‘En duld je dan, moeder, als toen, ach, als thuis / dat stille, dat pijnlijke rijm van het Duits?’

Paul Celan (Foto: Richard Sennett, Creative Commons License)
Paul Celan (Foto: Richard Sennett, Creative Commons License)
Geschatte leestijd: 4 minuten

Nieuwe editie van het Verzameld Werk van Paul Celan, vertaald en toegelicht door Ton Naaijkens

Paul Celan - Verzameld Werk, cover
Paul Celan, Verzameld Werk. Vertaald en toegelicht door Ton Naaijkens (Uitgeverij Athenaeum, derde druk 2023)
ISBN: 978 902 531 359 3 
XX blz, prijs € 34,99  

 

Historicus Stefan van der Poel bespreekt de zojuist gepubliceerde herziene uitgave van Paul Celans Verzameld Werk. Celan is een van de belangrijkste Duitstalige dichters van na de Tweede Wereldoorlog en ‘tijd-, land- en lotgenoot’ van die andere beroemde Roemeense literator, Mihail Sebastian.

Ik kan niets zeggen, niets schrijven. Woorden helpen niet. (…) Ik vond in de bergen mijn uitgelatenheid niet terug. Bijna melancholiek – bijna triest. Ik voel een ik weet niet welke oude vermoeidheid, en ik draag overal mijn ongeneeslijke eenzaamheid mee.

Het is een citaat uit het dagboek van Mihail Sebastian (1907-1945) dat hij noteerde op 31 december 1944 tijdens een tocht in de Roemeense Bucegibergen. Het leger van de Sovjets had de nazi’s kort tevoren uit Roemenië verjaagd en de Roemeens-Joodse schrijver Sebastian realiseert zich dat de oorlog dan wel ten einde is, maar dat er iets onherroepelijks in hem is veranderd, en dat hij verder zal moeten leven met een ‘ongeneeslijke eenzaamheid’. Sebastian – wiens echte naam Iosif Hechter luidt – zou niet lang daarna, op 29 mei 1945, in de straten van Boekarest, door een Russische vrachtwagen worden doodgereden.

Recensie door Stefan van der Poel

Bij het lezen van dit dagboekfragment moest ik onwillekeurig denken aan Paul Celan (1920-1970), diens tijd-, land- en lotgenoot. Ook hij overleefde ternauwernood de oorlog en wist eveneens dat zijn verdere leven in het teken zou staan van de verschrikkingen die hij in de oorlog had meegemaakt. Hoe de woorden te vinden om die ervaringen uit te drukken en weer te geven? Zijn geliefde moedertaal was de taal van de moordenaars geworden.

Het verzameld werk van dichter en vertaler Celan is in zijn geheel vertaald in het Nederlands, en wel door Ton Naaijkens (1953), voormalig hoogleraar Duits en Vertaalwetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Eerder verschenen er slechts enkele selecties uit het werk van Celan, zoals in 1988 van Paul Sars in samenwerking met de vertaler-dichter C.O. Jellema. Het Duitse origineel van Celans gedichten staat steeds op de linkerpagina en de Nederlandse vertaling van Naaijkens op de rechterpagina. Het geheel is tevens van een indrukwekkend nawoord voorzien waarin Naaijkens in heldere bewoordingen het toch moeilijk toegankelijke werk van Celan tracht te kenschetsen. Zo schrijft hij: ‘Celan geeft in zijn poëzie uitdrukking aan uiterste ontzetting. Niet door deze bloot te leggen maar door haar al sprekende steeds veelzeggender te verzwijgen.’ Het nawoord is overigens geschreven op een opmerkelijke datum: 20 april 2020. Precies 100 jaar na de dood van Celan. Het gehele werk omvat ruim 900 pagina’s en is meer dan vijf centimeter dik. Het is een waar levenswerk. In 2023 ontving Naaijkens de Martinus Nijhoff Vertaalprijs voor zijn vertalingen van poëzie en proza uit het Duits.

Zijn geliefde moedertaal was de taal van de moordenaars geworden.

Celan, wiens eigenlijke naam Paul Antschel luidt, was een Duitssprekende Jood uit Czernovitz/Cernăuți in de voormalige Boekovina (het tegenwoordige Tsjernivtsi in Oekraïne). Deze regio maakte tussen 1774 en 1918 deel uit van het Habsburgse Rijk, en in het Interbellum van Roemenië, en was een multiculturele regio waar onder anderen Roemenen, Hongaren, Duitsers, Polen, Oekraïners en Armenen leefden. Het Duits gold voor vele burgers, en zeker de Joden onder hen, als de cultuurtaal. De Tweede Wereldoorlog maakte echter een einde aan dit multiculturele karakter en verschoof, zoals vaak in de geschiedenis van deze regio, de grenzen.

Deze oorlog tastte ook de Duitse taal aan. Hoe kunnen woorden in juist deze taal van de daders de wonden zichtbaar maken? Woorden die moeten getuigen van de grootschalige misdaden en de vernietiging van een cultuur? Het is die vraag, die in vele variaties in het werk van Celan terugkeert. In één van zijn vroegste gedichten: Nähe der Gräber/’Nabijheid van de graven’ luidt de laatste zin (in de vertaling van Naaijkens):

En duld je dan, moeder, als toen, ach, als thuis,
dat stille, dat pijnlijke rijm van het Duits?

Het dichten van Celan is een voortdurend pogen om aan de hand van sombere metaforen het onuitspreekbare leed te benaderen. Celan lijkt zich daarbij pijnlijk bewust van de ontoereikendheid van zijn pogen, de kloof lijkt niet te overbruggen; het is een wereld die zich aan de taal lijkt te onttrekken. Op verschillende momenten lijkt hij zelfs te verstommen. Naaijkens noemt taal en poëzie voor Celan diens enige houvast. Vanaf de jaren zestig is Celan regelmatig onderhevig aan ernstige depressies en wordt hij ook enkele keren opgenomen. In de nachtelijke uren en in zijn dromen komen beelden en namen bovendrijven. Hij voelt een dwang om zich te verenigen met de geliefden die hij in zijn leven heeft verloren. In zijn latere gedichten lijkt de naderende dood zich zelfs aan te kondigen. Celan stelt vast dat hij niet meer met zichzelf samenvalt: ‘ich bin ganz uneins mit mir’.

Net als Sebastian, bleef ook Celan na de oorlog een buitenstaander, een terugkeer bleek niet mogelijk. Naaijkens: ‘Er zijn vele Celans, maar in wezen was en bleef hij de displaced person voor wie een terugkeer naar zijn oorspronkelijke woonplaats onmogelijk was geworden.’ Op 20 april 1970 maakte hij in Parijs een einde aan zijn leven door vanaf de Pont Mirabeau in de Seine te springen.

Stefan van der Poel
Over Stefan van der Poel 23 Artikelen
Stefan van der Poel is universitair docent bij de vakgroep Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn belangstelling gaat vooral uit naar de Joodse en Midden-Europese geschiedenis. In 2004 promoveerde hij op Joodse stadjers. De joodse gemeenschap in de stad Groningen, 1796-1945.