De redacteuren en medewerkers van Donau moeten kiezen: Wat nemen ze mee uit 2025? Julia Koster koos de normalisering van oorlog.
2025 gaat de geschiedenis in als het jaar waarin oorlog in heel Europa een permanent thema werd. Niet alleen in kranten en op televisie, maar ook op social media, in schoolklassen, in het Sinterklaasjournaal en zelfs in de supermarkt tussen klant en caissière. Oorlog werd een dagelijks onderwerp van gesprekken, waarschuwingen en voorbereidingen. Waar militaire escalatie eerst nog een abstract gevaar was, werd het nu een constante realiteit. De bevolking raakte stap voor stap gewend aan het idee dat grootschalig militair conflict tóch geen uitzondering is, maar een reëel gevaar. Rusland werd consequent gepresenteerd als een existentiële dreiging, terwijl kritiek op westerse strategieën al snel verdacht werd gemaakt.
Mark Rutte, jarenlang bekend als crisismanager van Nederland, trad op als hoeder van Europa. Zijn boodschap was urgent, moreel geladen en liet weinig ruimte voor nuance. Net als tijdens de coronajaren waarschuwde hij ons met opgeheven vinger – toen over een virus, nu over Rusland – en wie vragen stelde, kreeg vaak het verwijt de ernst van de situatie niet te begrijpen of Europese en de democratische solidariteit te ondermijnen.
Van Sarajevo tot Oekraïne: de waarschuwing van Joegoslavië
Het dominante verhaal wat bij ons leeft over de oorlogen in Joegoslavië in de jaren negentig concentreert zich op etnische haat en lokale conflicten. Dit frame stelt gerust: het suggereert dat de oorlogen – het gewelddadig uiteenvallen van Joegoslavië – een “lokaal” probleem was, los van bredere Europese politiek. Wie goed kijkt naar de dynamiek van, en om Joegoslavië heen, vanaf de Tweede Wereldoorlog (maar ook daarvóor), ontdekt een veel complexer beeld. Het land werd bijeengehouden door het communistische systeem en de Oost-Westbalans van de Koude Oorlog. Toen beide aan hun einde kwamen, kwamen nationale, etnische en religieuze tegenstellingen naar boven. Het uiteenvallen van Joegoslavië was geen geïsoleerd falen van een federatie, maar een vroege waarschuwing voor geopolitieke breuklijnen in Europa.
De snelle erkenning van de nieuwe staten en NAVO-interventies versnelden eerder de fragmentatie dan dat ze stabiliteit brachten. De recente geschiedenis van Joegoslavië laat zien dat interventies vaak worden gerechtvaardigd met morele retoriek — bij ons ‘de mensenrechten’ en ‘de democratie’ — terwijl de enorme onderliggende politieke en economische belangen, werden en worden, verdoezeld. Dit frame van zwart-wit duiding beperkte niet alleen het inzicht in de oorzaken van de conflicten in nu ex-Joegoslavië, maar verhinderde ook duurzame oplossingen. De situatie in de regio is nog steeds zeer instabiel.
Oekraïne als post-imperiale breuklijn
Het conflict in Oekraïne vertoont overeenkomsten met Joegoslavië. Oekraïne is officieel een groot land, maar in werkelijkheid een post-Sovjetland met interne historische verdeeldheid tussen oost en west, taal en identiteit, en geopolitieke oriëntaties. Het land functioneert als frontgebied in een groter machtsspel tussen Rusland en NAVO/EU. Contextuele analyse in onze grote media krijgt nauwelijks ruimte; de oorlog wordt daarom – net als destijds met Joegoslavië gebeurde – gepresenteerd als een strijd tussen goed (NAVO/EU) en kwaad (Milosevic/Poetin), waarbij nuance als verraad werd gezien.
Het jaar 2025 is het jaar dat militair denken binnendringt in het Europese zelfbeeld. Oorlog werd niet langer gezien als politiek falen met als doel vrede en oog voor de belangen van alle landen in onze regio, groot en klein, machtig en arm, maar als onvermijdelijk gevolg van de dominantie van de VS (“daddy”) over Europa. Kritiek op NAVO-strategie of op NAVO-uitbreiding werd verdacht. En eensgezindheid was belangrijker dan zelfreflectie.
Juist deze patronen waarschuwden de Joegoslavische oorlog: wanneer conflicten uitgelegd en behandeld worden als morele zwart-wit verhalen en men niet naar structurele oorzaken aan het licht wil brengen, dan verdwijnen de werkelijke oorzaken uit zicht en kunnen lange termijn oplossingen niet worden ontwikkeld. Emeritus hoogleraar massacommunicatie prof. dr. Cees J. Hamelink stelt in zijn vele boeken dat media conflicten vaak doen escaleren doordat zij partij kiezen, angst versterken en politieke leiders ruim baan geven. Hierdoor worden emoties bij het publiek aangewakkerd, terwijl kritische afstand ontbreekt. Volgens Hamelink is waarheid vaak het eerste slachtoffer van oorlog en crisis: journalisten die officiële verklaringen zonder voldoende controle of tegenspraak overnemen, dragen vindt hij bij aan de verspreiding van propaganda en worden daarmee medeplichtig aan misleiding.
Normalisering van oorlog en propaganda en de rol van de media
2025 markeert de normalisering van oorlog in heel Europa. Taal, media en politiek dragen bij aan een constante dreiging. De lessen van Joegoslavië zijn nog steeds relevant: als nuance verdwijnt en propaganda heerst, escaleren conflicten sneller en dreigt herhaling. Reflectie op eerdere conflicten is essentieel om vrede te behouden. Wie oorlog normaliseert zonder lessen uit het verleden serieus te nemen, bereidt zich niet voor op vrede, maar op nieuwe crises.
De grote media spelen bij dit proces een cruciale rol. Media zouden moeten onderzoeken, bevragen, nuances aanbrengen, uitleg willen geven aan het publiek en ten aller tijden de politiek controleren. Massapsycholoog en mediacriticus dr. Jaap van Ginneken stelt in zijn boeken dat Westerse media en overheden oorlogen framen en legitimeren via propaganda, niet alleen om vijanden te delegitimeren, maar vooral om publieke steun voor interventies te winnen. Dominante narratieven over conflicten worden meestal kritiekloos herhaald, terwijl genuanceerde feiten vertraging oplopen. Dit maakt de berichtgeving vooral een strijd om “hoofden en harten”, zowel binnenlands als internationaal.
Volgens Van Ginneken zouden invloedrijke media met een groot bereik veel meer ruimte moeten geven aan verschillende visies op geopolitiek en economische dynamieken, en discussies faciliteren die mensen echt informeren. Dat is immers hun verantwoordelijkheid. In plaats daarvan lijken grote media vaak de rol van woordvoerder voor beleidslijnen van o.a. de NAVO en de EU te vervullen, waarbij voornamelijk politici aan het woord komen die vaak weinig diepgaande kennis hebben van de complexe ontwikkelingen in regio’s zoals Oost-Europa. Het grootste probleem is vaak niet wat media brengen, maar welke onderwerpen ze níet behandelen en welke discussies ze niet voeren.
In Spoken: Nepnieuws en de Amerikaanse oorlogen in Vietnam en de Golf onderzoekt dr. Pien van der Hoeven, historicus en mediaspecialist, hoe nepnieuws en verzonnen verhalen tijdens historische conflicten de publieke opinie en besluitvorming beïnvloedden. Van der Hoeven laat in haar boek zien zien hoe misleidende informatie publieke steun voor oorlogen beïnvloedt, zoals in Vietnam, Koeweit en Irak.
Samengenomen tonen de drie mediaspecialisten (in mijn ogen dé specialisten van elk hun eigen generatie) aan hoe media, propaganda en politiek elkaar versterken, terwijl structurele oorzaken van conflicten of beslissingen door de NAVO nauwelijks onderzocht worden. Van der Hoeven beschrijft de pers traditioneel als poortwachter van het nieuws, maar stelt dat deze rol door sociale media sterk is verzwakt. In haar boek laat ze zien hoe verzonnen en ingebeelde gevaren via nepnieuws zijn verspreid, zoals verhalen over Iraakse soldaten die baby’s doodden in Koeweit en over mishandeling van een Amerikaanse soldaat in Irak. Deze verhalen bleken onwaar en waren bewust gecreëerd door PR-bureaus en spindokters om steun voor oorlogen te krijgen.
Volgens Van der Hoeven zijn journalisten, net als alle mensen, vatbaar voor cognitieve biases zoals tunnelvisie, groepsdenken en beperkte situation awareness. Daarnaast spelen hun eigen doelen en missies een rol in wat ze wel of niet berichten. In tijden van (dreigende) oorlog zijn journalisten vaak vaderlandslievend, wat hun kritische houding kan verzwakken. Verder leunen journalisten veel op overheidsbronnen, missen ze soms specialistische kennis en staan ze onder druk om snel te scoren met nieuws. Dit vergroot de kans op fouten, oppervlakkig wederhoor en onvoldoende controle.
Op naar 2026
2025 illustreerde hoe oorlog in Europa normaliseert: als dagelijks thema, als morele strijd en als geopolitiek gegeven. De overeenkomsten met Joegoslavië zijn duidelijk: geopolitieke spanningen, fragmentatie en reductie van conflicten tot zwart-wit moraal leiden tot escalatie. Media, propaganda en politieke framing versterken deze processen en beperken ruimte voor nuance.
De oorlog in Joegoslavië was geen geïsoleerde historische gebeurtenis, een zwart blad dat je omdraait en verder gaat, maar een vroege uiting van structurele geopolitieke spanningen binnen Europa en met de oude machtsblokken als aanvoerder in een strijd om hun macht te herstellen. Het uiteenvallen van Joegoslavië voorspelde de terugkeer van nationalisme, de fragiliteit van grenzen, de zwakte van Europese samenwerking en legde de machtspolitiek van oude grootmachten bloot.
De Europese Unie overweegt plannen om de bevroren Russische centrale banktegoeden in te zetten om financiële steun aan Oekraïne te versterken via een herstelbetalingen-constructie, maar een definitief besluit ontbreekt nog vanwege juridische en politieke twijfels binnen de EU, vooral van landen als België. De EU heeft de bevroren tegoeden onlangs permanent geblokkeerd, wat het debat over mogelijke inzet van de banktegoeden blijft voeden. Voorstanders, waaronder sommige EU-leiders zeggen dat het gebruik van de bevroren tegoeden Oekraïne kan helpen zijn enorme behoeften te dekken en daarbij druk op Rusland kan uitoefenen om verantwoordelijkheid te nemen voor de schade. Zij vinden dat deze middelen niet teruggegeven mogen worden tenzij Rusland volledige reparaties betaalt. Critici, zoals de Belgische minister Maxime Prévot, waarschuwen het direct inzetten van de tegoeden juridisch zeer twijfelachtig is en grote financiële risico’s met zich meebrengt voor EU-landen. Rusland zelf bestempelt het gebruik van deze tegoeden als diefstal en beweert dat dit escalatie kan veroorzaken of zelfs als rechtvaardiging voor oorlog kan worden gezien.
De lessen van het verleden laten zien dat oorlog geen ‘onvermijdelijke gebeurtenis’ hoeft te zijn. Wie de mechanismen van propaganda, de economische en politieke beweegredenen van machtsblokken en geopolitieke breuklijnen begrijpt en wil begrijpen, kan bijdragen aan preventie, diplomatie en vreedzame oplossingen.
Persoonlijke noot Julia Koster: Voor iedereen die wil begrijpen hoe media en propaganda oorlogen vormgeven, zijn de boeken van Van der Hoeven, Van Ginneken en Hamelink een aanrader. Ze leggen helder uit hoe nepnieuws, framing en politieke belangen ons beeld van conflicten beïnvloeden en maken duidelijk waarom kritisch en geïnformeerd blijven essentieel is in het huidige medialandschap. Ze bieden diepgaande inzichten in hoe nieuws en informatie worden gevormd, gemanipuleerd en ingezet voor politieke doeleinden, en helpen zo beter te begrijpen hoe onze perceptie van conflicten wordt beïnvloed. Spoken: Nepnieuws en de Amerikaanse oorlogen in Vietnam en de Golf - Pien van der Hoeven De schepping van de wereld in het nieuws - Jaap van Ginneken The Politics of World Communication - Cees Hamelink
