Hete herfst in Boekarest

kaarsen en bloemen voor Club Colectiv waar in oktober een brand woedde

Aan het einde vorige zomer leek de regering van Victor Ponta nog stevig in het zadel te zitten. Maar in november moest hij verrassend wijken voor een zakenkabinet onder leiding van Dacian Cioloș. Ponta’s val was te wijten aan de onvrede bij de bevolking over de manier waarop Roemenië de afgelopen jaren of zelfs decennia is bestuurd en geregeerd. Een tweetal incidenten leidde ertoe dat deze onvrede overkookte en tienduizenden mensen de straat opgingen om verandering te eisen.

Door Jan Willem Bos

Dit is een verkorte versie van een artikel van dezelfde auteur dat in januari 2016 verscheen in Roemenië Magazine.

De regering van de sociaaldemocraat Ponta was in mei 2012 aangetreden. Veel van de energie van Ponta werd verspild in zijn voortdurende geruzie met toenmalig president Traian Băsescu, met wie Ponta al heel lang niet door één deur kon. Premier Ponta begon met een populaire maatregel: hij bracht de salarissen van ambtenaren en trendvolgers terug naar het niveau van 2010, toen in een zeer omstreden maatregel van de vorige regering de salarissen met 25 procent waren gekort om de overheidsbegroting niet uit de rails te laten vliegen. Ook was er een reeks minder gelukkige besluiten, maar al met al stond Ponta er goed voor om in 2014 president te worden, als opvolger van Traian Băsescu, die zijn maximale twee termijnen had voltooid.

Na de eerste ronde kwam Ponta als eerste uit de bus, met ruim 40 procent van de stemmen, gevolgd door de kandidaat van de oppositie, de burgemeester van Sibiu Klaus Iohannis, die ruim 30 procent van de kiezers achter zich kreeg. Iohannis was een opmerkelijke maar wel verklaarbare keuze van de verenigde oppositie. Als burgemeester van Sibiu had hij een goede reputatie opgebouwd, maar hij bezat in het geheel geen ervaring in de landelijke politiek. Dat kon natuurlijk ook als een voordeel gelden: hij werd gezien als een buitenstaander, als iemand die geen vuile handen had gemaakt in het centrum van de macht en die wellicht een frisse wind in Boekarest kon laten waaien.

In de tweede ronde van de presidentsverkiezingen trok verrassend genoeg Iohannis aan het langste eind, ondanks Ponta’s schijnbaar comfortabele voorsprong in de eerste ronde. Blijkbaar maakten toch veel Roemeense kiezers zich zorgen over een te grote concentratie van de PSD-macht en liepen zij te hoop tegen het risico dat PSD, door velen gezien als een partij van vriendjespolitiek en lokale potentaten, zowel de president als de premier zou leveren.

Hoewel zijn smadelijke verkiezingsnederlaag bij Ponta hard moet zijn aangekomen, bleef hij nog altijd partijvoorzitter van PSD, premier en de leider van een kabinet dat steunde op een duidelijke meerderheid in het parlement. Al waren president Iohannis en premier Ponta geen vrienden, er klonk minder sabelgekletter dan tussen Ponta en Băsescu en trad er een periode van enige rust en stabiliteit binnen de Roemeense politiek in. Daarnaast kon de regering-Ponta bogen op een gezonde economische ontwikkeling, met groeicijfers die het land binnen de kopgroep van de EU plaatsten. De premier straalde daarbij een zelfgenoegzaamheid uit die toch niet echt gerechtvaardigd was, want problemen en moeilijkheden waren er volop. Het zou zeker niet redelijk zijn deze allemaal op het conto van Ponta en PSD te schuiven, maar ze waren er wel degelijk en vroegen om beleid en daadkracht.

Pijnpunten

In de eerste plaats kan er moeilijk worden volgehouden dat de economische groei (voornamelijk) te danken was aan het beleid van de regering-Ponta. Ook de vorige regeringen kunnen daar krediet voor krijgen. Bovendien kwam de economische opleving voornamelijk ten goede aan het rijkere segment van de Roemeense samenleving en werd de kloof tussen arm en rijk alleen maar dieper en breder. Niet bepaald iets waar een sociaaldemocratische regering trots op mag zijn.

Het blijvende gevolg van de lage lonen en de armoede in Roemenië is de uittocht van veelal jongeren naar andere EU-landen om daar beter en beter betaald werk te zoeken en een toekomst op te bouwen. Geen Roemeense regering lijkt te zijn doordrongen van de urgentie van de situatie. Bijzonder problematisch is bovenal de enorme uittocht van werkers in de gezondheidszorg, die met tienduizenden naar vooral Noordwest-Europa zijn verhuisd, gelokt door een hogere beloning en betere arbeidsomstandigheden.

Veel onvrede bestaat er terecht in Roemenië over de ongehoorde kaalslag in de bossen waarmee het land is gezegend. Dubieuze firma’s – zowel Roemeense als buitenlandse, slaan met gebruikmaking van de modernste technieken enorme gaten in bosstreken die dringend bescherming vereisen. Ondanks eindeloze beloften van de overheid om maatregelen te nemen tegen het ongebreidelde rooien van de bossen, is geen regering in staat of bereid geweest iets aan dit probleem te doen. Wat bij velen het vermoeden doet rijzen dat deze onwil is gekocht met dikke envelopjes die onder tafel van hand zijn gewisseld.

Kenmerkend voor het gebrek aan bestuurlijke daadkracht is het feit dat een kwarteeuw na de val van het communistische regime Roemenië er nog altijd niet in is geslaagd een modern wegennet op te bouwen. Ook de balans in 2015 is niet indrukwekkend: 47 km snelweg is opengesteld voor het verkeer, terwijl 22 km kort geleden opgeleverde snelweg weer is gesloten omdat het werk zo ondeugdelijk was uitgevoerd dat er gevaar bestond voor het snelverkeer.

Helaas is de gehele Roemeense politiek doortrokken van de stank van corruptie. Van de 588 parlementariërs (412 afgevaardigden en 176 senatoren) die bij de parlementsverkiezingen van december 2012 zijn verkozen, zijn er 80 die zijn veroordeeld of strafrechtelijk worden vervolgd vanwege corruptie, machtsmisbruik of soortgelijke feiten. Zonder te beweren dat de andere partijen ‘schoon’ zijn, valt het op dat 38 van de 80 tot PSD behoren.

De rechterlijke macht is evenmin onkreukbaar. In de eerste acht maanden van 2015 werden er definitieve straffen uitgesproken tegen vijf rechters en elf officieren van justitie. Een rechter van de Rechtbank Boekarest werd vorig jaar veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 22 jaar.

Ook burgemeesters worden regelmatig opgepakt op beschuldiging van corruptie en machtsmisbruik. Het trieste record werd behaald op 8 december 2015, toen er acht burgemeesters op één dag werden aangehouden.

Een van de weinige goed functionerende instellingen in Roemenië is DNA, de nationale directie voor corruptiebestrijding, want de corrupte bestuurders vallen bij bosjes. Helaas wekt dit eerder weerstand bij politici dan dat zij hun steun uitspreken voor DNA, die overigens expliciet en krachtig wordt gesteund door de Europese Commissie.

Zwak bestuur

Het gevolg van dit alles is dat bij een aanzienlijk deel van de bevolking het gevoel leeft dat de overheid haar taken niet of onvoldoende uitvoert en bovendien nog corrupt is ook. Er is te veel bureaucratie, de regels worden te veel genegeerd, te veel dingen worden op hun beloop gelaten en de overheid is er te weinig voor de burger. Daarbij is de overheid te gepolitiseerd: mensen worden aangesteld op belangrijke posities op grond van hun politieke betrouwbaarheid en niet op grond van hun verdiensten. En op die aldus verkregen positie gedragen ze zich als een stel schaamteloze zakkenvullers.

Boven op dit alles worstelde de regering-Ponta ook met het negatieve imago van de premier zelf. Een oude maar nooit vergeten kwestie was dat een groot deel van het proefschrift van de premier overduidelijk geplagieerd is, wat Ponta de bijnaam Victor copy/paste opleverde.

De premier zag er totaal geen been in allerlei leugens en halve waarheden op te dissen. Er was een website waarop zijn dubieuze uitspraken werden bijgehouden – en daar hadden de samenstellers een flinke taak aan.

Op 5 juni werd premier Ponta ontboden bij DNA, waar hij te horen kreeg dat er strafvervolging tegen hem zou worden ingesteld wegens valsheid in geschrifte, medeplichtigheid aan belastingontduiking en witwassen, feiten die hij gepleegd zou hebben in de tijd dat hij advocaat was.

Voor president Iohannis, die er geen geheim van maakte dat hij liever met een andere regering zou samenwerken, was dit reden om Ponta dringend te verzoeken af te treden als premier, wat deze weigerde. Een week later besloot PSD echter dat Ponta, in ieder geval totdat hij zijn onschuld zou hebben aangetoond, het partijvoorzitterschap moest overdragen. Een verzoek van DNA om Ponta te schorsen werd door het parlement verworpen. Zo ging Roemenië de zomer in onder leiding van een premier tegen wie strafvervolging was ingesteld en wiens positie duidelijk was verzwakt.

Oprea onder vuur

Op 17 september 2015 solliciteerde Gabriel Oprea, minister van Binnenlandse Zaken en leider van UNPR (Nationale Unie voor de Vooruitgang van Roemenië), de coalitiepartner van PSD, openlijk naar de functie van eerste minister: ‘Als premier zou ik een oplossing zijn.’ UNPR, een partij van lieden die uit andere partijen zijn gestapt, is het afvalputje van de Roemeense politiek en Gabriel Oprea, een viersterrengeneraal die opmerkelijk snel carrière heeft gemaakt zonder bijzondere prestaties, is buitengewoon omstreden. Zijn sollicitatie zou geheel anders uitpakken.

Op 20 oktober kwam een 28-jarige motoragent die de officiële colonne van Oprea voorging ten val in een slecht aangegeven gat in de weg en overleed ter plaatse. Op de evidente vraag van de pers waar Oprea met sirene en zwaailichten naartoe ging of waar hij vandaan kwam, heeft de minister nooit eenduidig antwoord willen geven. Hardnekkige geruchten in de pers wilden dat hij zojuist een bezoek had gebracht aan zijn minnares. Als minister mocht Oprea echter alleen in officiële colonne reizen als hij dringende zaken had. Nieuwszender Digi24 zocht uit dat alleen al in het jaar 2015 Oprea 1600 keer gebruik had gemaakt van de officiële colonne, meer dan alle andere hoogwaardigheidsbekleders bij elkaar.

Dit staaltje hooghartigheid van de kant van de minister leidde tot zeer felle reacties in de pers en op de social media, waar zijn aftreden werd geëist. Vaak werd daarbij verwezen naar premier Rutte en regeringsvertegenwoordigers in andere landen die regelmatig op de fiets naar hun werk gaan.

Op 6 november opende DNA een gerechtelijk vooronderzoek om na te gaan of Oprea bij het gebruiken van de officiële colonne ambtsmisbruik heeft gepleegd. Intussen vond er echter een ander incident plaats dat het hele land zou raken.

De Colectiv-ramp

Op 30 oktober brak er brand uit in de afgeladen hoofdstedelijke disco Club Colectiv, tijdens een concert van de Roemeense rockband Goodbye to Gravity. Vele bezoekers overleden diezelfde nacht, tientallen gewonden werden overgebracht naar ziekenhuizen in Roemenië en, later, in het buitenland, zoals ook in Nederland. Veel van de gewonden overleden alsnog aan hun gruwelijke verwondingen. Op het moment dat ik dit schrijf beloopt het aantal doden 64 personen, in overgrote meerderheid jongeren.

Het land is in shock en is kwaad. Hoe is het mogelijk dat de veiligheidsregels zo evident en zo systematisch worden genegeerd? Na drie dagen van nationale rouw beginnen de straatprotesten, ondersteund door de pers en de social media. Op 3 november betogen zo’n 25.000 mensen in het centrum van Boekarest en roepen leuzen tegen Ponta, Oprea en tegen Cristian Popescu Piedone, de burgemeester van de deelgemeente waar Colectiv stond. Met de kreet ‘Dit is nog maar het begin!’ geven de betogers aan dat ze het niet langer pikken. (Piedone zou overigens later worden aangeklaagd omdat hij ten onrechte een vergunning voor het functioneren van het onveilige Colectiv had afgegeven.)

Naast het aftreden van de regering eisen de betogers onder andere een verlaging van het aantal parlementariërs. Ook willen ze een einde aan het traseism (het overstappen van parlementariërs het ene partij naar het andere), uitsluiting van parlementariërs met een crimineel verleden, onmiddellijke schorsing van parlementariërs tegen wie strafrechtelijk onderzoek is ingesteld en afschaffing van de parlementaire onschendbaarheid.

Opmerkelijk is de reactie van president Iohannis, die op zijn Facebook-pagina zijn steun aan de betogers uitspreekt: ‘Het is een beweging van de straat die voortkomt uit het verlangen van de mensen naar respect voor hun levensomstandigheden en hun waardigheid. […] De volgende stap dienen de politici te zetten, die dit gevoel van verontwaardiging niet kunnen negeren.’

En ze negeren het ook niet. De volgende dag biedt premier Victor Ponta het ontslag aan van zichzelf en van zijn gehele regering.

Ook de kerk onder vuur

Het kwade bloed leidde er ook toe dat de Roemeens-orthodoxe Kerk (Biserica Ortodoxă Română, BOR) werd aangevallen. Eerst was er de venijnige reactie van patriarch Daniel, het hoofd van de BOR, op de vraag van journalisten waarom de Kerk niets van zich had laten horen in de eerste dagen na de rampzalige brand. Wie zijn jullie om over ons te oordelen? beet Daniel de verslaggevers toe. Wij bidden in de kerk, niet op straat.

Er werd, in de pers en in de social media, gespeculeerd dat de BOR eigenlijk vond dat de slachtoffers van de brand hun misfortuin vooral aan zichzelf te wijten hadden, omdat ze naar de kerk hadden moeten gaan in plaats van naar de disco. Er waren allerlei gelovigen – niet de kerkleiding – die de stelling poneerden dat de bezoekers van Colectiv aanbidders van Satan waren – aangezien rock-’n-roll satanisch is – en dat de brand daarom een goddelijke straf was.

De afstandelijke houding leidde tot felle kritiek op de Kerk in het algemeen, waarbij werd ingezoomd op de zeer luxueuze levensstijl van Daniel zelf, die zich uitsluitend per peperdure Mercedes pleegt te verplaatsen, nota bene in een officiële colonne waartoe hij niet gerechtigd is.

Zo werd de crisis een algemene verwerping van de bestuurlijke overheden die zich boven het volk verheven voelen en niet worden gezien als deel van het volk. Wat men kortom eiste, was een beter bestuur, een overheid die er voor de mensen is.

Een betere overheid?

Nadat de regering-Ponta van het toneel was verdwenen, trad het zakenkabinet onder leiding van ex-Eurocommissaris Dacian Cioloș aan. Het is opvallend hoe weinig steun er nog was voor Ponta; in ieder geval waren er geen tegendemonstraties om steun te betuigen voor de voortzetting van zijn kabinet.

Omdat ook in Roemenië de put gedempt wordt nadat het kalf verdronken is, werden er opeens allerlei maatregelen genomen – en ten uitvoer gelegd – om de veiligheid in disco’s en clubs te verhogen.

DNA stelde strafvervolging in tegen PSD-senator Dan Șova, beschuldigd van het aannemen van steekpenningen ten bedrage van €100.000, en het Parlement hief probleemloos Șova’s onschendbaarheid op zodat het kopstuk achter de tralies belandde.

Goed nieuws was dat PSD en PNL vrijwel gelijkluidende lijsten met tien integriteitscriteria opstelden waaraan nieuwe kandidaten van de partijen bij de volgende verkiezingen dienen te voldoen. Deze ‘tien geboden’ van de integriteit, zoals ze in de pers werden genoemd, zijn blijkbaar gebaseerd op een voorstel van de NGO România Curată (Schoon Roemenië).

Diepgewortelde problemen laten zich echter niet zo gemakkelijk oplossen. In december bleek dat de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken, Petre Tobă, 250 bladzijden van zijn proefschrift had overgeschreven uit het werk van anderen en dat in zijn bibliografie zelfs boeken stonden van de auteur ‘Apud’, een Latijnse verwijzing die ‘bij’ betekent.

Wel is er na deze woelige periode de hoop dat de Roemeense overheid een betere weg heeft ingeslagen.

Ter afsluiting zal ik president Klaus Iohannis aan het woord laten. Op de kop af een jaar nadat hij als staatshoofd was beëdigd, sprak Iohannis tot het Parlement: ‘Tussen politiek en maatschappij mag geen kloof bestaan. Juist daarom is de grote inzet van 2016 het herstel van het vertrouwen in de politiek en in het vermogen van de politiek om de maatschappij in de juiste richting te sturen.’ Dat is iets waar men het moeilijk mee oneens kan zijn.