Geschatte leestijd: 7 minuten
Het bezoek van de Hongaarse premier Viktor Orbán aan president Poetin in juli 2024 werd in de media van zowel Oekraïne als ook in de EU als verraad en de Europese eenheid uitgelegd. Dat Hongarije militaire ondersteuning voor Oekraïne weigert, is geen geheim. Dit allemaal zorgt er voor dat de relatie tussen Hongarije en Oekraïne niet als de beste is te beschouwen.
Een nieuw hoogtepunt in de spanning tussen die twee landen begon op 13 augustus met een Oekraïense aanval met drones op de Droezjba-pijpleiding op Russisch grondgebied. In de Slavische talen betekent het woord Droezjba ‘vriendschap’. Over een noordelijke aftakking van de pijpleiding vloeit – in theorie – olie via Wit-Rusland naar de Baltische staten, Polen en naar Duitsland. Een zuidelijke aftakking van de pijpleiding verzorgt via Oekraïens grondgebied Slowakije, Hongarije, Tsjechië en Kroatië met olie. De Oekraïense beschieting trof de pijpleiding in het deel vóór de splitsing in een noordelijke en een zuidelijke aftakking. Sinds de grootschalige Russische invasie van Oekraïne in februari 2022, betrekken Polen, de Baltische staten en Duitsland officieel geen olie uit Rusland.
Door Sonnimir Pantschevski
Voor Slowakije en Hongarije heeft echter het vernielen van de pijpleiding zwaarwegende gevolgen: beide landen kregen olie voor relatief gunstige prijzen uit Rusland. Slowaakse en Hongaarse raffinaderijen verwerkten deze olie en voorzagen hiermee een aanzienlijk deel van de behoefde aan benzine en diesel op de thuismarkt. Brisant in dit geval is dat dezelfde raffinaderijen ook wel een deel van hun productie terug aan Oekraïne leverden. Volgens de CEO van de Hongaarse raffinaderij MOL-Concern Szolt Hernadi verzorgde de Hongaars-Slovaakse productie een zevende deel van de behoefde aan diesel op de Oekraïense markt.
De Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó reageerde scherp op het voorval met de pijpleiding. Deze aanval, aldus Szijjártó, brengt de energievoorziening van zowel Hongarije als ook Slowakije in gevaar. En dat zijn immers leden van de EU, waar Oekraïne ook bij wil horen. Hij waarschuwde Oekraïne om met soortgelijke aanvallen op te houden. Ook verwees hij naar het feit dat Oekraïne een groot deel van haar stroomverzorging aan Hongarije dankt – in maart 2025 was dat 42%. Rhetorisch stelde hij de vraag wat er met de stroomverzorging van Oekraïne zou gebeuren als Hongarije deze stopzet.
Op de vingers
In dezelfde reactie appelleerde Szijjártó aan de EU om Oekraïne op de vingers te tikken met het verwijt dat het in dit geval om het in gevaar brengen van de energievoorziening van twee EU-landen door een derde land betreft. De EU zou in moeten grijpen. Brussel reageerde hierop vrij laconiek: de energievoorziening van zowel Hongarije als ook van Slowakije zou op geen enkele manier in gevaar zijn.
De reactie van Oekraïne liet niet lang op zich wachten: op 17 augustus vond een tweede aanval met drones op de Droezjba-pijpleiding plaats. Deze keer reageerde Szijjártó met nog scherpere toon: ‘De aanval op de Droezjba-pijpleiding is een aanval op de soevereiniteit van Hongarije’. De Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Andrii Sibiha reageerde met de formulering: De energievoorziening van Hongarije ligt helemaal in handen van Hongarije zelf. ‘Jullie gaan diversificeren en onafhankelijk van Rusland worden, net als de rest van Europa.’ Dit zou ook als een dreiging begrepen kunnen worden: zolang Hongarije olie uit Rusland importeert, wordt de pijpleiding ook aangevallen. En inderdaad: op 20 augustus was Droezjba net gerepareerd als in de nacht op 22 augustus de volgende, tot dusver zwaarste aanval volgde. Hierdoor bleef de pijpleiding tot 28 augustus buiten werking.
De reacties uit de EU waren — zoals verwacht — vooral solidariteitsbetogingen met Oekraïne en… felicitaties voor de nationale feestdag van Oekraïne op 24 augustus.
Hongarije reageert
Hongarije reageerde met een harde maatregel: de commandant van het private droneleger, Robert Brovdy, kreeg voor drie jaar een verbod om Hongarije binnen te komen. En omdat Hongarije onderdeel is van de Schengenzone, mag Brovdy in feite de gehele Schengenzone niet betreden. Polen daarentegen nodigde Brovdy demonstratief uit voor een bezoek aan het land.
Een interessant detail is dat de oorspronkelijke naam van Brovdy Róbert Bródi is. Dat is een Hongaarse naam. Van origine is Brovdy een etnische Hongaar, geboren en getogen in de Karpatho-Oekraïense regio. Zijn eenheid, die hij naar eigen zeggen met eigen middelen oprichtte, heet dan ook wel Byrds of Madyar – Hongaarse vogels. Brovdy voelt zich zelf echter Oekraïens en heeft daarom zijn naam Oekraïens laten klinken. In een videoboodschap reageerde hij op het verbod om de Schengen-zone te betreden met: ‘De Hongaarse minister kan zijn sancties in zijn reet schuiven.’ De kiezers van de Hongaarse regering noemde hij ‘lummels wiens aantal steeds kleiner wordt’. Zijn boodschap hierbij: Orbán wordt binnenkort weggestemd. Hij beschuldigde de Hongaarse regering haar handen met het bloed van onschuldige Oekraïense civilisten te hebben beklad, omdat Rusland met Hongaars geld voor Russische olie de oorlog in Oekraïne meefinanciert.
Verbale escalatie
Szijjártó zelf zei op 29 augustus dat Hongarije vanaf nu de meest brutale provocaties van Oekraïense kant kan verwachten. Het Oekraïense ministerie van Buitenlandse zaken riep de ambassadeur van Hongarije op het matje, en president Zelenskiy kondigde harde maatregelen tegen Hongarije aan. De dreigende taal van Zelenskiy doelt op het feit dat de regering-Orbán met alle middelen het toetreden van Oekraïne tot de EU wil tegenhouden. Het argument van Orbán is dat een lidmaatschap van Oekraïne in de EU aanzienlijke economische schade zou veroorzaken. Vermoedelijk bedoelt hij hiermee de corruptie binnen Oekraïne, maar ook de diepe wortels die Amerikaanse investeerders zoals Vanguard en Blackrock in de Oekraïense economie hebben geschoten.
Daarnaast uit Orbán zijn bezorgdheid over het feit dat een lidmaatschap van Oekraïne tot kortingen van EU-middelen voor andere lidstaten zou leiden. Dit wederom is een aanleiding voor Zelenskiy om voor een Hongarije zonder Orbán te pleiten. We kunnen aannemen dat de wens van Zelenskiy overeenkomt met de wens van de EU-leiders. Hiermee is ook de afstandelijke reactie vanuit de EU over het in gevaar brengen van de Hongaarse energieverzorging te verklaren.
Machinaties
De scherpe toon van Hongarije heeft hoogstwaarschijnlijk ook met de aanstaande parlementsverkiezingen in 2026 te maken. In dit kader lanceert de regerende Fidesz-partij van Viktor Orbán het verhaal dat de kandidaat van de oppositionele Tisza-partij, Péter Magyar, door Oekraïense machinaties en zelfs door Oekraïense spionnen wordt beïnvloed. In hoeverre dit waar is weet niemand, maar een ding is duidelijk: in de verkiezingscampagne zal met zekerheid ook de vraag met het toetreden van Oekraïne tot de EU breeduit worden gemeten.
In de Hongaarse publieke opinie is een steeds sterker wordende anti-Oekraïense houding waar te nemen. Andersom neemt het geweld tegen etnische Hongaren in Oekraïne toe. Onlangs werden de gemoederen in Hongarije door de dood van een Oekraïense soldaat van Hongaarse etniciteit opgeborreld, die blijkbaar werd mishandeld – hij stierf later in het ziekenhuis. Of zijn dood als gevolg van geweld of door andere gezondheidsproblemen is opgetreden, is nog onduidelijk.
Een beetje geschiedenis
De geschiedenis biedt meer dan genoeg stof voor spanningen tussen Oekraïne en Hongarije: delen van Karpato-Oekraïne hoorden tot 1945 tot Hongarije. Tot het uitbreken van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne leefden er circa 150.000 etnische Hongaren. Waarschijnlijk zijn dat er nog zo’n 80.000. Na de politieke omwentelingen in Oost-Europa en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was de relatie tussen Hongarije en Oekraïne relatief goed: Hongarije ondersteunde Oekraïne in haar streven om zich in de Europese structuren te integreren. Daar tegenover eiste Hongarije vergaande minderhedenrechten voor de etnische Hongaren in Oekraïne, en Oekraïne hield zich er aan.
Maar na de Russische verovering van de Krim in 2014 werden de rechten van minderheden in Oekraïne sterk ingeperkt. Deze inperkingen richtten zich met name tegen de Russischtalige minderheden, maar troffen ook de Hongaarse minderheid. Het ging hierbij vooral om het verbannen van de Hongaarse moedertaal uit het onderwijs. Hongarije eist nu een terugkeer naar de stand van zaken van vóór 2014. Oekraïense media daarentegen suggereren dat Hongarije de gebieden die het na de Tweede wereldoorlog aan de Sovjet-Unie heeft verloren, met hulp van Rusland terug wil veroveren.
Het is dus aan te nemen, dat de spanningen tussen Hongarije en Oekraïne op zijn minst tot de Hongaarse parlementsverkiezingen in 2026 aan zullen houden. Mits er tussen Rusland en Oekraïne dan nog geen vredesbestand is.