Kaunas, poort naar de vrijheid en naar de dood

Metropolis Hotel met plaquette en gedenkteken voor de Japanse consul Chiune Sugihara (Foto: Ruurd Kok)
Metropolis Hotel met plaquette en gedenkteken voor de Japanse consul Chiune Sugihara.
Geschatte leestijd: 9 minuten

De Litouwse stad Kaunas was in 2022 een van de drie culturele hoofdsteden van Europa. Minder bekend is dat de stad tijdens de Tweede Wereldoorlog voor duizenden joden de poort naar de vrijheid vormde. Maar onvoorstelbaar veel meer mensen vonden in diezelfde stad ook hun einde. Archeoloog Ruurd Kok ging in Kaunas op zoek naar plaatsen die aan die trieste periode herinneren.

Die poort naar de vrijheid lag aan Laisvės Alėja, letterlijk Vrijheidslaan. De ruim anderhalve kilometer lange boulevard is aan het einde van de negentiende eeuw aangelegd en loopt van de rand van de oude binnenstad naar de in 1895 ingewijde Aartsengel Michaëlkerk, gebouwd voor het Russische garnizoen van de stad. In de straat waarlangs op 14 mei 1972 de 19-jarige Romas Kalanta zichzelf in brand stak uit protest tegen het Sovjetregime, hangen nu geel-blauwe banieren als steun voor het door Rusland aangevallen Oekraïne.

Tekst en foto’s: Ruurd Kok

Hier, op nummer 29 zat de Litouwse vestiging van Philips, waar directeur Jan Zwartendijk kantoor hield. De redding van duizenden Joden begint daar op 29 mei 1940 met een telefoontje. Daarmee begint ook De Rechtvaardigen, het in 2018 verschenen boek van Jan Brokken over de rol van Zwartendijk bij die redding.

Curaçao-visum

Op het moment van het telefoontje lag Litouwen ingeklemd tussen twee machtsblokken en was Kaunas sinds 1920 de tijdelijke hoofdstad. Het land kreeg een vluchtelingenstroom te verwerken uit het door de nazi’s bezette Polen en vreesde een inval van de Sovjet-Unie. In deze roerige tijden stemde Zwartendijk in met het dringende telefonische verzoek van de Nederlandse gezant in Riga om per direct de afgetreden consul in Kaunas te vervangen. Niet lang daarna stonden de eerste uit Polen gevluchte Joden aan zijn bureau. Op advies van de Nederlandse gezant in Riga schreef hij in hun paspoort de verklaring dat er voor Curaçao en Suriname geen visum nodig was, waarmee het zogenaamde Curaçao-visum een feit was.

Monument voor Jan Zwartendijk in de Laisvės Alėja, in de achtergrond de Aartsengel Michaelkerk (Foto: Ruurd Kok)
Monument voor Jan Zwartendijk in de Laisvės Alėja, in de achtergrond de Aartsengel Michaelkerk.

Vanuit Litouwen liep de enige route naar de vrijheid dwars door Rusland, met de trans-Siberië spoorlijn naar Vladivostok en dan met de boot naar Japan. Om verder te kunnen reizen richting Curaçao of Suriname was een doorreisvisum nodig voor Japan, uitgeschreven door de Japanse consul Chiune Sugihara. Zonder elkaar ooit persoonlijk te hebben ontmoet, leverden Zwartendijk en Sugihara zo samen de documenten waarmee Joodse vluchtelingen uit Litouwen konden vertrekken. Auteur Jan Brokken vermoedt dat ze daarmee direct al waren begonnen na de Russische bezetting van Kaunas op 15 juni 1940.

Gedenktekens

Bij toeval loop ik tegen een gedenkteken voor Sugihara aan, in een zijstraat van Laisvės Alėja. De bronzen kolom van gevouwen kraanvogels staat voor het Metropolis Hotel waar de Japanse consul van 28 augustus tot 4 september 1940 doorging met het uitschrijven van visa, aldus een plaquette aan de gevel. Sugihara vertrok naar het hotel, nadat de Russen het Japanse consulaat hadden gesloten. Hij had toen al 2139 doorreisvisa uitgeschreven, per document zes of zeven kolommen met penseel gekalligrafeerd. Brokken citeert uit een interview met Zwartendijk over paniektelefoontjes van de Japanner: ‘of ik alsjeblieft niet zo snel te werk wilde gaan, want hij kon het met penselen niet bijhouden.’ Vanaf ’s ochtends vroeg stonden de vluchtelingen bij Zwartendijk voor de deur in een lange rij, waarin geregeld gevechten uitbraken.

Op vijf minuten lopen van het Metropolis Hotel was tot de sluiting op 3 augustus 1940 het Nederlandse consulaat gevestigd in het Philips-kantoor. Op de gevel ontbreekt een plaquette. Brokken schrijft dat die in 2003 zou worden aangebracht, maar dat de eigenaar van de destijds in het pand gevestigde boekhandel op de ochtend van de onthulling liet weten geen ‘plaquette voor Joden’ aan zijn gevel te willen hebben, omdat hij het ‘architectonisch niet verantwoord’ vond. Als alternatief is een gedenkplaat bevestigd aan het pand waar het consulaat tot 1928 zat.

Gedenksteen voor het bloedbad in juni 1940 dat bekend is geworden als de Kaunas Pogrom (Foto: Ruurd Kok)
Gedenksteen voor het bloedbad in juni 1940 dat bekend is geworden als de Kaunas Pogrom.

Dus staat nu zo’n 125 meter verderop aan dezelfde straat vermeld dat ‘the famous businessman, diplomat and humanist of the Netherlands’ op nummer 29 kantoor hield en dat ‘he helped several thousands of people of jewish and other nationalities to emigrate and escape danger.’ Het zou tot juni 2018 duren voordat voor de deur van het Philips-kantoor, waarin nu een koffiezaak zit, een monument voor Jan Zwartendijk werd onthuld door zijn dochter en oudste zoon, in aanwezigheid van de Litouwse president en koning Willem-Alexander. De lichtspiraal bestaat uit ruim tweeduizend streepjes die de overlevenden symboliseren. In het plaveisel onder het lichtkunstwerk ligt een gedenkplaat die vermeldt dat Zwartendijk duizenden Joden van de Holocaust heeft gered door het verstrekken van ‘Visas for Life.’

Moordpartijen

Voor de Joden die niet tijdig geldige uitreispapieren hadden kunnen regelen bij Zwartendijk en Sugihara zat er niets anders op dan hun lot af te wachten. De eerste moordpartijen deden zich voor kort nadat nazi-Duitsland Litouwen was binnengevallen bij Operatie Barbarossa, de aanval op de Sovjet-Unie die op 22 juni 1941 was ingezet. Zo werd een bloedbad aangericht op de binnenplaats van een garage, nu het terrein van een sportcomplex. Een monumentje stelt dat hier op 27 juni 1941 tientallen Joden op brute wijze werden vermoord. Foto’s in het boek van Brokken tonen ‘de beul van de Lietūkis-garage’, met een lange metalen staaf in de hand en toeschouwers bij een groep levenloze lichamen.

Jaren aan Sovjetpropaganda hebben het zicht vertroebeld op de motieven van de daders. Online vind ik verschillende uitweidingen over de vraag of het een antisemitische moordpartij was of een wraakactie op (Joodse) vertegenwoordigers van het Sovjetregime die verantwoordelijk werden gehouden voor deportaties van Litouwers in de weken ervoor en die niet op tijd hadden weten te vluchten voor de Duitsers. Daarbij zouden de eerste Duitse troepen in de stad de Litouwers hun gang hebben laten gaan, of de moordpartijen zelfs hebben gestimuleerd. 

Kazernegebouw van het Negende Fort, met in pleisterwerk uitgespaarde oorlogsschade (Foto: Ruurd Kok)
Kazernegebouw van het Negende Fort, met in pleisterwerk uitgespaarde oorlogsschade.

Enkele maanden later zouden de nazi’s de massaexecuties zelf ter hand gaan nemen in een oud fort buiten Kaunas. Ondanks de ligging naast een knooppunt van snelwegen is het plaatje haast idyllisch: onder een strakblauwe lucht bekroont een lichtroze bouwwerk een glooiend parklandschap met bomen en bloemen. Het Negende Fort vormde bij de voltooiing in 1913 het meest moderne fort van Kaunas. Vanwege de strategische ligging aan de westgrens van het Russische Rijk waren in de jaren tachtig van de negentiende eeuw rondom de stad acht bakstenen forten aangelegd. Het Negende Fort was het eerste verdedigingswerk van een tweede fortenring op grotere afstand van de stad, waarvan de overige forten nooit zijn gebouwd vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

Van een afstand valt op de heuvel naast het fort gelijk het gigantische betonnen monument op. Het werd opgericht in 1984, toen Litouwen nog deel uitmaakte van de Sovjet-Unie, ter herinnering aan de slachtoffers van de naziterreur. Drie kolossale betonsculpturen met hoekige gezichten en gebalde vuisten steken als enorme scherven uit de heuveltop. Vanaf de parkeerplaats loopt een breed tegelpad omhoog richting fort en monument.

De roze gevel is van het twee verdiepingen hoge kazernegebouw dat schuil gaat onder wallen en omgeven wordt door een droge gracht. Nadat het fort redelijk ongeschonden uit de Eerste Wereldoorlog was gekomen, werd het in gebruik genomen als gevangenis door het sinds 1918 onafhankelijke Litouwen. Uit deze periode dateert de hoge muur van rood baksteen met prikkeldraad en twee wachttorens erop. Tussen 1924 en 1940 sloten de Litouwers hier hun politieke tegenstanders op, vooral communisten. Vanaf de zomer van 1940 maakten juist de communisten hier de dienst uit tijdens de eerste Sovjetbezetting. 

Zicht vanuit het kazernegebouw op het 32 meter hoge monument voor de slachtoffers van het fascisme, in 1984 onthuld bij het Negende Fort (Foto: Ruurd Kok)
Zicht vanuit het kazernegebouw op het 32 meter hoge monument voor de slachtoffers van het fascisme, in 1984 onthuld bij het Negende Fort.

Van oktober 1941 tot augustus 1944 voerden de nazi’s hier meerdere massaexecuties uit. De verhalen van de slachtoffers worden gepresenteerd in de kille ruimtes van het fort. We worden er stil van, al dreunt het fort van de schoolklas die stampend de stalen trappen afstormt. Een foto toont de stroom mensen die op 28 oktober 1941 in de sneeuw door de poort van het getto van Kaunas naar het fort lopen, hun dood tegemoet. Een dag later werden deze 9.200 Joden doodgeschoten. Drie weken eerder waren 1.845 andere gettobewoners hier al vermoord. 

Sporen

Een volgend vertrek draagt sporen van een andere groep slachtoffers. Op de muur naast een venster staan namen en data gekrast. Zo schreef Jules Herskovets uit Antwerpen in steeds groter wordende hoofdletters dat hij op 18 mei 1944 vanuit Monaco via Drancy-Parijs in Kaunas terecht was gekomen. Drie dagen eerder was hij met in totaal 878 personen op transport gesteld vanuit de Parijse voorstad Drancy. ‘Nous sommes 900 Français’ kraste een van hen in de muur van de ruimte die oorspronkelijk als eetzaal in gebruik was. Ongeveer driehonderd mensen van dit zogenaamde Convoi 73 werden naar de Estse hoofdstad Tallinn gebracht; de zeshonderd anderen werden in het Negende Fort doodgeschoten. Enkele brillen en andere opgegraven persoonlijke bezittingen herinneren aan hun hier vermoorde eigenaren. Het was de laatste massaexecutie voor de Sovjets het fort in augustus 1944 weer in handen kregen; het begin van de tweede Russische bezetting.

Installatie in Negende Fort met namen van geredde Joden verbonden met afbeeldingen van visa van het Koninkrijk der Nederlanden en van Japan (Foto: Ruurd Kok)
Installatie in Negende Fort met namen van geredde Joden verbonden met afbeeldingen van visa van het Koninkrijk der Nederlanden en van Japan.

Twee olievaten in een andere ruimte zijn stille getuigen van Sonderaktion 1005, de speciale operatie van de nazi’s om de sporen van hun moordpartijen uit te wissen. Behalve benzine werden in augustus 1943 ook gereedschappen en hout naar het fort gebracht voor het opgraven en verbranden van de lichamen. Een groep van 64 gevangenen werd met deze taak belast. Ze moesten de stoffelijke resten van hun eigen dierbaren opruimen, beschrijft een van hen. Vanuit het gevoel dat ze hiermee de nazi’s hielpen met hun gruweldaden groeide het besef dat ze moesten ontsnappen om de wereld te vertellen wat hier was gebeurd. De groep wist op 25 december te vluchten. Slechts elf van hen overleefden de oorlog en konden hun verhaal vertellen.

De massagraven liggen onder een groot grasveld tussen het fort en het monument. Het brede tegelpad dat langs de gevangenismuur ernaartoe loopt draagt de naam The way of death. Een grote gedenkplaat aan de rand van het gras meldt in vijf talen dat dit de plek is waar de nazi’s meer dan 30.000 Joden vermoordden. De tekst dateert vrijwel zeker uit de Sovjettijd, toen het monument en het fortmuseum enkel aandacht besteedden aan de naziterreur. De steen ernaast moet zijn neergelegd na de onafhankelijkheid van Litouwen in 1990, gezien de vermelding van in totaal 50.000 doden, naast Joden ook Russen, Litouwers en anderen. Verschillende groepen worden met eigen gedenkstenen herdacht. De stad Frankfurt herdenkt 992 vermoorde Joodse inwoners, naast een steen voor de 878 slachtoffers van Convoi 73, duizend Joden uit München en meer dan duizend Joden uit Berlijn. Ook de Russen die hier tijdens de Duitse bezetting werden vermoord hebben een eigen steen gekregen.

In plaats van een onderscheiding kreeg de oud-consul

een reprimande omdat hij zich niet aan de regels had gehouden.


De Joden die in de zomer van 1940 hadden weten te vluchten, staan vermeld op een installatie in een ruimte op de bovenverdieping van het fort. Een groot paneel vol namen is met honderden gele draden verbonden aan het tegenoverliggend paneel waarop visa van het Koninkrijk der Nederlanden en van Japan zijn afgebeeld. De opstellers van die visa kijken toe vanaf de wand: Jan Zwartendijk en Chiune Sugihara.

Reprimande

In muur van het Negende Fort gekraste teksten van uit Frankrijk gedeporteerde Joden van Convoi 73 (Foto: Ruurd Kok).
In muur van het Negende Fort gekraste teksten van uit Frankrijk gedeporteerde Joden van Convoi 73.

Zwartendijk zweeg na de oorlog over zijn activiteiten als consul in Kaunas. Brokken beschrijft hoe die pas in 1963 bij toeval bekend werden toen een in Amerika wonende overlevende op zoek ging naar ‘de engel van Curaçao’ aan wie hij zijn leven had te danken. In plaats van een onderscheiding kreeg de oud-consul een reprimande van Buitenlandse Zaken omdat hij zich met het uitschrijven van de Curaçao-visa niet aan de regels had gehouden.

Doordat hij slechts van enkele overlevenden bericht kreeg, werd Zwartendijk geplaagd door een schuldcomplex: het idee dat duizenden Joden waren omgekomen die hij dacht te hebben geholpen ‘met een papiertje voor een veilige toekomst’, in de woorden van Brokken. Pas jaren na zijn overlijden in 1976 zou blijken hoeveel mensen het hadden overleefd. Brokken schrijft dat een onderzoeker 2178 Joodse vluchtelingen wist te traceren die de reis van Kaunas naar Japan hadden gemaakt. Uit ander onderzoek bleek dat dankzij de visa van Zwartendijk en Sugihara minstens zesduizend mensen aan de Holocaust waren ontsnapt.

Joods monument bij voormalige Getto van Kaunas; het met spiegels beplakte huis is een project uit 2018 van kunstenaar Vytenis Jakas (Foto: Ruurd Kok).
Joods monument bij voormalige Getto van Kaunas; het met spiegels beplakte huis is een project uit 2018 van kunstenaar Vytenis Jakas.

Pas 21 jaar na zijn dood ontving Zwartendijk in 1997 postuum de eretitel ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’ van Yad Vashem in Israël, na twee eerdere afwijzingen en twaalf jaar nadat Sugihara de titel had gekregen.

Minstens zesduizend mensenlevens gered. Het lijkt zo bitter weinig in vergelijking met de vijftigduizend mensen die bij het Negende Fort werden vermoord. Dan schieten me de woorden te binnen op de voet van het monument voor Sugihara: ‘Whoever saves a life, saves the world.’

Archeoloog en journalist Ruurd Kok (Amsterdam, 1969) onderzoekt, schrijft en presenteert over de verborgen verhalen in het (stedelijk) landschap en de actuele betekenis van die sporen. Resten uit de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog hebben zijn bijzondere belangstelling. Ook tijdens vakanties in Midden- en Oost-Europa loopt hij regelmatig tegen oorlogserfgoed aan.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Archeologie Magazine, 2023 nr 1.
Ruurd Kok
Over Ruurd Kok 3 Artikelen
Archeoloog en journalist Ruurd Kok (Amsterdam, 1969) onderzoekt, schrijft en presenteert over de verborgen verhalen in het (stedelijk) landschap en de actuele betekenis van die sporen. Resten uit de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog hebben zijn bijzondere belangstelling. Ook tijdens vakanties in Midden- en Oost-Europa loopt hij regelmatig tegen oorlogserfgoed aan.