Keizerlijk baden

(foto: Snapshots Of The Past [CC BY-SA 2.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0)], via Wikimedia Commons)

Van een afstandje lijken het doorsnee toeristen. Hij een kwieke zeventiger met een geruite pet, zij met een mutsje dat onwillige krullen in bedwang moet houden. Ze staan met hun rug naar de zee, het strand en de duinen. Ze wijzen naar de statige houten villa. Met de donkerbruine verf en de sierlijke dakrand lijkt het huis rechtstreeks te zijn ontvreemd uit een Zwitsers landschap.

Door Bertus Bouwman

Bertus Bouwman (1986) werkte een aantal jaar als eindredacteur voor Wegener Media. Sinds 2013 woont hij in Berlijn waar hij het journalistieke platform Duitslandnieuws.nl heeft opgezet. De afgelopen jaren reisde hij veel rond in de voormalige satellietstaten van de Sovjet Unie. Van de Kaukasus, Centraal-Azië, Rusland tot aan Midden- en Oost-Europa en de Balkan.

Maar dit is Seebad Heringsdorf, één van de vier keizerlijke badplaatsjes in Noordoost-Duitsland aan de Oostzee. Bansin, Heringsdorf en Ahlbeck liggen net in Duitsland. Wie over de boulevard of over het strand verder paradeert, wandelt het Poolse Swinemünde zo (of Świnoujście in het Pools) binnen.

De langste boulevard van Europa mag niet onvermeld blijven in de geschiedschrijving van ‘vakantie en recreatie’. De Duitse keizer liet immers vanuit Berlijn een stoomtrein aanleggen, zodat een plons in de zee niet verder dan 5,5 uur verwijderd was van zijn bedompte paleis in de Pruisische hoofdstad. Het is in de tijd dat de elite leerde vakantie vieren. De keizer claimde voor zijn vertier de vissersdorpjes voor zichzelf. In zijn gevolg kwamen notabelen, de gegoeden, de industriëlen en de bankiers mee. Ze lieten er villa’s bouwen in een stijl die je meteen de stadse beslommeringen deden vergeten. De frisse bries van de Oostzee waait vriendelijk in je gezicht als je op de veranda staat van je Zwitserse chalet.

(foto: Snapshots Of The Past [CC BY-SA 2.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0)], via Wikimedia Commons)
(foto: Snapshots Of The Past [CC BY-SA 2.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0)], via Wikimedia Commons)
De ogenschijnlijke normale toeristen maken een foto van de houten villa en betrekken gelijk de enige andere geïnteresseerde in hun aandacht voor het huis. ‘Mooi huis, vindt u niet?’, zegt meneer. Hij wacht het antwoord niet eens af, hij moet een verhaal kwijt. ‘Mijn vrouw en ik, wij woonden hier vijftig jaar geleden. Nu zijn we terug, voor het eerst in al die jaren.’ Het echtpaar op leeftijd had vanuit Berlijn zo’n beetje dezelfde treinreis gemaakt als voor de keizer en zijn gevolg dat ooit gewoon was. Die gegoede burgers – ze waren de bazen van de Duitse industriële revolutie – richtten samen een aandeelhoudersclub op om de badplaatsjes te verfraaien. Elk dorpje kreeg een eigen statige pier en nog een openluchttheatertje bovendien. De eenvoudige vissers hadden er nog weinig te zoeken tussen al die statige heren en dames die verpoosden op het strand in zwierige kledij. In 1923 werd de plaatselijke wet veranderd. Men mocht – tenzij gehuld in kuise badkleding – vanuit de strandkorf zo het water in.

Nazirijk en DDR

Voor de keurige bewoners van stand kwamen de echte problemen een kleine tien jaar later. Velen waren van Joodse afkomst. Het Nazi-regime verdreef ze en confisqueerde de villa’s. De Tweede Wereldoorlog trok grotendeels aan het idyllische vakantieoord voorbij. Hier viel geen schot of bom.

Het keizerrijk en het nazirijk maakten plaats voor de communistische DDR. De nieuwe heersers pakten het geheel anders aan. Voortaan mocht ook het gewone volk hier keizerlijk baden. DEFA, de maatschappij verantwoordelijk voor propagandafilms draaide hier in 1951 de allereerste film. De film is nu te zien op de bovenverdieping van de villa waar ooit de Russische schrijver Maxim Gorki een tijd verbleef om te herstellen van tuberculose. Enkele vertrekken van de schrijver zijn gereconstrueerd. Hij hield van oriëntaalse voorwerpen.

Veel van de film is niet eens zozeer propaganda, vertelt de man van het historische genootschap die de film aanzet. ‘De vreugde op de gezichten is echt. Mensen waren oprecht blij dat de vreselijke oorlog achter de rug was. Het socialisme beloofde een prachtige toekomst. Eentje van vrede en waarin iedereen gelijk was. Niet voor niets trokken toen nog mensen van West naar Oost om onderdeel te zijn van die nieuwe wereldorde.’

De film toont mensen in een bootje als ramptoeristen gaan kijken bij een gezonken oorlogsschip. Aan wal worden gezamenlijk gymnastiekoefeningen gedaan. Er wordt driftig gewerkt aan een kuil met daar omheen een aarden wal, waarbinnen verkoeling kan worden gezocht. De bouwers maken het geheel af met een hamer en sikkel, hun woonplaats Halle en een vredesduif van schelpen.

Pal achter de duinen is de solidariteitshal – vandaag de dag een casino. Het is de plaats waar de mensen vrolijk dansen. ‘s Avonds is er klassieke muziek voor iedereen in het openluchttheater. Hoge cultuur is niet meer voorbehouden aan de keizer. De jongens en meisjes van de jeugdbeweging Pioniers doen samen spelletjes met de ‘vrienden’ uit Tsjecho-Slowakije.

Over het pakijs naar Denemarken

Vlak nadat die film was gemaakt kwam het Berlijnse echtpaar in Seebad Heringsdorf wonen. Hij was arts voor de Volksmarine dat een basis had in het nabijgelegen Penemünde. Zij zorgde voor de kinderen en vertelt over de scheepsbel waarmee ze vanuit het huis haar kroost voor het ‘Mittagessen’ kon roepen.

Het doktersechtpaar praat graag over mooie zomers en koude winter in 1963. Een zware tijd, want de zomervilla had geen dubbel glas, was slecht geïsoleerd, zodat het binnen niet warmer te stoken was dan vier graden onder nul, vertelt mevrouw. Haar man vult aan. ‘De zee was bevroren, je kon over het pakijs zo naar Denemarken lopen.’ Wat ook gedaan werd door DDR-burgers die Berlijn ontvluchtten waar inmiddels een muur was gebouwd. Om dat te voorkomen werd er gepatrouilleerd. De honden van de grenswachten moesten worden afgemaakt, weet meneer nog. ‘Hun poten waren kapot gevroren.’

De villa kon het echtpaar huren voor 90 Mark per maand. Een goede deal zou je nu zeggen. Maar destijds was dat zeker niet voorbehouden aan alle DDR-burgers. Ja, ze mochten er baden en gymnastiekoefeningen uitvoeren op het strand. Ook in het socialistische Oost-Duitsland waren de mooiste huizen voor de elite. Net als in het keizerrijk en onder Hitler verbleven ook in DDR-tijd hier de partijbonzen.

In Joodse handen

In 1965 verhuisde het gezin naar Berlijn vanwege een nieuwe aanstelling van meneer. ‘We hadden helemaal geen zicht daar op een huis. Er was een wachtlijst. Maar de villa naast ons was een rustoord voor zieke arbeiders van een vliegtuigenfabriek in Dresden. Die konden in ruil voor ons huis wel iets regelen in Berlijn’, vertelt hij tevreden.

Na de val van de muur zijn de villa’s opnieuw van eigenaar gewisseld, weet meneer. ‘Ze kwamen in handen van vastgoedfondsen die ze verhuurden aan vakantiegangers. Maar nu staan de statige huizen weer leeg. Amerikaanse juristen proberen de huizen weer terug te winnen voor de nazaten van de oorspronkelijke Joodse eigenaren.

‘Maar ja’, zegt meneer. ‘Hoe vind je die nazaten? Nu komen de huizen in handen van grote Joodse stichtingen. Wat hij daar precies van vindt, laat hij in het midden. Maar een blik op het huis zegt genoeg. ‘Het is best wel zonde dat het leeg staat en nu wat verwaarloost. Wij hebben hebben hier altijd met plezier gewoond.’ Zijn vrouw bevestigt het met een ferme knik.

Verreweg de meeste villa’s zijn tegenwoordig omgetoverd in een luxe hotel of pension. De badplaatsen op het schiereiland Usedom zijn weer voorbehouden aan vakantiegangers met een bovengemiddeld gevulde portemonnee. Zoals de keizer het ooit bedoeld had.