Europese culturele hoofdstad Tartu: een blik naar binnen of naar buiten?

Het centrale stadsplein van Tartu (Foto: Bram Jongejan)
Het centrale stadsplein van Tartu.
Geschatte leestijd: 7 minuten

Tartu is in 2024 een van de Europese culturele hoofdsteden. De tweede stad van Estland kent een roerige geschiedenis en een diverse populatie. Hoe kijken deze inwoners naar hun stad? Een blik op Tartu in gesprek met twee van haar inwoners.

  • Tekst en foto’s: Bram Jongejan

Verspreid door de gangen liggen overal grote zitzakken in het rood, groen, grijs of blauw, die worden afgewisseld met hangbanken en andere gemakkelijke stoelen. Wie goed luistert hoort geroezemoes in het Ests en Russisch, maar ook in het Engels, Italiaans, Duits of Spaans. Op de brede gangen en in de grote open ruimtes zijn alle zithoeken bezet en vanuit het systeemplafond hangen bordjes aan kettinkjes die de weg wijzen: afdeling Computer Sciences. Afdeling Economics and Business Administration. Afdeling Mathematics and Statistics. In slobberige hoodies en tussen de kartonnen koffiebekers hangen overal groepjes studenten rond. Het is moeilijk om nog een studieplek te vinden tussen de wirwar van laptopopladers en brandende beeldschermen. 

Deze faculteit in Tartu is een plek die breder in Europa wordt opgemerkt. De tweede stad van Estland staat bekend om haar universiteit en een groot deel van de inwoners is student. Financieel gesteund met een Erasmusbeurs komen studenten vanuit heel Europa hier studeren en worden de talen vanuit heel Europa gesproken in deze op het oog bescheiden stad. Op verschillende plekken verspreid door Tartu zijn de gebouwen van de universiteit te vinden. Sommigen strak en modern, anderen klassiek met zuilen. Van de kleine 100.000 inwoners van Tartu zijn er 15.000 student, afkomstig uit meer dan honderd landen.

Een van deze studenten is de vijfentwintigjarige Masha. Samen met haar wat paniekerige hondje, komt zij in een gele jas met rode muts naar de faculteit gewandeld in de stad die zij sinds 2019 haar thuis noemt. In het universiteitsgebouw ploft zij na lang zoeken neer in een riante studeerstoel, tussen de gekleurde zitzakken. 

Met haar onrustige hond op schoot, begint zij over zichzelf te vertellen. ‘Oorspronkelijk kom ik uit het Russische Siberië en ben geboren en getogen in de stad Krasnojarsk.’ Hoe je dan een kleine 4000 kilometer verderop in Tartu belandt vraagt om uitleg. ‘In Rusland viel het mij al op jonge leeftijd op dat mijn achternaam anders was dan die van de andere kinderen op school’ Dat zij op haar veertiende voor een schoolopdracht haar stamboom moest uitzoeken bleek het startschot. ‘Thuis hadden we het nooit over die gekke achternaam. Mijn vader had alleen ooit gezegd dat het Ests of Fins kon zijn.’ Aan de hand van een oud militair persoonsbewijs van een familielid, stuitte zij op de afkomst van haar opa van vaders kant. Estland dus. Het was het begin van wat haar naar Tartu zou brengen. 

Gesticht door kruisvaarders

De geschiedenis van Tartu als stad begint in de dertiende eeuw, wanneer Duitse kruisvaarders de Esten verslaan en het Prinsbisdom Dorpat stichten. Hoofdstad Dorpat, het huidige Tartu, werd in de jaren die volgden een belangrijk knooppunt voor de handel met steden als het Russische Novgorod en Pskov en groeide uit tot een Hanzestad. Deze geschiedenis is tot op de dag van vandaag nog steeds tastbaar. Midden in Tartu liggen nog altijd de brokstukken van het oude Dorpat. Rode stenen vormen in brokstukken samen met de half staande gewelven nog de contouren van wat in baksteen-gotische stijl ooit de Dom van het prinsbisdom is geweest. Destijds het middelpunt van de stad, maar al sinds de zeventiende eeuw een ruïne. 

Het karakter van Tartu is duidelijk niet hoofdstedelijk, zoals het op enkele uren rijden, aan de Finse golf gelegen Tallinn. Tartu ligt meer landinwaarts, in het zuidoosten van Estland. Tussen de licht glooiende velden die worden afgewisseld door donkere grote boompartijen maakt Tartu een knusse indruk. Kronkelende wegen onder de schaduwen van vele bomen vormen een krullend geheel. De toepasselijke bijnaam van dit stadsdeel is Supilinn, soepstad. Langs de wegen staan vele honderden, misschien wel duizenden kleine houten huisjes, die zijn geschilderd in verschillende pastelkleuren. Hun lichtroze, lichtblauwe of groenige geveltjes, afgewerkt met kozijnen van houtsnijwerk, vormen in hun diversiteit samen een bont geheel. De rijke en roerige historie van deze stad is zo aan de straten af te lezen. 

Straatbeeld in Tartu. De stad telt veel houten huizen.

Na een reeks oorlogen kwam Tartu eind zestiende eeuw in het Pools-Litouws Gemenebest te liggen en groeide het, naast een centrum van handel, ook uit tot een centrum van onderwijs. In 1625 veroverden de Zweden Tartu en omgeving voorgoed op het Pools-Litouwse leger en in 1632 stichtte de Zweedse Koning Gustaaf II Adolf van Zweden daar de Universiteit van Tartu. Die nog altijd sfeerbepalend is. Totdat de Russen onder leiding van Peter de Grote in 1704 de macht overnamen en de universiteit in 1710 sloten. Ze zou haar deuren pas weer in 1802 openen. Deze Grote Noordse Oorlog zorgde voor veel schade aan de stad. Gevolgd door een grote verwoestende brand in 1775 moesten grote delen weer worden opgebouwd. Hier herinneren de huizen in pastelkleur, die van na die brand dateren, nog altijd aan.

De eerste indruk van Tartu hangt af van de kant waarvan je de stad binnenkomt. Wie vanuit het noorden de stad betreedt, voert langs de houten huizen uit negentiende eeuw. Kom je vanuit het zuiden de stad binnen, dan zijn de pastelkleurige huisjes vervangen door moderne bedrijventerreinen en het grijze grauw van de Sovjetarchitectuur. Als dominostenen staan de grijze woonblokken langs de kanten van de straten en maken het contrast met de houten huizen en het historische centrum alleen maar groter. In het historische centrum ligt het Stadhuisplein, omgeven door verschillende gebouwen, waaronder het oude stadhuis. Dit neoclassicistische gebouw werd eind achttiende eeuw, na de grote brand, voltooid. Sinds 1998 staat er een bescheiden standbeeld voor het gebouw van twee kussende studenten. Symbolisch voor Tartu. Vanaf de kussende studenten loopt het centrale Stadhuisplein, slechts afgesneden door een autoweg, uit op de rivier de Emajõgi, dat Moederrivier betekent. Het is een licht kabbelende stroom van ongeveer 50 meter breed. 

Villa kakelbont tussen het Sovjetbeton

Iets buiten het centrum, in een omgeving van Sovjetbeton, staat een grote groenhouten villa, die doet denken aan villa kakelbont. Het is opgebouwd uit horizontale houten latten en drie houten puntige erkers die samen een imposant dak vormen. Een brede trap met in figuren gezaagde houten leuningen aan weerszijden leidt naar de ingang. Binnen zetelt de Eesti Kultuuriseltside Ühendus (EKÜ), de Organisatie van Estse Culturele Verenigingen. Het is een koepelorganisatie waaronder verschillende binnen- en buitenlandse verenigingen vallen die zich bezighouden met Estse cultuur en identiteit. 

Ergens achter in de villa in een rommelig kantoortje zit Liina die sinds 2018 de voorzitter van de koepelorganisatie is. Zittend op een te hoge bureaustoel raken haar voeten met plastic slippers amper de vloer. Liina is een vijftiger met kort rood geverfd haar dat de uitgroei van haar grijze haar niet goed weet te verbergen. En hoewel op haar beeldscherm Google Translate al geopend is, praat zij in goed verstaanbaar Engels meteen honderduit. ’Ik ben heel erg Ests! Heel erg Ests!’ zegt Liina in een poging zichzelf te beschrijven. ‘Mijn beide ouders zijn Ests, mijn man is Ests en ook zijn grootouders. Onze kinderen dus ook. Eigenlijk gewoon onze hele familie.’ Wat Ests zijn voor haar betekent, vindt zij moeilijk uit te leggen. ‘Iets met taal, waarden en tradities?’ 

Het kantoor van Liina in de Organisatie van Estse Culturele Verenigingen

Voor haar stadgenoot Masha begon haar zoektocht naar Estland vanuit Krasnojarsk, waar zij zich aansloot bij een organisatie die zich inzette voor Estse cultuur. Masha vertelt enthousiast hoe zij bij haar zoektocht de Esten goed heeft leren begrijpen. ’Esten realiseren zich dat zij een natie zijn met een eigen cultuur en dat hen een eigen soevereine staat toekomt. Veel Esten die ik ken zijn sterk verbonden met hun tradities.’ Zij legt uit dat dit te maken heeft met de lange bezetting. Wanneer het over Rusland gaat is Masha uitgesproken: ‘Mijn land is imperialistisch en heeft Estland lang bezet. Esten zijn nooit zoals Russen geweest, het land is altijd al meer ontwikkeld geweest, het is veel meer Europees dan Rusland.’

Volgens Liina veroorzaakt die Europese blik van Tartu en Estland wel een tweedeling in de samenleving. Zij doelt daarbij op conservatieve en liberale stromingen. ‘Liberalen zijn niet meer geïnteresseerd in traditionele Estse waarden. Het enige wat conservatieven en liberalen delen is dat zij dezelfde Estse taal spreken.’ Zelf identificeert Liina zich als conservatief en praat trots over Kaleviapoeg, een bundel van gedichten en verzen geschreven door Friedrich Reinhold Kreutzwald, die in Tartu studeerde en doceerde, dat als het Estse nationale epos wordt gezien. Volgens Liina is dat belangrijk voor de Estse identiteit en waarden. Een beetje draaiend op haar stoel zegt zij dan opeens luid: ‘Maar Europa vormt een bedreiging voor die waarden! Liberale opvattingen binnen de Estse samenleving komen uit de Verenigde Staten en de Europese Unie en worden ons opgelegd! Wij zijn een klein land en dan zijn de taal en tradities extra belangrijk.’ 

Een kans of een bedreiging

Pas in 1918 lukte het de Esten om voor het eerst een onafhankelijk Estland uit te roepen. Deze jonge parlementaire republiek bestond maar kort. In 1939 keerden de Russen terug, dit keer onder de Sovjetvlag. De invloeden uit de Sovjettijd zijn in Tartu nog goed te herkennen, al wordt dat vakkundig verdoezeld. Tegenwoordig moeten kleurig gepleisterde muren met hippe kleurrijke graffiti verhullen door welke macht de betonnen blokken ooit zijn gebouwd. Uiteindelijk werd Estland in 1991 onafhankelijk van Moskou en in 2004 trad het land toe tot de Europese Unie. Voor Tartu als studentenstad betekende dat ook het begin van een nieuwe bloeiperiode door de aanwas van vele buitenlandse studenten. Zij geven de stad een internationaal en open karakter.

Dit karakter wordt benadrukt nu Tartu in 2024 een van de drie culturele hoofdsteden van Europa is. De andere twee zijn het Oostenrijkse Bad Ischl en het Noorse Bodø. Het toewijzen van de titel van Europese culturele hoofdstad is begonnen met het doel de verscheidenheid én gemeenschappelijkheid van Europa te benadrukken. Een gedachte waar de Russische Masha zich in herkent. ‘Hier in Tartu heb ik geleerd dat Estse sleutelwaarden vrijheid en onafhankelijkheid zijn, daarom ben ik hier. Mijn leven in Tartu heeft veel invloed op wie ik ben geworden’ legt zij uit. ‘Ik was in Rusland al open-minded en wilde nieuwe dingen leren, maar Estland bood mij daadwerkelijk de kans om te reizen en met andere mensen uit heel Europa in contact te komen. Dit liet mij zien dat er een andere weg was met andere waarden. In Rusland was vrijheid voor mij misschien toch meer een vaag idee. Sinds ik in Tartu studeer, ervaar ik vrijheid pas echt, samen met studenten van andere culturen en landen. 

Liina ziet in die verscheidenheid aan culturen vooral een bedreiging. ’Invloed van buitenaf heeft onze mentaliteit gevormd’ zegt zij resoluut. ‘Het begon met de Duitse kruisvaarders die ons land binnentrokken en een grote invloed hebben achtergelaten. Later kwam, ook vanuit Duitsland, de reformatie. Dit is in stand gehouden door de Zweden die zich vervolgens hier vestigden. En toen kwamen de Russen.’ Uit haar driftige geschiedenisles klinkt frustratie. ‘Nu zijn we weliswaar onafhankelijk, maar wat betekent dat eigenlijk?’ De EU en de VS dringen ons van alles op en zo gaat de Estse identiteit verloren. Onze geschiedenis is getekend door bezetting. We zijn daardoor gewend te zwijgen.’

Wandelend over het Stadhuisplein, de hond vrolijk mee dartelend, legt Masha juist uit hoe dankbaar zij is dat zij vanwege haar afkomst hier mag studeren. ‘Tartu heeft mij die kans geboden.’ Voor Masha is die cultuur vooral te vinden in de vrijheid die zij in deze stad en dit land geniet. ’Het is hier open en je kunt hier alles bespreken, iets wat mij sterk als persoon heeft veranderd. Ik pas hier beter dan in Rusland. Dit is nu mijn thuis en ik hoop dat ik na mijn afstuderen hier mag blijven.’ 

Avatar
Over Bram Jongejan 3 Artikelen
Bram Jongejan is docent maatschappijleer en studeerde Russian and Eurasian Studies aan de Universiteit Leiden. Zijn focus ligt op het onderwijs en het maatschappelijk middenveld in Centraal- en Oost-Europa en Rusland.