Graven in Sobibor

Sobibor. Foto copyright © Ivar Schute.
Sobibor. Foto copyright © Ivar Schute.
Geschatte leestijd: 5 minuten

Over de archeologie van de Holocaust

Erik Schumacher, Sporen van Sobibor. Archeologie van een vernietigingskamp (W Books, 2024)
ISBN: 9789462586147
166 blz. € 29,95 

 

Velen zoals ik biechtten aan de bomen / smeekten om onthouden te worden. / De bomen hebben het gezien en gehoord / maar volgens gewoonte / bleven ze groeien en groen worden / en zwegen ze. (Halina Birenbaum)

Claude Lanzmann noemde ze in zijn documentaire Shoah ‘non-lieux de mémoire’ – plekken waar de herinneringen geen vat op hebben gekregen. Het voormalige vernietigingskamp Sobibor was in 1985 een idyllisch bos geworden. Het herinnerde in zijn ‘totale nietsheid’ (Lanzmann) op geen enkele manier meer aan de verschrikkingen die zich er hadden afgespeeld.

Door Gerdien Verschoor

Wat hij niet had gezien, en ook niet had kunnen zien, was dat er in dat overweldigende bos één boom was die niet in die ‘totale nietsheid’ was opgegaan. Verroest prikkeldraad steekt uit zijn schors. Ivar Schute, die als archeoloog opgravingen deed op het voormalige kampterrein, maakte er in 2014 een foto van. Jaren na de documentaire Shoah waren archeologen begonnen om in de ‘totale nietsheid’ sporen van het vernietigingskamp op te graven.

Daarover gaat het indrukwekkende boek Sporen van Sobibor van Erik Schumacher. Tussen 2000 en 2017 werd er in verschillende fases archeologisch onderzoek gedaan op het voormalige kampterrein. Tot op vandaag is dit het meest uitgebreide archeologisch onderzoek dat ooit op het terrein van een voormalig vernietigingskamp is verricht. In opdracht van het ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) bracht het NIOD de afgelopen jaren een interdisciplinaire en internationale groep wetenschappers bij elkaar om dit vast te leggen. Naast de wetenschappelijke bundel Excavating Sobibor resulteerde dat in het publieksboek Sporen van Sobibor. Archeologie van een vernietigingskamp. De tekst is geschreven door historicus Erik Schumacher, die eerder het boek Mau en Gerty (2016) schreef; een liefdesgeschiedenis tegen de achtergrond van de Shoah. Hij is dus bekend met het onderwerp en schrijft er goed over.

Ook in Sporen van Sobibor brengt hij de archeologie van het vernietigingskamp in prachtige, terughoudende taal in beeld. Maar dat niet alleen. Hij plaatst de geschiedenis van het archeologisch onderzoek in de context van de recente geschiedenis in Polen, gaat in op de controverses rondom de bouw van het museum op het voormalige kampterrein, en schrijft over het belang van het archeologisch onderzoek voor de hedendaagse herinneringscultuur. Daarmee is Schumachers boek verwant aan een eerdere publicatie van Ivar Schute over de betekenis van de archeologie van de Holocaust: In de schaduw van een nachtvlinder. Een archeoloog op zoek naar sporen van de Holocaust. Na ieder hoofdstuk komen we in het boek een ‘vondst’ tegen: van persoonlijke bezittingen zoals een mondharmonica of een tandenborstel tot de tunnel die door de gevangenen van het Sonderkommando was gegraven in een poging uit het kamp te ontsnappen.

Een ooggetuige herinnert zich in de documentaire Shoah dat de nazi’s meteen nadat het kamp was ‘opgeheven’ begonnen met het planten van bomen: alles wat aan het vernietigingskamp herinnerde, moest van de aardbodem verdwijnen. Maar in de jaren tachtig begon het graven. Nadat Poolse archeologen al in de jaren tachtig pionierswerk verrichtten met opgravingen in voormalig vernietigingskamp Chełmno, werd het archeologisch onderzoek op andere plekken van vernietiging geïntensiveerd. Na de val van het communisme werd dat bovendien steeds internationaler. Ook in Duitsland en Nederland was de archeologie van de Holocaust in opkomst en dat ging samen met een groeiende behoefte om de Holocaust te herdenken.

Sobibor. Foto copyright © Ivar Schute.
Sobibor. Foto copyright © Ivar Schute.

En zo begon de ‘totale nietsheid’ verhalen te vertellen. Dankzij sporen in de bodem konden de archeologen, geholpen door getuigenissen van enkele overlevenden, de plattegrond van het kamp reconstrueren. In diepe kuilen vonden ze de as van de doden. Ze groeven tienduizenden voorwerpen op, meestal persoonlijke bezittingen van de slachtoffers. Zo legden ze niet alleen de grote geschiedenis bloot, maar ook de persoonlijke verhalen.

Maar waar archeologen willen graven, willen herinneringscentra juist bouwen, vooral monumenten en musea. En dat roept ook vragen op: Wie is eigenaar van een plek waar Joden van vele nationaliteiten werden vermoord? Wie bepaalt of er mag worden gegraven en wie bepaalt de volgorde van de opgravingen? Is een nieuw museum een goed idee, of betekent de bouw ervan een verstoring van het materiële erfgoed in de grond die niet meer ongedaan kan worden gemaakt? Wat staat de Halacha (de Joodse wet) toe? Mag je wel graven op plekken waar je op menselijke resten kunt stuiten, waar menselijke as is verstrooid? Aan wie is het om te bepalen wat er met de resten van de Joodse slachtoffers gebeurt? Ook over al die vragen gaat dit boek.

Uiteindelijk groeven de archeologen bijna 60.000 objecten op, die werden overgedragen aan het nabijgelegen Staatsmuseum van het voormalige concentratie- en vernietigingskamp Majdanek. Daar worden ze in een depot bewaard. De Weense archeologe Claudia Theune bestudeerde de vondsten. Wat vertellen de kammen en lepels, de scharen en sleutels? De slachtoffers, stelt Theune, moeten hoop hebben gehad. Ze namen niet alleen de spullen mee die de op de paklijsten voor de ‘werkkampen’ stonden die de nazi’s verspreidden. In het boek van Schumacher staan de foto’s: een speldje met Mickey Mouse, een poppenvoetje, een speelkaart. Vanuit Westerbork werden er 34.313 Joden naar Sobibor op transport gesteld. Juist van hen zijn naar verhouding veel voorwerpen teruggevonden: veel meer dan van bijvoorbeeld Poolse of Slowaakse Joden. Dat zegt iets, schrijft Schumacher, over de ervaringen en verwachtingen van slachtoffers uit de verschillende landen. De Nederlandse Joden geloofden dat ze naar werkkampen werden gestuurd. Het leven zou zwaar zijn, maar voordat ze hun huis verlieten draaiden ze de deur op slot, namen de sleutels mee – en soms zelfs hun naambordjes.

Sobibor. Foto copyright © Ivar Schute.
Sobibor. Foto copyright © Ivar Schute.

Bij opgravingen in Westerbork, die plaatsvonden onder leiding van Ivar Schute, lukte het geen enkele keer om gevonden objecten aan personen te verbinden. In Sobibor lukte dat in enkele zeer zeldzame gevallen: veertien voorwerpen konden aan concrete personen worden gekoppeld – meestal aan Nederlandse Joden. Soms konden dankzij nader onderzoek nabestaanden worden gevonden of zelfs een familiegeschiedenis in kaart worden gebracht.  Altijd worden er bij vondsten van persoonlijke voorwerpen vragen opgeroepen. Van wie zijn ze? Horen ze thuis bij de nabestaanden? Of in een museum dat die nabestaanden regelmatig kunnen bezoeken? Of op de plek van de moord? ‘Voor het museum van Sobibor zijn juist de weinige objecten die aan een concreet persoon zijn te verbinden bij uitstek bruikbaar om bij bezoekers empathie op te roepen voor de individuele slachtoffers van de massamoord’, schrijft Schumacher. ‘Maar voor de nabestaanden kan de tentoonstelling van die objecten voelen als roof.’

Het zijn juist die individuele objecten die ons direct met de doden van Sobibor verbinden. Ze tillen de slachtoffers boven hun bestaan van slachtoffer uit: het worden weer mensen met een leven dat zich afspeelde vóór de Holocaust. Ook dat verhaal vertelt Erik Schumacher in dit indrukwekkende boek.

Gerdien Verschoor is kunsthistoricus en auteur van romans en literaire non-fictie. Ook werkt ze als tekstschrijver en adviseur op het gebied van kunst, erfgoed en internationale samenwerking.
Meer lezen:
Ivar Schute, In de schaduw van een nachtvlinder. Een archeoloog op zoek naar sporen van de Holocaust, Prometheus 2020.

Martijn Eickhoff, Erik Somers, Jelle Take (eds.), Excavating Sobibor. Holocaust Archeology between Heritage, History and Memory, W Books 2024. De bundel is ook online gratis beschikbaar als open acces publicatie en kan worden gedownload via de volgende officiële DOI-link: https://doi.org/10.57869/0k0v-1t58.
Avatar
Over redactie Donau 182 Artikelen
Donau is een platform voor artikelen over Midden- en Zuidoost-Europa. U kunt hier reportages, interviews en achtergronden lezen over de culturen, samenlevingen en politieke ontwikkelingen van Hongarije tot Oekraine en van Albanië tot Rusland. Als enige tijdschrift over Midden en Zuidoost-Europa in het Nederlandse taalgebied probeert Donau clichés te ontkrachten en een genuanceerd en gevarieerd beeld van het gebied te scheppen.