Ostalgie met een bijsluiter?

In het Stasimuseum ‘In der Runden Ecke‘ in Leipzig staat een vitrinekast vol herinneringsproducten aan de DDR. Wat doet die kast naast een papierversnipperaar en wekpotten met geursporen? Het is een aanklacht tegen de Ostalgiegolf die zo’n tien jaar geleden Oost-Duitsland overspoelde. Het is vooral een protest tegen de TV-shows in 2003 die de DDR reduceerden tot de Trabi, het Ampelmännschen en de Spreewaldgurken. Deze programma’s besteedden nauwelijks aandacht aan de repressie en het gebrek aan vrijheid, en presenteerden de DDR als een Kuriositätenkabinett. Wat waren de oorzaken van deze Ostalgiegolf, die zijn hoogtepunt had in 2003, met onder andere de film Good Bye Lenin? Was er een speciaal Duits element aan deze heimweegolf, die zich ook in de rest van de voormalige communistische wereld manifesteerde? En klopt het – zoals het museum het presenteert – dat deze Ostalgiegolf nog steeds aanhoudt?

Door Leo Paul

Leo Paul is als hoofddocent Sociale Geografie verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Spee waspoeder

De eerste jaren na de omwenteling werd de DDR vooral opgeruimd. Straten kregen andere namen, de Muur werd afgebroken en de meubels werden vervangen. In 1990 produceerden de Oost-Duitsers twee ton afval per hoofd van de bevolking; driemaal meer dan in West-Duitsland. De Trabant werd ingeruild voor een degelijke Westwagen, en fameuze producten als Club-cola (die smaakte als een bruinkoolaftreksel) en Spee waspoeder bleven in de schappen staan. Eindelijk waren de producten te kopen waar men in de DDR-tijd alleen maar naar kon staren de valutawinkel. Ze moesten wel van onaardse kwaliteit zijn.

Al snel kwamen de teleurstellingen. De economie stortte ineen, vooral door de veel te snel doorgevoerde privatiseringen. De afzetmarkt in het Oosten was weggevallen omdat de Oost-Duitse producten (mede door de invoering van de D-Mark) een slecht prijs-kwaliteit verhouding hadden gekregen. Tussen 1989 en 1999 gingen 3,7 miljoen banen verloren. Zo’n 1,4 miljoen, meest jonge Oost-Duitsers zochten hun heil in West-Duitsland (uitgangssituatie: 16,6 miljoen). De achterblijvers, vaak gepensioneerd of zonder baan, raakten verbitterd. Zij maakten de balans op van hun leven. In de DDR hadden zij een rustig en geordend leven, van de wieg tot het graf verzorgt. Volledige werkgelegenheid, goedkope basisvoorzieningen en weinig keuzestress. Zolang je je niet verzette tegen het regime had je een voortkabbelend leven. Een kleinburgerlijke staat, waarin de meeste mensen zich in een veilige cel van vertrouwde personen terug hadden getrokken: een Nischengesellschaft. Ook in een dictatuur gaat het gewone leven verder, met zijn alledaagse irritaties en momenten van tevredenheid. Je kon een normaal leven leiden, zolang je je maar niet verzette.

Complete overname

De gemiddelde West-Duitser – die maar zelden de DDR bezocht had – had geen enkel voorstellingsvermogen om het leven van de buren in te schatten. Veel West-Duitsers zagen de DDR als een groot gevangenkamp met grote tekorten, dat geleid werd door crimineel regime. Zij begrepen niet hoe je in zo’n land kon leven, en waarom de Oost-Duitsers zich niet meer verzet hadden. En dat de meeste DDR-burgers een rustig, alledaags leventje konden leiden ging er helemaal niet in.

Omgekeerd werden de West-Duitsers door de Oost-Duitsers als arrogante kolonisatoren gezien. Er hadden in 1989/1990 geen fusieonderhandelingen tussen twee staten plaatsgevonden, maar er was sprake van een aansluiting van het grondgebied van de DDR bij oude Bondsrepubliek. Het complete West-Duitse economische, politieke en sociale systeem werd overgenomen. Alleen het verkeerslichtmannetje en de groene pijl (bij rood licht mag je rechtsaf slaan als het verkeer het toelaat) hadden de hereniging overleefd. Veel Oost-Duitsers kregen het gevoel dat hun hele voorgaande leven zinloos was geweest. Daar kwam al snel de teleurstelling over het nieuwe leven na de Wende bij. Veel Oost-Duitsers kwamen tot de ontdekking dat zij een onrealistische voorstelling van het leven in het Westen hadden gehad, dat eerst gezien werd als het paradijs op aarde – met de harde D-mark als belangrijkste symbool ervan.

Maar die prachtige Westprodukte, waren die werkelijk zoveel beter dan de in de DDR geproduceerde waren? Met Spee waspoeder werd de kleding toch ook schoon? Er kwamen in steeds meer Oost-Duitse steden winkels met DDR-producten, waar je doorgaans wat ouder publiek zag rond schuifelen, op zoek naar die leuke plastic eierdopjes uit de Bunafabrieken bij Halle of de reservekan voor het koffiezetapparaat. Het was (en is?) ook een zoektocht naar een verloren gegane identiteit. Uit onderzoeken blijkt dat veel Oost-Duitsers nostalgische gevoelens hebben over de DDR, zonder dat ze die staat terug willen. Kennen wij dat ook niet, die nostalgie naar kamers met bruin behang en oranje meubels? Bij ons zijn uitzendingen van Andere Tijden over de jaren vijftig-zestig-zeventig-in-kleur toch ook populair? En is een Trabi-safari anders dan een groepsrit op de Solex? Dus onschuldig sentiment?

Kwalijke kanten

Maar daar komt het punt dat het museum in Leipzig wil maken: er was rond 2003 weinig aandacht voor de kwalijke kanten van het regime dat die gezellige eierdopjes produceerde. De nadruk lag wel erg sterk op de absurditeiten van de DDR, die er overigens volop waren. Maar drie jaar later kwam Das Leben der Anderen uit, waarin juist de duistere kant van de DDR werd getoond, met zijn onderdrukkingsapparaat. Interessant dat zowel deze film, evenals Good Bye Lenin door West-Duitsers is gemaakt. Er is volop belangstelling voor de zwarte kant van de geschiedenis, vooral bij de jongere generatie. Het aantal bezoekers aan de Stasigevangenissen in Berlijn en Bautzen stijgt jaar na jaar, net als de belangstelling voor de verschillende musea bij de vroegere Duits-Duitse grensovergangen.

Het Tranenpalast, de grensovergang in Berlijn bij  Bahnhof_Friedrichstraße
Het Tranenpalast, de grensovergang in Berlijn bij Bahnhof_Friedrichstraße

Maar het moet gezegd, bij veel jongeren (en toeristen) is er ook de cultstatus van de DDR, die vooral commercieel uitgebaat wordt. In (Oost)-Berlijn kun je overnachten in het Ostel Hostel: ‘the most original GDR-design hostel in Berlin’. Op hun website valt te lezen: ‘Go on a trip back in time to the East Berlin of the seventies and eighties. Enjoy the most beautiful East-German room designs in an original GDR “Platten”-building. You will stay in rooms furnished with classics like

the “Karat” wall-wardrobe and the multi-function table’. De opening van dit hostel leidde tot protesten van Stasi-slachtoffers: ‘Die DDR war keine Spaßveranstaltung’. Er zijn overigens ook restaurants die Ostalgie-avonden organiseren met DDR-menukaarten en chagrijnige serveersters, waarbij betaald kan worden in DDR-marken.

En wat te denken van het DDR-museum in Berlijn, dat jaarlijks door een half miljoen mensen wordt bezocht? Naast veel attributen uit de DDR-tijd worden ook de duistere kanten getoond. Maar de Ostalgie heeft er toch wel de overhand, en de doelgroep bestaat vooral uit toeristen die zich willen vergapen aan dat rare verdwenen land. Persoonlijk bezoek ik liever het Deutsches Historisches Museum, waar de afdeling 1945-tot-heden veel meer informatie geeft over de Duitse deling en de twee Duitse staten ten tijde van de Koude Oorlog.

Rotkäppchen Sekt

In Oost-Duitsland zijn niet veel DDR-winkels meer te vinden, maar via webwinkels zijn nog talloze producten te koop. Je zou bijna zeggen: de DDR leeft voort in cyberspace. Het aantal webwinkels doet vermoeden dat het hier niet gaat om de eenmalige aanschaf van een heimwee-artikel. Interessant is het overleven van het koffiemerk RONDO melange. Koffie was in de DDR schaars, want aan de import van koffie wilde de staat niet al te veel harde valuta besteden. De fabriek Röstfein had in 1982 het Wirbelschicht-Röstverfahren ontwikkeld, waarbij koffie niet geroosterd werd maar zwevend werden gebrand met behulp van waterdamp. Dat zorgde voor een hogere productie, en een andere smaak. Voor een pak DDR-koffie moest 40 DDR-mark per 500 gram worden betaald, en was desondanks nauwelijks verkrijgbaar. Na de Wende werd massaal overgeschakeld op West-Duitse koffie. Maar Röstfein wist als enige koffiefabriek de omwenteling te overleven, en exporteert tegenwoordig naar diverse landen.

Ook Rotkäppchen Sekt heeft de DDR overleefd, en is tegenwoordig met een aandeel van 34 procent marktleider sekt op de Duitse markt. Hoewel een aantal DDR-producten als merk overleefd heeft, is de samenstelling van de producten veranderd. Radeberger Pils uit Dresden (sinds 1872) was zeer bekend in de DDR. Het is nog steeds één van de meest bekende Oost-Duitse biermerken, maar is qua samenstelling en productieproces drastisch aangepast (en in handen van Dr. Oetker).

Oost-Europamuseum thuis

Ik moet bekennen dat ook bij mij nostalgische gevoelens loskomen bij de aanblik van al die bijzondere DDR-producten in hun weinig wervende verpakkingen. In mijn kleine Oost-Europamuseum thuis staan er verschillende, waaronder een potje Sauerkirschmarmelade met als bijzondere houdbaarheidsdatum november 1989 (dat nog steeds niet beschimmeld is). Met genoegen vertel ik over mijn inkoopgedrag in de Kaufhalle 8. Mai in Greifswald toen ik begin 1989 enkele maanden in de DDR woonde vanwege mijn onderzoek. Ik raakte er snel aan gewend dat je elke bierfles even moest omdraaien om te kijken of er niet teveel restproducten in zweefden. Kortom, Ostalgie. Toch ben ik mij zeer bewust van de slechte kanten van de DDR. Bij mij zijn het twee zielen in één borst zielen, net als ik denk bij veel (oudere) Oost-Duitsers.

De sterke Ostalgiegolf van zo’n tien jaar terug had vooral te maken met de irritaties over het verloop van de Duitse hereniging, die in zijn extreme vorm had geleid tot Jammerossis en Besserwessis. Maar de golf is wel over zijn hoogtepunt heen. De irritaties van het museum in Leipzig en de slachtoffers van de DDR-terreur zijn begrijpelijk. Maar hoe krijgen je de verschillende kanten van de DDR goed samen? Moet elk Ostalgieartikel worden voorzien van een bijsluiter waarin de misdaden van de DDR worden aangehaald? Tegen de commerciële uitbuiting van de DDR als kultobject valt weinig te doen. Zolang er voldoende aandacht is voor de andere kant van de DDR om de Ostalgie te relativeren maak ik mij weinig zorgen.

Bronnen 
Bartmanski, D. (2006), Successful icons of failed time: rethinking post-communist nostalgia. Acta Sociologica, 54 (3), pp. 213-231 
Boger, D. (2006), Ostalgie and the Politics of the Future in Eastern Germany. Public Culture, 18:2, pp. 361-381. 
Garofalo, L. (2012), Ostalgie. Eine Phänomen der Erinnerung. Venezia: Università Ca’Foscari. Paul, L.J. (2003), 
‘Uns gab’s nur einmal‘. Mecklenburg-Vorpommern voor en na de Duitse hereniging. Delft: Eburon. 
http://www.tagesspiegel.de/berlin/hotel-mit-ddr-ambiente-stasi-opfer-protestieren-gegen-ostel/1010570.html