Paul Celan – Duitstalige joodse dichter van Roemeense afkomst

Dichtbij de Donau (afbeelding: Guido van Hengel)
Geschatte leestijd: 4 minuten

Tweede editie Dichtbij de Donau in Boekhandel Pegasus

Op 5 januari organiseerde Donau in samenwerking met boekhandel Pegasus de tweede versie van “Dichtbij de Donau”, een serie van poëziemiddagen over dichters uit de kleinere (en grotere) taalgebieden van Midden-Europa.

Toen Donau in 2006 werd opgericht, stelde de redactie zichzelf ten doel om het Nederlandstalige publiek een meer gelaagd en genuanceerd beeld over Midden- en Zuidoost-Europa te brengen. Een breed palet, voorbij de clichés. Wanneer je nu iets over Hongarije organiseert ligt het – ook wel terecht – voor de hand dat je over Orbán en Fidesz komt te spreken. Maar daarvoor zijn al vele andere bijeenkomsten, georganiseerd door think tanks en universiteiten.

Het initiatief voor Dichtbij de Donau past bij de aloude ambitie van de redactie, en biedt ruimte om langzamer na te denken over de culturele rijkdom van de regio. Paul Celan representeert deze rijkdom als geen ander.

Paul Celan (1920-1970), geboren in Cernăuți, noord-Roemenië, als Paul Antschel, was een Roemeense dichter en vertaler, een van de belangrijkste Duitstalige dichters van na de Tweede Wereldoorlog. Zijn poëzie kenmerkt zich door een ingewikkelde en cryptische stijl die afwijkt van poëtische conventies. Zijn ouders werden door de nazi’s vermoord, hijzelf ontsnapte ternauwernood aan de dood. Hij stierf door van een brug in de Seine te springen, na een leven getekend door de Holocaust. 

Op 19 december verscheen bij uitgeverij Athenaeum–Polak & van Gennep een derde druk van Paul Celan. Verzameld Werk, vertaald door emeritus hoogleraar Ton Naaijkens.

Droevig

Mira Feticu (rechts) en Ton Naaijkens (op de rug)Schrijfster Mira Feticu vertelde het publiek dat ze speciaal was gekomen om Ton Naaijkens, vertaler van Celan, en winnaar van de Martinus Nijhoff Vertaalprijs, te ontmoeten. Celan vertalen is een moeilijke opgave en verdrietig makend. Mira Feticu, auteur van o.a. Al mijn vaders en Liefdesverklaring aan de Nederlandse taal, zei later nog tegen Naaijkens ‘misschien kun je op bepaalde, droevige momenten toch nog zeggen, “ja, maar ik heb Paul Celan vertaald”’. Feticu benadrukte de pijn en de pech van Celan, als belangrijke thema’s.

Celan de dichter

Ton Naaijkens stelde vast dat de ‘persoon’ Celan (en zijn biografie) nog wel eens losgezongen wordt van het ‘werk’ van Celan, en dat belangrijk is om het werk ook op zichzelf te beschouwen. Hij vertelde dat hij bij het vertalen de Nederlandse taal toch gebruikte voor het ritme en de cadans. Dichter en voordrachtkunstenaar Anne Bosveld, voor wie Celan via de familie van haar moeder tot haar kwam, vroeg zich af of het niet een Westerse manier is van kijken om Paul Celan helemaal letterlijk te willen doorgronden. Zij las vervolgens een fragment uit een van Celan’s gedichten (“Stretto”) voor:

Geleid naar het

terrein

met het onloochenbare spoor:

gras, uiteengeschreven. De stenen, wit,

met de schaduw van de halmen:

lees niet meer – kijk!

Kijk niet meer – loop!

Loop, je uur

heeft geen naasten, je bent –

bent thuis. Een wiel, langzaam,

wentelt vanzelf, de spaken

klimmen,

klimmen op zwartgrijze grond, de nacht

hoeft geen sterren, nergens

vraagt men naar jou.


Celan als vertaler

Ton NaaijkensCelan heeft ook een indrukkend oeuvre aan vertalingen achtergelaten, o.a. van Osip Mandelstamm, een grote inspiratie voor Celan. Ton Naaijkens benadrukte dat Celan zijn vertalingen zelf ook zag als grote werken, als originele werken, die hij even hoog aansloeg als zijn eigen werken. Celan vertaalde Die junge Parze van Paul Valéry. Bij de Duitse uitgever Suhrkamp verscheen in 1959 van Ossip Mandelstamm Gedichte, een vertaling die Celan zelf als zijn belangrijkste beschouwde. Enkele jaren voor zijn dood verscheen bij Insel Verlag William Shakespeare, Einundzwanzig Sonette.

Celan als Roemeen

Hoewel Paul Celan zijn werkzame leven voornamelijk in Parijs doorbracht, begon hij zijn literaire carrière in Boekarest. In april 1945 vluchtte Paul Antschel uit zijn geboortestad Cernăuți naar Boekarest, een vlucht van Klein-Wenen naar Klein-Parijs, zoals vertaler Jan Mysjkin in de inleiding van Paul Celan: Roemeense gedichten schrijft.

In het na de oorlog oplevende Boekarest vond hij werk bij een uitgever waar hij manuscripten uit het Russisch in het Roemeens vertaalde, o.a. Tsjechov. Door zijn werk kwam hij al gauw in contact met Roemeens literaire kringen en ging hij zijn eerste gedichten publiceren. Na de ontberingen van de oorlog drukte het verwoede spelen met woorden en klanken een herwonnen levensvreugde uit. Dat spelen was ook kenmerkend voor het surrealisme, waarvan de Roemeense variant juist tussen 1945 en 1947 zijn glorietijd kende kende. In die tijd mat hij zich ook al spelenderwijs het anagram Celan aan. Hijzelf is nooit lid geweest van enige surrealistische groep. Celan mengde zich wel graag in hun gezelschap tijdens lezingen en feestjes maar bleef op de achtergrond omdat hij de enige Duitstalige dichter in een Roemeense omgeving was.

Toch neemt hij in die tijd niet alleen Roemeense elementen in het Duits over, hij gaat hij onder invloed van zijn surrealistische collega’s ook direct in het Roemeens schrijven. Hoewel hem meer dan eens de vraag werd gesteld hoe hij kon schrijven in de taal van diegenen die zijn ouders hadden vermoord. Hij antwoordde dan: ‘Nur in die der Muttersprache kann man die eigene Wahrheit aussagen, in der Fremdsprache lügt der Dichter’.

Literaire toekomst

Dichter en voordrachtkunstenaar Anne BosveldWat zou literaire toekomst van Celan zijn geweest als hij Roemenië niet had verlaten? Schrijfster Mira Feticu, zelf opgegroeid in Roemenië, zei dat Celan nooit iets slechts over Roemenië heeft geschreven, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nobelprijswinnares Herta Müller, die Roemenië toch de spiegel voorhoudt, of de waarheid vertelt. Celan wordt volgens haar weliswaar als Roemeense dichter gezien, maar krijgt toch niet de lof, de erkenning, die hij zou moeten krijgen; hij ontbreekt vaak in Roemeense anthologieën. Dit in tegenstelling tot Duitsland, waar hij volgens Naaijkens zeer wordt gewaardeerd.

(De niemandsroos)

Er was aarde in hen, en

ze groeven

Ze groeven en groeven, en zo ver-

liep hun dag hun nacht. En loofden niet God,

die dit, zo hoorden ze, allemaal wilde,

die dit, zo hoorden ze, allemaal wist.

Ze groeven, vernamen niets meer:

ze werden niet wijs, verzonnen geen lied,

bedachten generlei taal.

Ze groeven.

Hopelijk verwelkomen we bij de derde editie van Dichtbij de Donau in boekhandel Pegasus andermaal een groot publiek. Gaan we praten over Ismael Kadaré of Wisława Szymborska? Karel Čapek Of toch Bruno Schulz? Suggesties of aanbevelingen zijn welkom, op redactie@donaustroom.eu.

Frank Elbers
Over Frank Elbers 37 Artikelen
Frank Elbers is journalist en onderzoeker aan het Institutul de Cercetare al Universității din București (ICUB) in Roemenië. Hij is Zuidoost-Europa correspondent voor onder meer De Groene Amsterdammer, BNR Nieuwsradio, NPO Radio 1 en VRT Radio 1. Hoofdredacteur van Donau.