Het is een zonnige herfstmiddag in Mitrovica, een stad in het noorden van Kosovo. Miodrag Milicević, de directeur van NGO Aktiv, leidt een wandeling langs oude kraampjes en winkels. We zijn in het Servische gedeelte van de stad en dat is goed te merken. Overal om me heen zijn vervallen panden waar internetkabels overheen zijn gespannen en Servische verkiezingsposters op de muren zijn geplakt. Mitrovica bestaat uit twee gemeentes: in het noorden wonen Serviërs en in het zuiden Albanezen. De organisatie van Milicević probeert de twee groepen bij elkaar te brengen, maar hijzelf blijft zonder. ‘We hebben hier gemeenteraadsverkiezingen gehad, waar de Kosovaarse Servische partij van Vučić natuurlijk heeft gewonnen’, zegt Milicević treurig. ‘Het is een schijnoverwinning, want weinig Serviërs steunen die partij nog.’ We lopen langs monumenten waarop de namen staan van Servische soldaten die sneuvelden in de gevechten in Kosovo. Het is voor mij een vreemd gezicht, omdat we in Kosovo tot dan toe alleen Albanese monumenten hadden gezien.
Ten slotte komen we aan bij de voetgangersbrug die de stad in tweeën deelt en wordt bewaakt door KFOR-militairen. Die militairen bewaren de rust in de stad, maar slagen daar niet altijd in. Aan de andere kant zie je moderne gebouwen en gezellige eettentjes, wat tot mijn verbazing een opvallend contrast vormt. ‘Dit is het Albanese gedeelte, dat zie je al aan de moderniteit’, aldus Milicević. Hij wijst daarna naar een kleine brug aan de rechterkant waar auto’s overheen razen. ‘Dit is een populistisch project van de Kosovaarse regering, zoals je kunt zien. Bij een vloedgolf zou deze brug zo instorten. Er ligt ook veel afval in het water dat mijn team en ik hebben geprobeerd op te ruimen’, zegt Milicević boos. ‘Dat afval symboliseert precies de gemoedstoestand van de Servische gemeenschap op dit moment’, voegt hij er cynisch aan toe. ‘We worden door de protesten in Servië door niemand meer vertegenwoordigd.’

De man die door veel mensen in het Westen wordt gezien als de vertegenwoordiger van de Servische gemeenschap, is de Servische president Vučić, maar hij kampt met andere problemen. In Servië vinden er op dit moment massale protesten plaats tegen de zittende president en zijn regering vanwege de grootschalige corruptie in het land. De protesten worden keihard neergeslagen door de politie en de regering beschuldigt de Europese Unie van inmenging. Historicus en Balkan-specialist Max Andela ziet in Servië dezelfde patronen van Russische invloed als in Moldavië en Oekraïne. ‘De Serviërs zien dat de Europese Unie veel aantrekkelijker is dan Rusland, omdat er een groot verschil is in de economieën. Rusland probeert Servië in zijn invloedssfeer te houden door middel van politieke inmenging en desinformatie.’ Servië lijkt daarmee het volgende land te worden dat zich op een kantelpunt bevindt tussen de EU en Rusland. Ook Kosovo speelt een rol binnen het besluit of Servië bij de Europese Unie komt.

Servische invloed in Kosovo
Kosovo is al eeuwenlang een gevoelig punt voor Servië, omdat het land door de Serviërs nog steeds beschouwd wordt als een afvallige provincie. Kosovo was vanaf 1912 (na de Balkanoorlogen) tot 2008 formeel onderdeel van Servië, met korte perioden van autonomie. Kosovo riep in 2008 de onafhankelijkheid uit maar Servië heeft de onafhankelijkheid nooit erkend. Om die reden wil de Europese Unie voorlopig niet meewerken aan een Servische toetreding.
Kosovo speelt een centrale rol in de geschiedenis en identiteit van Servië. Het gebied herbergt talloze middeleeuwse kloosters en kerken die cruciaal zijn voor de Servisch-orthodoxe traditie en werd het toneel van de legendarische Slag bij Kosovo in 1389, een gebeurtenis die diep verankerd zit in de Servische cultuur en nationale identiteit. De Slag bij Kosovo tegen het Ottomaanse rijk is een sleutelmoment in de Servische nationale identiteit en wordt in de Servische cultuur en literatuur vaak herdacht als symbool van moed en nationale strijd, ook al resulteerde het in eeuwenlange Ottomaanse overheersing. Voor Serviërs geldt Kosovo als de “wieg van de Servische staat”, waar koninklijke dynastieën zetelden en het verlies van dit gebied wordt nog steeds gevoeld als een belangrijk emotioneel en symbolisch verlies.
Volgens historicus Andela is Kosovo voor de Serviërs belangrijk vanwege de religieuze en economische waarde. ‘In Kosovo zijn twee middeleeuwse kloosters en in één daarvan liggen de stoffelijke overschotten van tsaar Stefan Dušan van Servië, de nationale volksheld. Servische schoolklassen bezoeken daarom jaarlijks dat klooster, onder begeleiding van NAVO-soldaten voor de veiligheid.’ In Kosovo liggen ook in het noorden lucratieve ertsmijnen die Servië wil gebruiken en er is nog een andere symbolische waarde. Buiten Pristina ligt een monument bij het Merelveld waar de Serven en Ottomanen op 28 juni 1389 een beroemde slag vochten. ‘Voor de Serven is deze slag belangrijk, omdat ze de Ottomanen wisten tegen te houden en daarom komen ze elke 28 juni daar samen’, aldus de historicus. ‘Beide leiders van de twee landen stierven in de slag, maar uiteindelijk op de langere termijn werd Servië verslagen door de Ottomanen.’
Ondanks de nederlaag bleven de Serviërs de dominante meerderheid in het Kosovaarse gebied van het Ottomaanse Rijk, maar dat veranderde langzaam. Tijdens de oorlogen tussen Oostenrijk en het Ottomaanse Rijk in de Kosovaarse regio vluchtten veel Serviërs uit Kosovo, nadat zij de kant van Oostenrijk hadden gekozen in de hoop op onafhankelijkheid. Veel Albanezen waren islamitisch geworden en bleven de Ottomanen trouw en immigreerden langzaam richting Kosovo waarmee ze de dominante bevolkingsgroep werden. Zo veranderde de demografie van de regio compleet.
De Serviërs bleven met enkele honderdduizenden mensen een belangrijke factor in het gebied, vooral nadat Servië in 1912 de regio Kosovo op de Ottomanen had veroverd. De Albanezen verzetten zich hiertegen, wat leidde tot veel etnisch geweld en verdrijvingen, voornamelijk door Servische zijde. Ondanks deze verdrijvingen en de toename van Servische kolonisten bleven de Albanezen de dominante bevolkingsgroep. De Serviërs bezetten echter de belangrijkste bestuurlijke posities en de Albanese taal en cultuur werden onderdrukt. Na de Tweede Wereldoorlog bracht Josip Broz Tito hierin verandering. Hij gaf de Albanese Kosovaren een vorm van autonomie, waardoor zij relatief veel vrijheden kregen. Na zijn dood werd deze autonomie echter teruggedraaid.
De Servische nationalistische leider Milošević nam de directe controle over Kosovo over en beperkte onder meer het gebruik van de Albanese taal. Dit vormde voor veel Albanezen de aanleiding om in gewapend verzet te komen tegen de Servische machthebbers binnen Joegoslavië. Wat volgde waren jaren van etnisch geweld van beide kanten, met 1999 als dieptepunt.
Na NAVO-bombardementen op Servië kwam er uiteindelijk een einde aan de oorlog, maar met grote gevolgen voor de Servische bevolking in Kosovo. Veel Serviërs vluchtten naar het noorden van Kosovo, onder meer vanwege represailles van Kosovaarse Albanezen. Sindsdien bestaat de bevolking van Kosovo nog voor ongeveer 2,3 procent uit Serviërs, voornamelijk geconcentreerd in het noorden. De kwestie tussen Serviërs en Albanezen is echter nog altijd niet opgelost, mede door de gebeurtenissen uit het verleden.
Vučić en Kosovo
Al deze redenen spelen voor Vučić mee om Kosovo en de Servische gemeenschap die daar wonen niet los te laten. De Kosovaarse Serviërs vormen een klein deel van de totale bevolking van Kosovo en wonen nu grotendeels in het noorden van het land. Een van die plekken is de stad Mitrovica waar de Serviërs in het noorden wonen en de Albanezen in het zuiden. Nu is de stad rustig, maar de afgelopen jaren zijn er spanningen geweest waar de Servische premier een aandeel in had.

Het geruzie om de kentekenplaten of de Servische boycot op de verkiezingen in 2023, waarbij uiteindelijk Albanese burgemeesters werden gekozen in Servische gemeentes, zijn voorbeelden daarvan. Bij elk conflict in of rond Kosovo gaf Vučić een reactie waarin hij verklaarde dat hij de Serviërs in Kosovo zou beschermen en dreigde met militair geweld. Volgens Balkan-correspondent Marjolein Koster zit er een diepere agenda achter het beleid van Vučić. ‘De president creëert vooral zelf onrust (soms via anderen), zodat hij daarna weer kan zeggen dat hij de Serviërs wilt beschermen.’ Tegelijkertijd heeft Vučić ook veel voor de Serviërs gedaan in Kosovo. ‘Hij gaf de Serven daar gratis onderwijs, betere gezondheidszorg en energie, omdat de Kosovaarse regering die mogelijkheden niet kan geven.’ Desondanks staat de Servische gemeenschap niet pal achter de president.
Schokkende cijfers
In het noorden van Kosovo zijn er ngo’s en andere organisaties die de verhouding tussen Serviërs en Albanezen willen verbeteren door de dialoog aan te gaan. NGO Aktiv is zo’n organisatie. NGO Aktiv doet onder andere onderzoek naar de Servische gemeenschap. In een recente publicatie (2024) staan verassende cijfers over het vertrouwen in politici en politieke partijen. Volgens dit onderzoek vertrouwt 0,4 procent van de Kosovaarse Serviërs president Vučić. Maar er is een kanttekening. Negentig procent van de ondervraagden hebben geen antwoord gegeven over welke politici ze vertrouwen. Toch zijn de cijfers schokkend te noemen, want slechts 2,8 procent vertrouwt de Kosovaarse Servische partij.

Het vertrouwen is in de afgelopen jaren afgenomen. Onderzoek van NGO Aktiv uit 2020 liet zien dat tien procent van de Kosovaarse Serviërs de partij van Vučić vertrouwden en tegelijkertijd ook de lokale partij. Ook hier moet de kanttekening bij geplaatst worden dat 86 procent van de bevolking de vraag niet beantwoord heeft. Volgens Miodrag zijn de cijfers makkelijk te verklaren uit het feit dat de president niets voor de Serviërs gedaan heeft de afgelopen jaren.
Troefkaart
‘Vučić heeft in de afgelopen jaren niets gedaan voor de Servische bevolking toen er spanningen waren met de Kosovaarse regering’, zegt Miodrag Milicević. Eén van die spanningen was de bouw van de verkeersbruggen die het noorden van Mitrovica beter bereikbaar zouden maken voor Albanezen. Eén van die bruggen aan de rechterzijde van de rivier staat er al, de andere wordt nog gebouwd. ‘De Servische inwoners gaven geen steun aan dit plan, maar toch gaan de bruggen er komen’, aldus de directeur van NGO Aktiv. De Servische premier zei veel, maar deed niets om de bruggen te voorkomen om zo de gemeenschap te helpen. Volgens Milicević wordt de Servische gemeenschap als troefkaart gebruikt door Vučić om meer steun te krijgen in zijn eigen land. ‘We zijn door de ontwikkelingen in Servië erg verdrietig en we hebben de hoop verloren voor een betere toekomst in het land.’
Hoewel Milicević spreekt namens de Servische gemeenschap, zijn er nog altijd mensen die Vučić steunen, ondanks de protesten. ‘De Kosovaarse Serven horen enkel de Servische staatsmedia, waar alle kritische journalisten, studenten en andere tegenstanders van Vučić als vijanden worden afgeschilderd.’ Niet alleen in Servië is kritiek op Vučić gevaarlijk; ook in het noorden van Kosovo bestaat nauwelijks vrijheid van meningsuiting. ‘Wie kritiek uit op de president van Servië, die ook de Kosovaarse Servische partij controleert, kan zomaar worden ontslagen’, vertelt Milicević. ‘De partij heeft hier een monopolie op alles. Daarom stemmen mensen op hen, maar in werkelijkheid steunen ze hen niet.’ Volgens Milicević leiden veel Serviërs een depressief bestaan en dat komt niet alleen door de Servische overheid.
Dialoog tussen Serviërs en Albanezen
Sinds de oprichting van NGO Aktiv proberen Milicević en zijn mensen de dialoog tussen beide groepen te verbeteren. ‘Wij praten met beide volkeren over alledaagse problemen zoals werkloosheid, milieu en andere zaken’, aldus Milicević. ‘We hebben samen geprobeerd het afval in de rivier op te ruimen, en Servische en Albanese jongeren hebben religieuze plekken bezocht.’ Maar de Kosovaarse regering heeft andere prioriteiten.
Sinds 2021 is Albin Kurti premier van Kosovo. In plaats van de dialoog met de Kosovaarse Serviërs te zoeken, lijkt hij een andere weg in te slaan. ‘Hij heeft meer speciale politie naar het noorden gestuurd, wat de Serviërs niet prettig vonden’, aldus Milicević. ‘Wij hebben als organisatie naar buiten gebracht dat sommige Kosovaarse politieagenten nationalistische symbolen droegen, maar dat werd niet gewaardeerd.’ Milicević verwijst naar een eerdere beschuldiging van spionage tegen een Kosovaarse journalist. De EU steunde het verhaal van NGO Aktiv en uitte tegelijkertijd bezorgdheid over het beleid van Kurti.
De Kosovaarse regering is dus van plan om in Mitrovica twee verkeersbruggen te bouwen. De Kosovaarse Serviërs zijn fel tegen dit plan, net als de Europese Unie. De angst bestaat dat veel Albanezen zich massaal zullen vestigen in Noord-Mitrovica zodra de bruggen opengaan. De Kosovaarse Servische partij noemde het plan zelfs een vorm van etnische zuivering. De Europese Unie is vooral verontwaardigd over het gebrek aan dialoog met de Servische gemeenschap en Milicević deelt die mening volledig.
‘De Kosovaarse regering heeft niet gesproken met de Servische gemeenschap, ondanks dat wij een rapport hebben gepubliceerd met hun zorgen’, zegt hij. ‘Dit laat zien dat de huidige regering geen intentie heeft om de Servische gemeenschap te laten participeren in de Kosovaarse maatschappij.’
Toekomstperspectief
Milicević kijkt met een pessimistische blik naar de toekomst van de Servische gemeenschap in Kosovo en vooral naar de mogelijkheid van een gesprek met Albin Kurti. ‘Hij zei tegen mij dat er geen Kosovaarse Serven zijn in dit land, en ik was geschokt. Het is bizar dat een premier die het land moet vertegenwoordigen zoiets zegt. Daarom ben ik zo pessimistisch.’
Na het interview, terwijl we over de brug lopen, komt de vraag op of gesprekken tussen Serviërs en Albanezen geen beter toekomstperspectief kunnen bieden. Milicević lacht kort. ‘Het is heel moeilijk om die mensen bij elkaar te brengen als twee presidenten met een paar agressieve woorden de band meteen verbreken.’
Hij vertrekt na een stevige handdruk terug richting Noord-Mitrovica, waar het pessimisme zichtbaar lijkt te hangen tussen de gebouwen.