Een blikskaters mooie parabel van de USSR

Een Stalinbeeld dat heel goed de hoofdpersoon van Monumentale propaganda had kunnen ziijn. In werkelijkheid stond deze in Grodno (foto: wikimedia commons)
Voor de reeks BINNENREIZEN vragen we alle redactieleden te vertellen over de boeken uit Midden en Oost-Europa die hen de quarantaine door helpen. Gaan we voor de apathie van Oblomow? Zitten we ondergronds met Dostojewski? Of is het juist tijd voor reizen, met Andrzej Stasiuk¸Witold Szablowski of A. den Doolaard?
Monumentale progaganda
Vladimir Voinovich
2002
vertaald in het Engels door Andrew Bromfield
Alfred Knopf/Random House (2004)
verkrijgbaar bij google play books voor 5,42 euro

De buitenkans van een lockdown is niet zozeer om meer actuele boeken te kunnen lezen, want alles dat nu wordt geschreven heeft een zeer beperkte reikwijdte, maar waar bij mijn weten de echte pareltjes te vinden zijn is onder de oudere boeken die je destijds hebt gemist, omdat je te druk was met mensen knuffelen, rond te reizen of je kind naar school te brengen.

Zoals Monumentale progaganda, twintig jaar oud en de auteur is inmiddels dood, maar ik zie dat ook de Washington Post zijn recensie tot 2018 liet wachten dus zoveel later zijn we nu ook weer niet.

  • recensie door Joost van Egmond

De manier waarop dit boek tot me kwam is al typisch voor een binnenreis. Een telefoongesprek met collega Guido van Hengel bracht ons op onze gebontmutste vrienden van Perestrojkast, waarop Guido vrijelijk associeerde en De bontmuts van Vladimir Vojnovich ter sprake bracht en tipte.

Met de boekwinkels gesloten was ik aangewezen op onlinewinkels, en gezien mijn beperkt ontwikkelde betaalmogelijkheden eigenlijk op één. Die kon me niet aan De bontmuts helpen, maar wel aan Monumentale propaganda, en dat ook nog voor een prikkie.

Het bleek echt een koopje. Monumentale propaganda behandelt in 360 pagina’s de geschiedenis van de Sovjet-Unie en Rusland van pakweg 1935 tot 1995 en doet dat aan de hand van een Stalinbeeld in de fictieve stad Dolgov. Het is het soort boek dat filmscriptschrijvers werkloos maakt, een aaneenschakeling van scenes zo beeldend dat je de personages en hun acties ziet, hoort en ruikt. In 106 van zulke scenes doorlopen we de nadagen van het Stalinisme, de dooi van Chroesjtsjov, het herstel van – ja, wat eigenlijk – onder Brezjnjev en de opkomst van de Nieuwe Russen, met hun gepantserde Mercedessen en whiskey-tonics.

Het enige dat de regisseur nog te doen staat is kiezen hoe je de film onder de drie uur houdt.

Zolang die maar niet Porosjaninov de apparatsjik eruit haalt, een geniale allesoverlever die met zijn bijrol het boek houvast geeft, of Sjurotsjka de Idioot met haar lyrische voorspellingen van hoe het allemaal af zal lopen.

Wat zeker lijkt, is dat Aglaja Stepanovna Revkina de film haalt. Een gehard Stalinistisch partizane die haar man tot oorlogsheld maakte door hem met de electriciteitscentrale van de stad en al op te blazen voor de Duitsers het gebouw in konden nemen. Zij treedt op als de hoeder van het Stalinbeeld, tot het bittere einde. Een einde dat zorgvuldig en onontkoombaar volgt uit de voorgaande scenes voor wie goed heeft opgelet. Net als dat van de USSR. Maar die voorspelbaarheid bederft het leesplezier geenszins.

Joost van Egmond
Over Joost van Egmond 46 Artikelen
Joost van Egmond is journalist. Hij publiceerde ondermeer bij de NOS, Trouw, Time magazine, Nieuwsuur, Vrij Nederland, de Groene Amsterdammer en Bloomberg. Joost woonde en werkte in Belgrado van 2010 tot 2015. Hij begrijpt nogal veel van wat zich afspeelt in Zuid-Oost-Europa en treedt geregeld op als balkandeskundige. Schreef het hoofdstuk over Joegoslavië en Albanië voor Het Oostblokbloek (Nieuw Amsterdam 2014) Sinds 2016 is Joost hoofdredacteur van Donau.