De redacteuren en medewerkers van Donau moeten kiezen: Wat nemen ze mee uit 2025? Gerdien Verschoor koos Alicja Gescinska’s Vrouwen in duistere tijden. Tien denkers van blijvende betekenis.
Recent verscheen van Alicja Gescinska Vrouwen in duistere tijden. Tien denkers van blijvende betekenis. In dit boek neemt Alicja Gescinska (ik heb steeds zin om Geścińska te schrijven) de lezer mee op een woelige en filosofische reis langs tien vrouwelijke denkers. Het boek begint in 1871 met de geboorte van Rosa Luxemburg en eindigt in 2008 met de dood van Barbara Skarga. Vanuit biografische schetsen van vrouwelijke denkers – Rosa Luxemburg, Anna Achmatova, Edith Stein, Hannah Arendt, Martha Gellhorn, Simone Weil, Jeanne Hersch, Etty Hillesum, Barbara Skarga en Judith Shklar – onderzoekt filosofe en schrijfster Gescinska begrippen als moed, aandacht en hoop.
Ik heb net het tweede hoofdstuk van dit boek gelezen, dat gaat over Anna Achmatova, en dat komt goed uit omdat ik deze korte beschouwing schrijf voor Donau – het platform met als speerpunt Midden- en Oost Europa.
‘Zowat heel Achmatova’s leven was een permanente noodtoestand, waarin dood en angst, ziekte en afscheid, leed en verdrukking in elke hoek van iedere dag op de loer lagen’, schrijft Gescinska over de grote Russische dichteres. Achmatova’s drie echtgenoten, haar zoon en vele dierbare vrienden verdwenen in de goelag of waren op een andere manier slachtoffer van de Sovjetterreur. Die alomtegenwoordige terreur bepaalt de inhoud en toon van vele van haar gedichten. Dit schrijft Achmatova na de executie van haar eerste echtgenoot, Nikolaj Goemiljov:
Je hebt onder de sneeuwwolken
’t leven verlaten
Achtentwintig geweerdolken
Vijf kogelgaten
Het bitter heden voor mijn vriend
Is van mijn hand
Liefde, liefde voor bloed verslindt
Het Russische land
(vertaling Steven Lepez)
Gedurende lange periodes was het werk van Achmatova in de Sovjet-Unie verboden. Dankzij haar vrienden, ‘een netwerk van fluisteraars’, kon haar werk voortbestaan. Zij leerden haar gedichten uit het hoofd en gaven ze mondeling door. Lidia Tsjoekovskaja schrijft hier indrukwekkend over in haar Ontmoetingen met Anna Achmatova. In de laatste jaren van Achmatova’s leven, op haar datsja in Komarovo, was het een komen en gaan van nieuwe generaties dichters en denkers die in haar een artistieke en morele gids zagen. Een van hen was Joseph Brodsky. Toen hij in ongenade viel bij het regime, kwam Achmatova voor hem op.
Vriendschap is dan ook, volgens Gescinska, de rode draad in het leven en het oeuvre van Achmatova. Vriendschap met de Mandelstams, met Lidija Tsjoekovskaja, met Isaihah Berlin. Dankzij haar vriendschappen kon Achmatova de Russische poëzie door de twintigste eeuw loodsen, maar vriendschap is tevens een van de grote thema’s in haar oeuvre, dat Gescinska als de ‘poëzie van de ander’ omschrijft. In haar bundel De witte vlucht (1917) dicht Achmatova over vrienden die ze verloor. Dit gedicht droeg ze op aan haar vriend Michail Lozinskij:
De woorden die van liefde, vrijheid spreken
Zijn onderweg en vliegen nog wat rond.
Ik voel de onrust al die op komt steken
Voor een gedicht, en ijskoud is mijn mond.
En daar waar nu de dunne berkentwijgen
Dor ritselend zich buigen naar de ruit, –
Zal zich een krans van rode rozen rijgen,
Klinkt van onzichtbaren het stemgeluid.
En daarna is er licht, ondraaglijk helder,
Als rode wijn met fonkelende gloed…
En ook een windvlaag, geurig en verzengend,
Die mijn bewustzijn al ontbranden doet.
(Vertaling Margriet Berg en Marja Wiebes)
Soms lijkt het, ook in onze duistere tijden, of onze artistieke en intellectuele wereld kleiner wordt gemaakt. In de VS worden steeds meer boeken in bibliotheken verboden. Door de bezuinigingen op de NPO dreigen vooral culturele programma’s te gaan verdwijnen. Voor boeken is allang steeds minder ruimte in de kranten. Gescinska eindigt het hoofdstuk over Anna Achmatova met een waarschuwing: ‘Anti-intellectualisme is een wezenskenmerk van het totalitarisme. De totalitaire verdrukker vreest en viseert altijd kunstenaars, intellectuelen en cultuurdragers, omdat zij de realiteit kunnen aanklagen in hun werk en omdat zij in hun werk een andere – betere – realiteit kunnen verbeelden en oproepen. Daarom moet men altijd bijzonder waakzaam zijn wanneer politici en hun ideologen de zogenaamde culturele elite tot vijand maken, de artistieke vrijheid pogen te beperken, en neerbuigend doen over kennis en kunde, over intellectuele expertise en esthetisch waarheidsstreven. Wanneer een anti-intellectualistisch spook door de wijde wereld waart, is het wezensnoodzakelijk om als schrijver en kunstenaar de adel van de geest te blijven nastreven die Achmatova gedurende haar hele leven belichaamde.’
Ik heb nog acht hoofdstukken in het boek van Gescinska te gaan – een inspirerend vooruitzicht voor de komende eindejaarsweken. Ik verheug me op een paar hoopvolle notities (‘De creatieve kracht van kunst is sterker dan de destructieve kracht van despotisme en dictatuur’) en vele nieuwe inzichten.
‘Wat neem je mee naar 2026’, vroeg Donau mij. Wel, het antwoord vond ik in het nawoord van dit boek, waarin Alicja Gescinska ons tien geboden meegeeft die ze leerde van de tien hoofdrolspeelsters uit Vrouwen in duistere tijden. Tien geboden die van de wereld een betere plek zouden maken indien meer mensen ze zouden eerbiedigen:
- Durf te twijfelen
- Denk voor jezelf
- Keer je niet af van anderen
- Wees een goede vriend voor goede mensen
- Geloof in je eigen handelingsvermogen
- Behoud de hoop
- Beteugel het kwaad
- Bestrijd het onrecht
- Maak werk van je vrijheid en van die van anderen
- Leef! Leef volgens en voor je overtuigingen.
