
Franz Kafka, De gedaanteverwisseling
(De Volkskrant, 2012. Overgenomen van Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2009.)
Oorspronkelijke titel Die Verwandlung, 1915. Vertaald uit het Duits door Willem van Toorn.
ISBN: 8710371001842, 61 blz.
Ik was in Amsterdam en liep Spinoza tegen het lijf. Met de kinderen in een natuurspeelpark beland, wandelde ik met mijn dochter over een bruggetje en ineens was hij daar. Aan de balustrade van het bruggetje was met houten planken een zitgedeelte gemaakt. Haaks op dit zitgedeelte stond een groene, glazen mannenkop die daar zo uit de toon viel dat de argeloze voorbijganger niets anders restte dan halt te houden. Wat had dit te betekenen? Voor iedereen die het vrij lange, ovalen gezicht met lang haar niet onmiddellijk als de beroemde Amsterdamse denker wist te herkennen, was er een houten bordje aan de balustrade vastgeschroefd met tekst en uitleg:
Dit is een mens, en wel Spinoza. Hij is lang geleden, in 1632, geboren in Amsterdam.
Spinoza is een filosoof. Dit is iemand die veel nadenkt. Hij dacht zelf dat mensen speciale dieren zijn die heel goed kunnen nadenken.
Om over na te denken:
Kunnen mensen goed nadenken?
Beter dan andere dieren?
Ik las dit tekstje voor aan mijn dochter van vier, waarop zij de beide vragen aan het eind volmondig met “ja” beantwoordde. Mijn allereerste reactie op deze kordate uiting van filosofisch vermogen was trots. Tenslotte is het prettig als de jeugd beaamt dat mensen goed kunnen nadenken. Plaatste ze echter met haar tweede “ja” de mens niet klakkeloos boven de dieren? Had deze kleuter van vier nu al een kil, antropocentrisch wereldbeeld geïnternaliseerd?
Door Casper Schaaf
Het toeval wilde dat ik kort voor deze ontmoeting met Spinoza, terwijl de kinderen aan het spelen waren, met mijn neus in Kafka’s De gedaanteverwisseling zat. U kent het wel, dat verhaal met de beroemde openingszin, in de vertaling van Willem van Toorn:
‘Toen Gregor Samsa op een ochtend uit onrustige dromen ontwaakte, ontdekte hij dat hij in zijn bed in een reusachtig ondier was veranderd.’
Een mens dus dat van het ene op het andere moment de fysiologie van een dier aanneemt, een insect zo groot als de volwassen man die hij even daarvoor nog was. Ondanks zijn dierlijke uiterlijk gaat Gregors geest naadloos over in het nieuwe omhulsel en kan hij gewoon blijven nadenken. Daarentegen komt hij er al gauw achter dat wat hij in zijn hoofd nog steeds als zijn eigen mensenspraak ervaart, en waardoor hij denkt nog steeds te kunnen praten, niet meer verstaan wordt. Zijn ouders en zus, die hem in de nieuwe gedaante ontdekken, horen alleen een soort gepiep uit zijn bek komen. Tot zijn grote spijt kan Gregor niet meer communiceren met de mensen om hem heen en zit hij helemaal alleen opgesloten in zijn afschrikwekkende lichaam.
Naast klassiekers als The Secret history van Donna Tartt en White Nights van Dostojevski gaat The Metamorphosis van Kafka al een aantal jaar enthousiast rond op Booktok. Young adults van grofweg 17 tot 27 jaar omarmen klassiekers als deze massaal als must reads. Vrijwel altijd in het Engels; de boekentips die viral gaan op Tiktok worden tenslotte ook vrijwel altijd in het Engels gegeven. Wat spreekt jongvolwassenen zo aan in een meer dan honderd jaar oude tekst als De gedaanteverwisseling? Vermoedelijk de vervreemding die Kafka in heldere, neutrale taal zo krachtig weet neer te zetten. De droge stijl zonder franje of opsmuk maakt het verhaal tijdloos, waardoor het voelt alsof het vandaag geschreven had kunnen zijn. In de zestig pagina’s die het verhaal beslaat verlaat je als lezer het appartement waar Gregor met zijn familie woont slechts één keer, helemaal op het eind. Door een aantal verwijzingen in de tekst – naar bijvoorbeeld straten, een ziekenhuis, de tram – merk je dat het zich in een grotere stad afspeelt, maar noch de stad noch de tijd waarin het gebeurde plaatsvindt worden benoemd.
Interessant genoeg is mijn editie van De gedaanteverwisseling in 2012 door de Volkskrant uitgebracht, in een reeks met verboden boeken. Hoewel boeken in deze tijd weer vaker op verboden lijsten worden geplaatst en bibliotheken in landen als de Verenigde Staten steeds meer te maken krijgen met censuur, vraag je je tocht af waarom men een verhaal als De gedaanteverwisseling zou willen verbieden. Misschien raakt dit toch aan het al eerder genoemde antropocentrische wereldbeeld? De mens die hoger dan de dieren staat en in de natuurlijke, vanzelfsprekende positie verkeert om over de dieren te mogen heersen. Als een mens ineens in een dier verandert – en ook nog eens in een afschrikwekkend ondier – dan zorgt dat niet alleen binnen de kaft van het boek voor consternatie, maar kennelijk ook daarbuiten.
Gregor wordt aan het begin van het verhaal nog gedoogd door zijn familie, en door zijn jongere zus zelfs liefdevol verzorgd, maar gaandeweg nemen schaamte en walging het over en kunnen zij de aanwezigheid in huis van hun jammerlijk getroffen familielid niet meer verdragen. Die schaamte om een als afschrikwekkend ervaren lichaam, die walging, dat niet kunnen communiceren met de mensen om je heen, voor veel jongeren en jongvolwassenen zal dit herkenbaar zijn. Toch – en dat is denk ik de blijvende aantrekkingskracht van deze tekst – heeft De gedaanteverwisseling álle lezers iets te bieden.
Voor mij kwam het moment om het boek, dat al meer dan tien jaar ongelezen in mijn kast stond, te gaan lezen door een verhaal van Jan Brokken. In zijn nieuwste boek De weemoed van de reiziger beschrijft Brokken Kafka’s ontdekking van het absurdistische schrijven aan de hand van het verhaal ‘Huwelijksvoorbereidingen op het land’. Brokken citeert hierbij Kafka’s beroemde uitspraak ‘Een boek moet de bijl zijn voor de dichtgevroren zee in ons’. Want ‘Wij hebben boeken nodig die ons treffen als een ongeluk, die ons pijn doen, zoals de dood van iemand van wie we meer hielden dan van onszelf’.
Een tekst als De gedaanteverwisseling kun je zien als een poging die zee een stukje open te hakken, om een licht te schijnen op het schrijnende van de menselijke conditie. Kafka is zeker niet de enige Tsjechische schrijver die ontdekte dat absurdisme een heel effectief middel kan zijn om dat doel te bereiken. Van De brave soldaat Švejk van Jaroslav Hašek tot de boeken van Bohumil Hrabal en Milan Kundera, de Tsjechische literatuur staat erom bekend.
Wat zou een humanist als Spinoza van De gedaanteverwisseling hebben gevonden? Ik vermoed dat hij de humor ervan wel zou hebben gewaardeerd. Het lef om – net als hij dat deed in zijn tijd – de heersende conventies uit te dagen moet hem hebben aangesproken. Is een mens wel beter dan een dier? Kunnen mensen wel beter nadenken dan dieren? Zekerheid is prettig, twijfel levert doorgaans de beste boeken op.
