Van dorp naar multiculturele stad

Czernowitz, dat waren zondagen die met Schubert begonnen en met pistoolduels eindigden. Czernowitz, halverwege tussen Kiev en Boekarest, Krakau en Odessa, was de heimelijke hoofdstad van Europa, waar de slagersdochters coloratuur zongen en de voerlieden over Karl Kraus debatteerden. Waar de trottoirs met bossen rozen werden geveegd en meer boekhandels waren dan bakkerswinkels.

In oktober 2009 werd in de zuidwestelijke Oekraïense provinciestad Tsjernivtsi (klemtoon op de laatste lettergreep), op nog geen veertig kilometer van de Roemeense grens, een standbeeld onthuld van de laatste Habsburg-keizer, Frans Jozef I. De rekening ging naar de uit de plaats afkomstige politicus Arseni Jatsenjoek, die in februari 2014 na de vlucht van president Janoekovitsj de pro-Europese premier van het land zou worden. Van de Habsburg-monarchie naar Europa, voor Jatsenjoek lijkt het een kleine stap. Frans Jozef gold als een welwillende vaderfiguur en beschermheer van de Oekraïners, die hem zo te zien nog steeds in ere houden.

Door Marc Jansen

foto 4Niet voor niets kreeg het beeld een plaats juist in Tsjernivtsi. Het is met ruim een kwart miljoen inwoners de hoofdstad van de provincie Boekowina, Slavisch voor ‘Beukenland’: een bosrijk gebied op de hellingen tussen het Karpatengebergte en de rivier de Proet. Het Ottomaanse rijk moest het in 1775 onder gewapende druk aan Oostenrijk afstaan. In het zuiden overwogen Roemenen, in het noorden Roethenen (zoals Oekraïners er destijds heetten). Maar ook daar was de landadel en de leiding van de orthodoxe kerk Roemeens. Voor Wenen vormden de Roethenen een tegenwicht tegen de Roemenen, wat hun relatief gunstige politieke omstandigheden en onderwijskansen opleverde. De debatten in de lokale landdag vonden behalve in het Duits en Roemeens ook in het Roetheens plaats.

De hoofdstad, Czernowitz in het Duits, was bij de Oostenrijkse machtsovername weinig meer dan een dorp, maar groeide in anderhalve eeuw als de verst vooruitgeschoven post van de Oostenrijkse monarchie in het oosten uit tot een serieuze bestuurs- en cultuurstad.

Terwijl op het omringende platteland vooral Roethenen woonden, was Czernowitz een multiculturele stad, met (om de talrijkste groepen te noemen) Duitsers, Joden, Roemenen en Roethenen. Geen van deze naties domineerde. Je zou het een afspiegeling kunnen noemen van de Nationalitätenstaat die het Habsburgse rijk geworden was. Dit vereiste een hoge graad van wederzijdse verdraagzaamheid, al moet men de ‘Czernowitz-mythe’ ook weer niet overdrijven. In zijn autobiografische vertelling Een hermelijn in Tsjernopol uit 1958 (Nederlandse vertaling 2011) schrijft de er geboren en getogen Duitse schrijver Gregor von Rezzori over de niet eindigende latente oorlog tussen de bevolkingsgroepen: ‘Er leven daar een dozijn van de meest uiteenlopende nationaliteiten en zeker een half dozijn elkaar grimmig bevechtende geloofsovertuigingen samen in de cynische eendracht van wederzijdse afkeer en onderling zakendoen. Nergens zijn de fanatici toleranter, nergens de verdraagzamen gevaarlijker dan bij ons in Tsjernopol.’

´Jeruzalem aan de Proet´

De Joden maakten in hun ‘Jeruzalem aan de Proet’ (zo noemden zij Czernowitz) in de negentiende eeuw ruim een derde deel van de bevolking uit. Ze waren gelijkberechtigd, veelal geassimileerd en spraken Duits. De Chassidische Joden hadden hun centrum in het belendende Sadagora (nu een voorstad), waar de tsaddiks uit de Friedmann-familie resideerden. Hun praalgraf is te zien op de Joodse begraafplaats van Tsjernivtsi.

In het toen Habsburgse deel van Oekraïne stonden Galicië (rondom Lemberg of Lviv) en Wolynië sterk onder Poolse invloed, terwijl Transkarpatië meer een Hongaars stempel droeg. Kroonland Boekowina had Wenen direct boven zich, wat van Czernowitz een echte Habsburgstad maakte. Toen Oostenrijk-Hongarije na 1867 een parlementaire monarchie werd, konden ook Joden en Roethenen binnen zekere grenzen deelnemen aan het politieke leven en van hun burgerrechten gebruik maken. De inwoners zetten hun schouders eronder. Om de Duitse Oost-Europahistoricus Karl Schlögel te citeren: ‘Een stad als deze – kijk alleen maar naar de verzekeringsgebouwen, de hotels, de winkels aan de Ringplatz en in de oude Herrengasse – dankte zijn groei aan de geest van daadkracht, ondernemerschap, risico en besliste wil tot succes.’

Met zijn vijf Duitstalige dagbladen en vele koffiehuizen stond Czernowitz bekend als ‘Klein-Wenen’. Honderd jaar na de inlijving kreeg de stad in 1875 door keizer Frans Jozef een universiteit geschonken, de meest oostelijke Duitse universiteit in Europa. In de twintigste eeuw kreeg zij de beschikking over de gigantische residentie van de orthodoxe metropoliet. Czernowitz was met, om de bekendste namen te noemen, Karl Emil Franzos, Paul Celan, Rose Ausländer en de al geciteerde Gregor von Rezzori, een centrum van Duitse literatuur.

Doodsklap

De Eerste Wereldoorlog maakte een eind aan de Habsburg-monarchie. Boekowina kwam bij Roemenië. Het was de doodsklap voor de autonomie en het tamelijk ontwikkelde Oekraïense onderwijssysteem. Het Roemeense assimilatiebeleid was streng. Oekraïners golden voortaan als ‘burgers van Roemeense origine die de moedertaal van hun voorouders zijn verleerd’. Hun scholen werden gesloten, de universiteit van Czernowitz (Cernăuţi) geroemeniseerd, de Oekraïense leerstoel aldaar opgeheven en het aantal Oekraïense studenten ingeperkt. In overwegend Oekraïense gebieden werden Roemeense kolonisten gevestigd. Ook de Joden werden politiek en maatschappelijk gemarginaliseerd. Onder de lokale Duitsers won in de jaren dertig Hitler aan populariteit en ook veel Roemenen omarmden het fascisme.

In juni 1940 maakte de Sovjetunie zich meester van Noord-Boekowina, dat haar bij het niet-aanvalsverdrag tussen Hitler en Stalin van 23 augustus 1939 als invloedssfeer in de schoot was geworpen. Maar al een jaar later veroverden de Roemenen de provincie terug, in het kielzog van het Duitse Barbarossa-offensief. Roemenië had inmiddels een eigen fascistische dictatuur gekregen onder leiding van premier Ion Antonescu. Het verwierf bovendien Bessarabië en het zuidwestelijke deel van Oekraïne, het gebied tussen de Dnestr en de Zuidelijke Boeg met Odessa als hoofdstad. Hier kwam de Roemeense provincie Transnistrië, die voor ‘Groot-Roemenië’ als Lebensraum moest dienen. Door middel van de deportatie van 450.000 ‘vreemde’ elementen, Oekraïners, Russen en Polen, moest zij worden ‘geroemeniseerd’. Slechts tien procent van de ongeveer 2,3 miljoen inwoners van Transnistrië was Roemeens. Omdat het niet haalbaar was iedereen te deporteren, moest de rest worden geassimileerd.

Foto 2De bedoeling was het gebied te zuiveren van de vele Joden die er ook woonden. Binnen een maand na de herovering van Noord-Boekowina en Bessarabië, begin juli 1941, werden hier door het Roemeense leger (een handje geholpen door lokale Roemenen en Oekraïners) tenminste 43.500 Joden vermoord. Tienduizenden andere Joden moesten in dagenlange ‘dodenmarsen’ de voettocht afleggen naar concentratiekampen in Transnistrië, terwijl Czernowitz met zijn getto als doorgangskamp fungeerde. Met gebruik van een speciale lijst wist burgemeester Trajan Popovici bijna zeventienduizend Joden hier te houden en zo van de ondergang te redden. Maar in de zomer van 1942 moest hij het veld ruimen en werden de deportaties op volle kracht hervat.

De Roemenen waren erop uit de Joden aan de andere kant van de Boeg te dumpen, maar de Duitsers wilden ze er niet nog bij hebben. Zo kwam een aanzienlijk deel van de Jodenmoord op rekening van de Roemenen, al waren ze misschien minder grondig dan de Duitsers. Van de ongeveer 300.000 Joden die zij in Transnistrië bijeendreven, kwamen er tussen de 220.000 en 260.000 om, evenals tien- tot twintigduizend Roma. De meeste slachtoffers werden in getto’s verzameld en doodgeschoten of ze bezweken in of op weg naar concentratiekampen, van ziekte, honger, dorst, kou of de zware arbeidsomstandigheden. Een van hen was Selma Merbaum, de ‘Anne Frank’ van Czernowitz, die eind 1942 op achttienjarige leeftijd in concentratiekamp Michajlovka omkwam. Zij schreef gedichten en van haar zijn de licht ironische woorden boven dit artikel afkomstig.

Sovjetstad

In maart 1944 heroverde het Sovjetleger Noord-Boekowina, en tot 1991 was Tsjernivtsi een Sovjetstad. Maar het standbeeld van Frans Jozef laat zien dat de K.u.K.-nostalgie er toch is blijven hangen. Veel van de Habsburg-architectuur is bewaard gebleven. Waarschijnlijk verwaarloosd in de Sovjetjaren, zien de voorname huizen aan de Ringplatz (Tsentralna-plein) en Herrengasse (de flaneerstraat van de stad, nu Kobyljanska-straat) er met hun gebeeldhouwde façades goed gerestaureerd uit, al laat de verflaag hier en daar alweer los. Ook het enorme Joodse huis aan het Theaterplein uit 1908 met zijn pompeuze neobarokke façade mag er zijn. Niet ver daarvandaan bood de Joodse tempel – een der mooiste in het oosten – een naar men zegt overweldigende aanblik; in de Sovjettijd werd het een bioscoop, zijn koepel en ornamenten erbij inschietend. Nog maar één van de ooit 88 synagogen functioneert.

Vooral indrukwekkend is de negentiende-eeuwse Joodse begraafplaats met haar meer dan 50.000 graven, voorzien van opschriften in alle talen en alfabetten: de grootste in de wijde omtrek. Hoewel overwoekerd, bleef ze relatief goed bewaard. Er wordt gesnoeid en sommige graven worden in opdracht van nabestaanden gerestaureerd. Van het bijbehorende gebedshuis resteert nog slechts een ruïne.

Goed nieuws voor reizigers naar Tsjernivtsi. Deed de trein vanuit Lviv tot voor kort zes uur over de bijna 270 kilometer, afgelopen herfst kwam er op dit traject een snellere trein die de afstand in drieëneenhalf uur aflegt.

Meer lezen:
Helmut Braun (Hg.), Czernowitz: Die Geschichte einer untergegangenen Kulturmetropole, 2005. 
Simon Geissbühler, Blutiger Juli: Rumäniens Vernichtungskrieg und der vergessene Massenmord an den Juden 1941, 2013. 
Petro Rychlo, Oleg Liubkiwskyj, Literaturstadt Czernowitz: Autoren, Texte, Bilder, zweite verbesserte Auflage, 2009. 
Karl Schlögel, Entscheidung in Kiew: Ukrainische Lektionen, 2015. 
Marion Tauschwitz, Selma Merbaum, Ich habe keine Zeit gehabt zuende zu schreiben, 2014. 
Volker Koepp, Herr Zwilling und Frau Zuckermann (dvd), 1999.