Magazine over Midden- en
Zuidoost-Europa

Al sinds zijn vrijlating, in maart 1991, is Fatos Lubonja de bekendste ex-politieke gevangene van Albanië. Na de val van het communisme waren Fatos Lubonja en de huidige Albanese premier Edi Rama dikke vrienden en streden ze samen tegen de regering. Nu is Lubonja een van Rama’s grootste critici.

3.865 woorden
16–25 minuten

In juli 1974 is Fatos Lubonja 23 jaar, net afgestudeerd in de theoretische natuurkunde aan de Universiteit van Tirana. Hij is vader van een dochtertje en zijn vrouw Zana is zwanger van hun tweede kind. In 1973 zijn er zuiveringen in de communistische partij: Hoxha bestrijdt nu het liberalisme. Men arresteert Lubonja na de vondst van manuscripten en dagboeken, waarin hij kritiek op de partij en dictator Enver Hoxha heeft. De aanklacht luidt: agitatie en propaganda. Het vonnis: zeven jaar gevangenisstraf en dwangarbeid in Spaç. Zana en zijn dochtertje moeten hun huis verlaten en worden verbannen naar het platteland. Fatos Lubonja krijgt in 1979 een tweede veroordeling en brengt uiteindelijk zeventien jaar van zijn leven door in diverse werkkampen en gevangenissen in afgelegen gebieden.

Het einde van het communisme in Albanië komt pas jaren na de val van de Muur. Als Fatos in maart 1991 vrijkomt, is hij veertig. In een chaotisch Tirana ziet hij zijn vrouw, twee al bijna volwassen dochters en de rest van de familie terug. Als langgestrafte politiek gevangene is hij een bekende bij Amnesty International en PEN. Al in mei 1991 gaat NRC-journalist Alfred van Cleef op bezoek bij hem, zijn vader Todi en zijn schoonvader Fadil Pacrami, die beide van 1972 tot 1987 gevangenzaten. De rest van de familie heeft al die jaren gewoond in ïnterneringskampen op het platteland. Van Cleef vertelt in een paginagrote reportage wat hij in het oude verwaarloosde familiehuis van de Lubonjas in het centrum van Tirana aantreft: overvolle kamers, geen enkele privacy, geen banen en geen geld, onvoldoende eten.

Fatos Lubonja in 1973, na zijn afstuderen
Fatos Lubonja in 1973, na zijn afstuderen

Via interviews ontrafelt Van Cleef de dramatische familiegeschiedenis van de Lubonja’s en de Pacrami’s. Todi Lubonja, directeur van de Staatstelevisie en Radio en Fadil Pacrami, een beroemd toneelschrijver, vochten samen met Enver Hoxha en de partizanen en zijn overtuigde communisten. Tot 1973 hebben ze goede posities en comfortabele huizen; ze leven in relatieve luxe. Tot Hoxha in 1972, na een songfestival dat op tv wordt uitgezonden, vindt dat de zangeressen te westers zijn gekleed en de muziek niet socialistisch realistisch genoeg. Hij begint een zuiveringscampagne tegen de westerse cultuur. Popmuziek, moderne schrijvers en filosofen met liberale ideeën, de mode met korte rokken en wijde spijkerbroeken; alles is taboe. Todi Lubonja en Fadil Pacrami worden ontslagen uit hun functie, gearresteerd en na showprocessen veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf. Alle familieleden – vrouwen, kinderen, broers, zusters, neven en nichten – worden uit hun huizen gehaald en geïnterneerd in dorpen ver buiten Tirana. Daar leven ze in grote armoede tot 1991.

Vanaf zijn vrijlating tot nu blijft Fatos Lubonja strijdbaar. Voor gerechtigheid voor politieke gevangenen. Hij bekritiseert opeenvolgende regeringen, zowel die van de autoritaire democraat Sali Berisha als die van de autocratische socialist Edi Rama, ooit zijn vriend en mede-redactielid van het culturele tijdschrift Perpjekja. Hij is uitgever, schrijft artikelen en boeken en is wekelijks als commentator te zien op een onafhankelijke tv-zender. Hij is altijd goed geïnformeerd als hij op felle toon zaken als machtsmisbruik, corruptie, witwassen van drugsgeld en afbraak van cultureel erfgoed aan de kaak stelt. Onvermoeibaar blijft hij buitenlandse journalisten te woord staan, die hem allemaal weten te vinden. Dat volstrekt onafhankelijke optreden maakt Fatos Lubonja bij Albanese politici en ondernemers niet erg geliefd. Edi Rama en Fatos Lubonja zijn allang niet meer on speaking terms na beschuldigingen van Lubonja dat Rama zich als premier heeft verkocht aan de maffia.

Prins Claus Prijs

In 2015 krijgt Fatos Lubonja in Amsterdam als eerste Europeaan de prestigieuze prins Claus Award voor Literatuur, Media en Journalistiek uitgereikt. Ongebruikelijk, want die prijs ging altijd  naar laureaten uit andere werelddelen. De jury weet de redenen heel goed te beargumenteren, zoals uit de video blijkt. (Fatos is dan 64, zijn huwelijk met Zana is allang voorbij en hij is hertrouwd met Debora Angeli, een Italiaanse. Hij woont nu afwisselend in Pisa, Italië en in Tirana, Albanië.)

Enkele passages uit het juryrapport: ‘Fatos Lubonja (1951, Tirana) is journalist, auteur, televisiecommentator en een van de belangrijkste kritische stemmen in zijn land, die de natie vaak tot noodzakelijke reflectie choqueert. Zeventien jaar gevangenisstraf wegens “agitatie en propaganda” – vanwege kritische geschriften en omdat hij zogenaamd deel uitmaakte van een dissidente ondergrondse beweging – versterkte zijn fel democratische aanpak alleen maar.’

‘Toen iedereen de nieuwe zogenaamde democratische regering prees, was Lubonja na zijn vrijlating een van de eersten die de aanhoudende mensenrechtenschendingen aan de kaak stelde, inclusief die tegen zijn gevangenen, voormalige functionarissen van het afgezette regime. Consequent objectief in zijn analyses en volledig onafhankelijk van alle politieke partijen spreekt Lubonja zich uit tegen onderdrukking en wangedrag in verschillende gedaanten, ongeacht de dader. Hij ontmaskert de fraude en het misbruik van machthebbers, maar ook van degenen die hen proberen te vervangen, zowel links als rechts.’

‘Lubonja levert regelmatig bijdragen aan kranten en televisie en is redacteur en uitgever van het tijdschrift Përpjekja (‘Effort’), dat gevoelige kwesties behandelt zoals Albanees nationalisme, identiteit en mythen, de groei van vriendjes-kapitalisme en de vernietiging van lokaal architectonisch erfgoed.’

‘Fatos Lubonja wordt onderscheiden voor zijn eerlijke en heldere literaire verslag van cruciale episodes in de recente geschiedenis van Albanië; voor het behoud van zijn intellectuele integriteit en onafhankelijkheid onder extreme omstandigheden; voor zijn voortdurende strijd voor democratie, mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en het recht om het verhaal van zijn land te vertellen in een context waarin die vrijheid kwetsbaar blijft; voor het verbreden van de reikwijdte van het publieke debat en het bieden van podia voor andere kritische stemmen; en voor het moedig spreken van de waarheid aan de macht.’

Schrijver

Lubonja is auteur van vijf boeken. Een toneelstuk; een dagboek over zijn tweede proces in 1979; een semi-autobiografische roman over het jaar 1997; een essay over nationaal cultureel erfgoed en tot slot een verhalenbundel met portretten van medegevangenen uit zijn gevangenisperiode.

Ploja e mbrame (The Latest Slaughter)
Ploja e mbrame (The Latest Slaughter)

Ploja e mbrame (The Latest Slaughter) verscheen in 1994. Hij schreef het in 1988-1989 in de gevangenis van Burrel. Zorgvuldig uit het zicht van gevangenisbewakers, met potlood minutieus uitgeschreven op dunne blaadjes sigarettenpapier. Hij wist die te bewaren tot zijn vrijlating. De Canadese albanoloog Robert Elsie over deze eerste literaire publicatie: ‘Het is een roman in de vorm van een toneelstuk, een meeslepende en fantastische herinterpretatie van de Oedipus-legende uit het oude Thebe. De stille horror van het stalinistische Albanië lijkt wortel te hebben geschoten. De machtsbeluste en geïsoleerde Oedipus wordt niet blind, maar valt ten prooi aan intriges en zelfbedrog, wat uiteindelijk tot zijn ondergang leidt. De razende vloedgolven die de stad teisteren en de langdurige droogte die daarop volgt, vormen een voorbode van de uiteindelijke slachting. Het is een somber stuk, verstoken van hoop en bloederige verwachtingen, een stuk dat past bij het tragische lot van de auteur. De tekst is niet gemakkelijk te lezen, vooral niet voor Albanezen uit het zuiden, maar is de moeite meer dan waard.’ Het boek bleef onvertaald.

In 1996 verscheen Ridënimi (Second Sentence, Inside the Albanian Gulag). Pas in 2009 verscheen een Engelse vertaling. In dit boek staan de tragische gebeurtenissen in 1978 en 1979 centraal. Het regime van Enver Hoxha was woedend over de toenadering tussen de Verenigde Staten en China. In juli 1978 brak Albanië dan ook officieel met haar bondgenoot China. Ik was die zomer met een politieke groep op bezoek in Albanië. De breuk werd ons na het ontbijt door de tolken meegedeeld. Ze keken er zeer ernstig bij. Het bericht sloeg bij ons in als een bom, want dat betekende dat Albanië nu helemaal geen vrienden, bondgenoten en investeerders meer over had. Alle buitenlandse politieke partijen en vriendschapsorganisaties moesten zich opnieuw oriënteren op hun relatie met Albanië en China.

Ridënimi (Second Sentence, Inside the Albanian Gulag)
Ridënimi (Second Sentence, Inside the Albanian Gulag)

Fatos Lubonja beschrijft welke ingrijpende gevolgen de breuk met China had voor de gevangenen in Spaç. Hij is tot zeven jaar veroordeeld wegens agitatie en propaganda’ en heeft de helft van zijn straf erop zitten. Angstig wachten de duizend veroordeelden in Spaç af wat er verder gaat gebeuren. Ze zijn allemaal in verschillende perioden gearresteerd. Net na de Tweede Wereldoorlog, omdat ze geen communist waren maar sociaal-democraat, koningsgezind of katholiek/pro-Italiaans. Na de breuk met de Sovjet-Unie in 1961 wegens revisionisme, vanaf 1973 wegens liberalisme zoals Lubonja. In 1974 is er een zuiveringsactie van het leger en in 1975 een zuiveringsactie van de olie-industrie.

Twee medegevangenen en vrienden van Lubonja, Fadil Kokomani en Vangjel Lezho, zijn journalisten uit Tirana die al sinds 1963 in Spaç vastzitten omdat ze voor Chroetsjev en tegen Stalin en de ideologische breuk met de Sovjet-Unie waren. Ze schrijven in 1978 een openbare brief aan het Centraal Comité met kritiek op de lijn van Enver Hoxha. Dat is ongehoord.

De autoriteiten vermoeden een opstand in Spaç en beginnen een politiek proces tegen tien politieke gevangenen, onder wie Fatos Lubonja. Een vrachtwagen brengt de groep naar de gevangenis in Tirana voor hun showproces, dat maanden duurt. Ze moeten zichzelf verdedigden. Lubonja beschrijft alles minutieus. Het vonnis is genadeloos. Fadil en Vangjel krijgen  de doodstraf; de andere ‘coupplegers’ krijgen bovenop hun eerste straf ‘tweede straffen’ van 16-23 jaar. Lubonja ontsnapt nauwelijks aan executie en krijgt 16 jaar extra gevangenisstraf. Als extra wrede daad confronteert de aanklager hem met foto’s van zijn twee vrienden, doodsbange mannen vlak voor hun executie en daarna, met kapotgeschoten gezichten.

Na zijn tweede veroordeling weigert Fatos Lubonja uit protest nog langer te werken in de koper- en pyrietmijnen. De bewakers plaatsen hem daarop in een isoleercel. Ze martelen hem en bedreigen hem met de dood. In de tweede maand van zijn verblijf in de isoleercel begint hij een hongerstaking. Vooralsnog verandert er niets. In de derde maand – het is winter en het vriest meer dan vijftien graden – nemen ze hem zijn deken en zijn jas af. Kleumend brengt hij de nachten op het koude beton door. Als hij na vier maanden isoleercel nog steeds weigert aan het werk te gaan besluiten de bewakers hem met geweld daartoe te dwingen. ‘Ze sleepten me aan een touw de bergen in, waar de mijnschachten waren’, zegt hij. ‘Tijdens de hele tocht sloegen ze met knuppels op me in.’

Lubonja volhardt in zijn weigering dwangarbeid te verrichten. Het bewind in Tirana zendt daarop een officier van de Sigurimi, die hem zegt: ‘Ik heb het bevel van de minister van Binnenlandse Zaken u mede te delen dat als u niet aan het werk gaat u in uw cel zult sterven.’  Lubonja blijft weigeren, waarop de Sigurimi-officier hem toevoegt ‘dat concessies uitgesloten zijn, aangezien ik anders zelf in de cel beland’. Hij dreigt zelfmoord te plegen door over het prikkeldraad van het kamp te klimmen. Zonder verdere uitleg wordt hij enige tijd later plotseling overgeplaatst naar het kamp Ballsh. Daar hebben de gevangenen een petroleumfabriek moeten bouwen. Nu deze gereed is, hoeft Lubonja geen dwangarbeid meer te verrichten.

Second Sentence maakte grote indruk op me. Ik las het boek in de zomer van 2010, nog voordat ik Fatos Lubonja persoonlijk had ontmoet. Ik had wel veel over hem gehoord en hem op tv zien optreden. Het eerlijke, rauwe boek greep me naar de keel. Regelmatig moest ik stoppen met lezen. Het perfide gevangenissysteem, de bittere kou, de ellende, de showprocessen, de intimidatie van de gevangenen was heftig.

Later lees ik in de herinneringen van Liri Lubonja, vrouw van Todi Lubonja en moeder van Fatos, hoe het de achterblijvers verging. Die hadden het ook zwaar. Liri Lubonja raakt door de arrestaties van haar man en zoon haar baan en huis kwijt en wordt samen met haar jongste zoon, schoondochter en kleindochter verbannen naar verschillende interneringskampen in het Noorden. Uit angst mijdt iedereen in de dorpen haar en haar familie, niemand praat met hen, ze zijn paria’s geworden. Liri en Zana mogen eens in de paar maanden een kort bezoek brengen aan de gevangen Fatos in Spaç en Todi Lubonja en Fadil Pacrami in Burrel. De reizen naar die gevangenissen zijn lang en zwaar, zeker in de strenge winters wanneer er veel sneeuw ligt. De bezoeken duren maar heel kort: twintig minuten, in een spartaanse  bezoekersruimte met een muur ertussen.

De laatste verblijfplaats van Liri, Zana en hun kinderen, voor terugkeer naar Tirana, is een kamp in Fishta; hetzelfde dorp waar nu elke dag tientallen toeristen dineren bij het populaire agrotourisme-restaurant Mrizi i Zanave.

Nëntëdhjeteshta ta (The False Apocalypse)
Nëntëdhjeteshta ta (The False Apocalypse)

Nëntëdhjeteshta ta (The False Apocalypse)

Lubonja’s boek over de onvoorstelbare chaos tijdens de piramide-crisis van 1997 verscheen in 2010. The False Apocalypse (ondertitel: From Stalinism tot Capitalism), verscheen in Engelse vertaling in 2014. Nadat Albanië zich na 1991 had losgemaakt van de stalinistische dictatuur en zich had opengesteld voor het kapitalisme vielen veel mensen ten prooi aan fraudeurs die hen verleidden te investeren in zogenoemde ‘piramidespelen’. Begin 1997 stortten deze piramides één voor één in, wat leidde tot wijdverspreide demonstraties en protesten. Het conflict werd steeds gewelddadiger, wat leidde tot de ineenstorting van de staat en de instellingen van het land. Gevangenissen werden geopend, menigten bestormden wapendepots en het land werd overgeleverd aan anarchie en bendes.

Lubonja koos ervoor dit ongelooflijke verhaal te vertellen met behulp van een verteltechniek op twee niveaus: via een derde persoon, die de grootschalige gebeurtenissen beschrijft die de internationale krantenkoppen haalden en via het verhaal van Fatos Qorri, het alter ego van de auteur, die zijn eigen dramatische ervaringen beschrijft in een persoonlijk dagboek. Fatos Lubonja’ vriend, kunstenaar Edi Rama, die ook in de redactie van Perpjekja zat, werd in Tirana door criminele bendes in elkaar geslagen. Rama was toen zo geschokt dat hij Albanië verliet, naar Parijs verhuisde en pas een jaar later terugkeerde.

Toekomstplannen

Het is druk in Tirana in mei 2025. Het toerismeseizoen is begonnen. De Giro d’Italia start voor het eerst in Albanië en zal drie dagen door de steden Durrës, Tirana en Vlorë rijden. Op zondag 11 mei zijn de parlementsverkiezingen. Op het rustige terras van Piazza, achter het Nationaal Museum, zittend onder parasols en naast fonteinen, drinken we koffie met Fatos Lubonja. Het is sinds een jaar of tien traditie geworden dat ik meega als zijn Nederlandse uitgever met hem afspreekt. Meestal ontmoeten we elkaar in Piazza, soms in zijn appartement in Tirana of in zijn huis in de heuvels van Petrelë, ten zuiden van Tirana.

In hoog tempo neemt Lubonja de actuele politieke situatie in Albanië met ons door. Altijd zijn de belangrijkste thema’s het handelen van zijn oude vriend premier Edi Rama, de politieke partijen, corruptie, maffia, vastgoed, de media, de oligarchen.

Hij vertelt ons dat het Franse weekblad Le Nouvel Observator eind 2024 een lang interview met hem publiceerde waarin hem gevraagd werd naar de reden van de beëindigde vriendschap met Edi Rama. ‘U kent premier Edi Rama goed, hij was een van uw goede vrienden en lid van uw literaire tijdschrift Perpjekja, opgericht in Tirana in 1994, drie jaar nadat u uit de gevangenis was vrijgelaten.’ Fatos Lubonja: ‘Dat klopt. Hij was teruggekeerd uit Parijs, waar hij beeldende kunst studeerde. Hij had een gezegde: “Intellectuelen zoeken de waarheid, terwijl politici stemmen zoeken.” Ik was bevriend met hem toen hij de waarheid zocht. Maar toen hij politicus werd, verraadde hij al zijn ideeën. Hij werd toen hij burgemeester was in 2003 beroemd met een artistiek project, het in felle kleuren overschilderen van alle gevels van het centrum van Tirana. Hij is nu grondlegger van de vernietiging van al onze historische monumenten, die hij vervangt door lelijke gebouwen en fallische torens, waarvan de bouw dient om drugsgeld wit te wassen.’

Zijn appartement in Tirana, op vijf minuten afstand van Piazza, is een naoorlogs gebouw van vier verdiepingen en wordt binnenkort afgebroken. Er komen nieuwe wolkenkrabbers. Lubonja briest dat de illegale, nieuw gebouwde kantoren vlak naast zijn huis het zonlicht al niet meer binnenlaten, maar totale afbraak van zijn huis is onvergeeflijk. De hoogbouwplannen worden als fait accompli meegedeeld, inspraak van bewoners is er niet. Een uitkoopvergoeding voor de bewoners? Vergeet het maar. Lubonja: ‘Op een dag komen er gewoon bulldozers die alle huizen vernielen. Net zoals gebeurde bij de afbraak van het Nationale Theater tijdens de coronapandemie in mei 2020.’

Gelukkig gaan onze gesprekken ook vaak over cultuur: Lubonja is zeer geïnteresseerd in de Ottomaanse geschiedenis van Albanië en we nemen nieuwe vertaalde literatuur door. Ik vraag hem die dag of hij nog manuscripten heeft liggen die hij wil publiceren. Die zijn er.

Albania’s Heritage in Danger

In 1999 is de Council of Europe benieuwd hoe met het nationale Albanese erfgoed is gesteld, acht jaar na het einde van het communisme en twee jaar na de desastreuze piramide-periode waarin ontzettend veel is vernield en gestolen.

In 2000 verschijnt Albanias Heritage in Danger. Lubonja laat het ons zien: een prachtig blauw ‘koffietafelboek’, gebonden, tweetalig (Albanees/Engels), groot formaat, kleurenfoto’s en teksten, gesubsidieerd en uitgegeven door een uitgeverij in Frankrijk. Dan onthult hij dat het boek is gedrukt in een grote oplage, maar nooit in Albanië is verspreid. Hij heeft zelf maar éen exemplaar. De reden? Het bevat een voorwoord van Edi Rama, die van 1998-2000 minister van Cultuur was. Lubonja vermoedt dat Edi Rama verspreiding in Albanië om politieke redenen heeft tegengehouden. Rama vaart namelijk vanaf 2000 als burgemeester van Tirana een heel andere koers m.b.t. het instandhouden van cultureel erfgoed dan uit de tekst van zijn voorwoord blijkt.

Ik leen het boek en lees het in een ruk uit. Lubonja en Skreli hebben beide een essay voor dit boek geschreven, na een lange reis door Albanië waarbij ze voor het eerst de prachtige Ionische kust bezoeken die altijd legergebied – en dus verboden –  was. Stranden en dorpen zijn nu voor iedereen te bezoeken. Fatos Lubonja’s echtgenote Debora Angeli en de Franse cultureel attaché Michel Tarran reizen mee.

Lubonja’s essay bestaat uit reisimpressies, beschrijvingen van landschappen en monumenten en tientallen foto’s. Lubonja benoemt telkens tegenstellingen: tussen de schitterende natuur en de slechte wegen en bergen afval, tussen de rijke oude Albanese cultuur (Illyrische, Romeinse, Griekse, Byzantijnse, Ottomaanse, Italiaanse) en het geringe ontzag in het heden voor het onderhouden van cultureel erfgoed uit al die voorgaande perioden. Interessant is dat hij ook vurig pleit voor het behoud van erfgoed uit de communistische periode. Hij bezoekt oude en verlaten Griekse dorpjes zoals Dhermi en Himarë met hun Byzantijnse kerken en heeft ideeën voor respectvol herstel van deze stadjes. Speciale aandacht besteedt hij aan gevangenissen en interneringskampen, zoals de gevangenis van Ballsh, waar hij zelf heeft gezeten, en het fort van Ali Pasha in Porto Palermo, dat ooit interneringskamp was. Hij constateert met afgrijzen dat veel herinneringsoorden slecht of niet zijn onderhouden of al zijn afgebroken. 

Fatos Lubonja

In de zomers van 2010 en 2020 maakt Fatos met Debora nog twee keer precies dezelfde reis. Het verval van nationaal erfgoed zoals kerkjes en bruggen gaat onverminderd door. De regering-Rama herstelt alleen monumenten die te maken hebben met nationalisme, die het glorieuze Albanese verleden eren. Hij laat toe dat ondernemers de Ionische kust volbouwen met betonnen hotels en resorts en dat stranden grotendeels privé bezit worden. Lubonja wil graag een nieuw boek maken met alle foto’s en teksten van die drie reizen. Door het heen en weer reizen tussen Italië, waar zijn vrouw woont en Albanië, waar hij vaak werkt, is daar alleen weinig tijd voor.

Verder wil hij een fotoboek maken van gevonden voorwerpen uit gevangenissen. De Zwitserse journaliste, fotografe en alpiniste Barbara Hausammann heeft met hem alle kampen bezocht waar hij heeft verbleven. Tijdens die reis heeft ze ook gefotografeerd en gefilmd; kleine voorwerpen die de schrijver daar vond, en die sterke herinneringen bij hem opriepen. In 2011 zijn die tentoongesteld in galerie FAP in Tirana. In het voorwoord van de catalogus schrijft hij:

‘Ik herinnerde me Spaç als een strafplaats, met de mijn als middelpunt van deze hel, maar bijna alles wat ik me herinnerde was verdwenen. De duizenden gevangenen die in het kamp zaten waren er niet meer,  het prikkeldraad dat de berg omringde en de wachttorens met de soldaten die hen bewaakten ook niet. Zelfs de tunnels naar de mijn waren gesloten.

‘Het was onmogelijk om de ondergrondse stad te betreden, met zijn ontelbare galerijen die elkaar op verschillende niveaus kruisten, met hun trechters en rotsverschuivingen, waar honderden gevangenen met lampen in hun handen en mutsen op hun hoofd in drie ploegen werkten met scheppen, houwelen, boren en bijlen, hamers en handkarren om onder de meest primitieve omstandigheden kopererts en pyriet te winnen.

‘Wat ik zag was een ruïne van het gebouw dat ik in mijn geheugen had bewaard. Bepaalde voorwerpen die me aan het verleden deden denken, aan de gevangenis vol gevangenen, met hun levens en verhalen, trokken mijn aandacht. Ik begon voorwerpen te verzamelen die het meest tot mijn verbeelding spraken, of die ik in mijn rugzak kon meenemen. Herinneringen aan vrienden en medegevangenen, levend en dood, kwamen in me op en ik voelde een enthousiasme opkomen alsof ik een antiquair was. Ik heb die ogenschijnlijk alledaagse voorwerpen bewaard en gekoesterd in een poging om uitsterving en vergetelheid te voorkomen.’

Zijn huizen

Zeventien jaren opsluiting hebben het leven van Fatos Lubonja voorgoed getekend. Zijn fascinatie door voorwerpen uit die jaren blijkt ook uit de inrichting van zijn huis in Tirana en Petrela, waar overal kunstwerken van prikkeldraad, voorwerpen van koper uit Spaç en gerestaureerde deuren en meubels uit oude huizen zijn te vinden.

Fatos Lubonja houdt zich al jaren bezig met plannen om de vervallen gevangenisgebouwen bij de kopermijnen van Spaç om te vormen tot een herdenkingsplaats en museum. Het ooit extreem afgelegen complex in de bergen van de Mirdita is na de aanleg van een autoweg beter te bereiken. Steeds meer geïnteresseerde toeristen bezoeken Spaç. Die willen weten wat er gebeurd is en hebben behoefte aan informatie over de Albanese gevangenkampen. Voor Spaç zijn al heel veel plannen gemaakt. In 2017 beloofde de minister voor Cultuur Mirela Kumbaro, tijdens een grote conferentie in Spaç, dat de gevangenis een nationaal museum zou worden. Enthousiast gingen diverse organisaties aan het werk om plannen te maken.

Plan voor Spaç gevangenismuseum, 2018
Plan voor Spaç gevangenismuseum, 2018

Lubonja liet ons een paar jaar geleden een ontwerp uit 2018 zien waar nog niets mee gebeurd is. Toen het dak van de gevangenis dreigde in te storten financierde de ambassade van Zweden het noodzakelijke herstel. Alle informatieborden met teksten in het Engels zijn gemaakt door organisaties als Cultural Heritage Without Borders. Vrijwilligers organiseren de jaarlijkse herdenking van 21 mei 1973 (de opstand van Spaç).

Omdat Spaç geen beschermde status heeft en geen officieel museum is mag iedereen er zomaar komen; het terrein wordt niet bewaakt. In juni 2025 zagen we video’s van een woedende Lubonja in Spaç omdat een Albanese filmploeg ‘zijn’ gevangenis als filmlocatie wilde gebruiken en doodleuk enkele historische gebouwen wit geschilderd had. Hij zal tot zijn laatste snik actievoerder blijven. Ik hoop zo dat dat Spaç museum er toch ooit komt.

Fatos Lubonja

Artikelen voor tijdschrift Perpjekja, Tirana 1994-2008.
Albania’s Heritage is in Danger, met Artan Skreli. Editions de Tricorne, Council of Europe Campaign, Straatsburg 2000.
Second Sentence. Inside The Albanian Gulag, IB Taurus, Londen 2009.
The False Apocalypse, Istros Books, Londen 2014.
Like a Prisoner, Istros Books, Londen 2022.
Jetë Burgu, Skanderbeg Books, Tirana 2023.
Een aantal van zijn boeken, essays en artikelen zijn vertaald in het Italiaans, Duits, Engels, Pools, Japans, Servisch en Grieks.
Fatos Lubonja ontving diverse literaire prijzen, zoals de Alberto Moravia-prijs voor Internationale Literatuur in 2002, de Herder-prijs voor literatuur in 2004 en de Prins Claus Award in 2015.
Gerda Mulder recenseerde afgelopen jaar voor Donau het meest recente boek van Fatos Lubonja, Een gevangenisleven: Elf verhalen over gevangenen tijdens de Hoxha-dictatuur.