeds honderden vluchtelingen op straat. “Vluchtelingen gebruiken vaak leegstaande gebouwen om in te bivakkeren.” Thomson wijst naar een locatie achter het grote busstation van Belgrado waar mensen in verlaten woningen verblijven.

Wat opvalt is dat Refugee Aid Serbia vooral gedragen wordt door jonge globetrotters die voor een korte of langere periode in Servië wonen. Zo kwam Thomson ook bij de organisatie terecht. “Toen ik in Belgrado aankwam, werd ik geconfronteerd met de humanitaire crisis in het centrum van de stad. Dit greep mij erg aan en ik voelde meteen dat ik actie moest ondernemen. Ik werd niet gedreven door politieke of culturele redenen noch vanwege de achtergrond van vluchtelingen, maar ik werd vooral getriggerd omdat ik zag dat deze mensen onmiddellijk hulp nodig hadden.”

Thomson denkt dat de organisatie aantrekkelijk is voor jonge buitenlandse vrijwilligers omdat er een goede sfeer heerst, het laagdrempelig is om als vrijwilliger mee te doen en omdat de organisatie naast het belangrijkste busstation in Belgrado – waar veel vluchtelingen ook slapen- voedsel uitdeelt en erg zichtbaar is. Voor toeristen maar ook voor de lokale bevolking.

Positieve bijdrage

Rond vijf uur in de middag begint in een benauwd kamertje de briefing van de vrijwilligers. Thomson verwelkomt eerst de nieuwe vrijwilligers, een aantal van hen maken deel uit van ‘Remote Year’, een nieuwe organisatie die op afstand werken en reizen mogelijk maakt. De vrijwilligers van ‘Remote Year’ willen op elke plek waar zij werken een positieve bijdrage aan de gemeenschap achterlaten.

Nadat alle taken zijn verdeeld is het tijd om met de distributie te beginnen. Het is spitsuur in de hoofdstad van Servië, langs de rij wachtende vluchtelingen lopen forenzen die van hun werk komen. Zij kijken, na een jaar, nauwelijks nog op van het schouwspel dat zich enkele meters verderop afspeelt.

Wachtend op een warme maaltijd en verzorgingsproducten staat een lange rij met bijna allemaal alleenreizende mannen uit Afghanistan en Pakistan. Eva, een van de vrijwilligsters, geeft aan dat sommige mensen uit de rij in het vluchtelingenkamp verblijven dat tien kilometer buiten Belgrado ligt. Ze vertelt dat de mannen ontevreden zijn over de kwaliteit van het voedsel in het kamp en daarom elke dag naar de distributie komen.

Kleding uitdelen. Foto Michiel van Herpen
Kleding uitdelen. Foto Michiel van Herpen

In de rijen wordt veel voorgedrongen. “Mensen zijn niet agressief, maar zijn bang dat er niks voor hen zelf overblijft, waardoor zij gaan voordringen”, aldus Thomson. Een aantal keren moet een vrijwilliger zich in de rij mengen om de orde te handhaven. Discussie is er wel, maar de sfeer wordt desondanks niet grimmig. Na een dik uur is de distributie afgelopen, de mannen zitten op het gras te eten en sommigen proberen hier en daar nog een broek te ruilen die zij net gekregen hebben.

De middag is redelijk goed verlopen, stelt Thomson vast. Hij geeft aan dat de laatste zes maanden zowel succesvol als moeilijk waren. “We hebben moeilijke periodes gekend, zoals verlies van subsidies, inspectie door de Servische overheid en onrust tijdens de distributies. Maar we hebben een succesvolle crowdfundingcampagne achter de rug waardoor we voldoende geld hebben verworven en ook meer publiciteit hebben gekregen.”
Een recent hoogtepunt was voor hem het zogenaamde ‘Routes festival’. Dit was een mogelijkheid om vluchtelingen samen te brengen met de lokale gemeenschap, waarin wederzijds door middel van workshops, discussies, kook activiteiten en danslessen verhalen werden gedeeld.

Verslavend

Thomson vertelt dat hij na verloop van tijd steeds meer te weten is gekomen over de individuele en gemeenschappelijke verhalen die de vluchtelingen bij zich dragen. Mensen die vluchten vanwege politieke instabiliteit in hun geboorteland, oorlogen, verhalen over familieleden die door terroristische groeperingen zoals ISIS en de Taliban zijn omgebracht.

“Het is erg verslavend werk omdat de hulp zo dringend nodig is. Het voelt het erg goed om mensen enigszins in hun basisbehoeften te kunnen voorzien, zoals het geven van dekens tegen de winterkou, schoenen die infecties kunnen voorkomen en warme maaltijden.”

Hoewel Thomson het erg naar zijn zin heeft in Belgrado zal hij in 2017 terug naar Engeland gaan om daar te werken bij een instelling die maatschappelijk werkers traint. Hij is van plan om in Engeland met vluchtelingen te blijven werken. “Nu ik elke dag in levenden lijve in aanraking kom met mensen van vlees en bloed die zich in zulke erbarmelijke en schrijnende omstandigheden bevinden voelt de vluchtelingencrisis minder hypothetisch en meer urgent.”