Dossier K. Een Onderzoek

Segesvári Csaba - Own Work.
Geschatte leestijd: 2 minuten

In de Nederlandse vertaling beschikten we reeds over zijn romans, zijn verhalen, een dagboek, enkele redevoeringen en zijn overdenkingen. Nu is daar met Dossier K. Een onderzoek ook een interview aan toegevoegd. Deze K. is natuurlijk Kertész zelf, maar tevens een verwijzing naar die Praagse K. die hij regelmatig citeert. Aanleiding voor dit werk vormde een serie interviews die zijn vriend en redacteur Zoltán Hafner in 2003 en 2004 met hem voerde. De transcripties van deze interviews bewogen Kertész vervolgens tot het schrijven van dit boek: een interview met zichzelf. De vragen staan keurig gecursiveerd, gevolgd door de antwoorden. Het oogt allemaal authentiek – soms onderbreekt de vragensteller de geïnterviewde zelfs of corrigeert de geïnterviewde de vragensteller, soms ook lijkt de geïnterviewde een antwoord op de vraag te omzeilen – maar dat is dus verraderlijk. Wat is het dan wel? Een autobiografie? Of toch weer een roman? Lastig. Misschien dient men het gehele werk van Kertész wel te beschouwen als de literaire neerslag van een leven en dan met name die periode die hij als 14-15 jarige in Auschwitz en Buchenwald doorbracht. De ‘ethische gevolgen van beleven en overleven’ vormen zijn voornaamste thema, zoals hij zelf antwoordt op een vraag over zijn beroemdste roman Onbepaald door het lot. Nooit is het Kertész’ bedoeling geweest een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving te geven van zijn ervaringen in deze kampen, dat levert immers geen literatuur op. Het individuele verhaal is niet zelden kitsch daar het zich onttrekt aan de wetmatigheid waar Auschwitz nu juist voor stond. Het overleven van een dergelijk kamp is per definitie een hoge uitzondering van de regel of in Kertész’ woorden: ‘een eenmalige bedrijfsstoring’.

  • Door Stefan van der Poel

Dossier K. is daarmee een vertrouwde voortzetting van zijn thematiek, zei het dat de gekozen vorm groter inzicht verschaft omtrent zijn leven, motieven en bedoelingen. Zo stelt hij dat hij door zijn ‘kinderlijke vertrouwen’ Auschwitz heeft kunnen overleven. De wereld van de volwassenen – zo geloofde hij in het kamp – zou zorgen dat hij weer heelhuids thuis terugkeerde. Ook het inzicht in de omvang van de catastrofe verloopt voor een kind veel geleidelijker. Het verklaart mogelijk ook ten dele waarom hij het overleven na de oorlog wel overleefde en zovele anderen niet (denk aan bijvoorbeeld Paul Célan, Tadeusz Borowski, Jean Améry). Doordat hij deze verschrikkingen als kind beleefde was zijn ‘Weltvertrauen’ (Améry) niet dusdanig aangetast dat verder leven onmogelijk werd. Eenmaal volwassen heeft ‘de troostende gedachte aan zelfmoord hem geholpen in leven te blijven’. Deze ‘kinderlijke lichtgelovigheid’ heeft hem overigens nooit helemaal verlaten. Na het ineenstorten van het Sovjetimperium verwachtte ook hij dat nu ‘alles en iedereen normaal zou worden’. ‘Bijgevolg viel ik van de ene verbazing in de andere: leugen, haat, racisme, domheid braken om me heen uit als een veertig jaar lang gerijpte etterbuil.’

Mogelijk dat ook de komende jaren de troostende gedachte aan zelfmoord nog dienst kan doen.

Stefan van der Poel
Over Stefan van der Poel 23 Artikelen
Stefan van der Poel is universitair docent bij de vakgroep Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn belangstelling gaat vooral uit naar de Joodse en Midden-Europese geschiedenis. In 2004 promoveerde hij op Joodse stadjers. De joodse gemeenschap in de stad Groningen, 1796-1945.